Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Sarajevo is de goedkoopste grote stedentrip van Europa
Wie de klassieke stedentrips heeft gehad, vindt in Sarajevo iets wat Praag en Boedapest kwijt zijn: een hoofdstad met wereldgeschiedenis waar je nauwelijks toeristen tegenkomt en waar een lang weekend inclusief eten en uitjes voor het geld van twee dagen West-Europa kan. Dit artikel is de stedentripgids: wat je per dag doet, wat het kost en waar je op moet letten.
De opbouw is simpel, want de stad is het zelf ook: alles ligt op loopafstand of aan één kabelbaan, en drie dagen zijn genoeg voor het volledige programma zonder haast.
Dag één hoort aan de oude stad
Begin in Baščaršija, de Ottomaanse bazaarwijk uit de vijftiende eeuw, bij het houten Sebilj-fonteintje op het duivenplein, en loop de ambachtsstegen door; in de Kazandžiluk hameren de kopersmeden nog dagelijks. De Gazi Husrev-beg-moskee, volgens de stichtingsinscriptie voltooid in 1531, is buiten de gebedstijden te bezoeken tegen een kleine entree; ernaast ligt de Morića han, de laatste karavanserai van de stad, met een binnenhof waar nu koffie wordt geschonken. Binnen een paar honderd meter staan bovendien de Oude Orthodoxe Kerk, de katholieke Sacred Heart-kathedraal en de Ashkenazi-synagoge, wat Sarajevo de bijnaam Jeruzalem van Europa gaf.
Loop daarna de voetgangersstraat Ferhadija westwaarts en let op de markering Sarajevo Meeting of Cultures in het plaveisel: aan de ene kant Ottomaans, aan de andere kant Habsburgs, en het contrast is geen metafoor maar zichtbaar. Onderweg passeer je de Vječna vatra, de eeuwige vlam voor de bevrijding van 1945. Eindig bij de Vijećnica, het herbouwde pseudo-Moorse stadhuis, entree 10 mark; de zuilenhal is de mooiste binnenruimte van de stad. Recht ervoor ligt de Latijnse brug, waar op 28 juni 1914 Franz Ferdinand werd doodgeschoten en de Eerste Wereldoorlog begon; er zit een klein museum op de hoek voor een paar mark.
Dag twee is voor de berg en de geschiedenis
Neem de kabelbaan naar de Trebević, retour 30 mark, en loop boven naar de verlaten olympische bobsleebaan van de Winterspelen van 1984, nu een gratis toegankelijke graffitibaan door het bos; het is de vreemdste en beste wandeling van de reis. De baan draait doorgaans van 9.00 tot 17.00 uur en valt op maandagochtend geregeld uit voor onderhoud.
De middag is voor de Tunnel of Hope bij het vliegveld, het bewaarde stuk van de bevoorradingstunnel uit het beleg van 1992 tot 1996; entree 20 mark, alleen contant. Wie het aankan, neemt ook het War Childhood Museum in het centrum mee, 10 mark, dagelijks van 11.00 tot 19.00 uur; klein, en indrukwekkender dan de meeste grote musea. Eindig de dag op de Žuta tabija, het gele fort boven de Kovači-begraafplaats, waar de stad in de zon ondergaat en in de ramadan het kanon het einde van de vastendag aankondigt; de klim vanaf Alifakovac kost een kwartier en het is gratis.
Dag drie kies je zelf, en dit zijn de smaken
Voor de rustige afsluiting is er Vrelo Bosne bij Ilidža, het bronnenpark van de rivier de Bosna, met de platanenlaan van ruim drie kilometer en de paardenkoetsen voor zo'n 20 mark per rit; entree rond de 3 euro. Tram 3 rijdt er vrijwel voor de deur. Wie op hoogte wil eten, neemt de lift in de Avaz Twist Tower, het hoogste gebouw van de Balkan, waar het uitzichtterras een paar mark kost.
Voor de dagtocht is Mostar de klassieker: twee tot tweeënhalf uur rijden, de herbouwde Stari Most uit 1566 die op 23 juli 2004 heropende, en op de terugweg Blagaj, waar de Buna onder een klif van 200 meter uit de rots stroomt, met het derwisjenklooster ernaast voor zo'n 3 euro. Het is een lange dag; wie liever de bergen in wil, rijdt in een uur naar de Bjelašnica of de Jahorina, de olympische bergen van 1984, waar in de zomer wandelpaden lopen en in de winter de goedkoopste skipassen van Europa worden verkocht. Wie bij de stad blijft, heeft aan de bazaar en de koffiehuizen een derde dag zonder programma.
Eten is hier de helft van de reis
De keuken is het goedkoopste onderdeel van de stedentrip: ćevapi in somun voor 7 tot 8 mark per halve portie bij een ćevabdžinica, pita uit de bakplaat voor 1,50 tot 2,50 euro per stuk, en een middagmaal bij een aščinica, het eethuis met stoofpannen achter de toonbank, voor 8 tot 12 mark. Bosnische koffie uit de koperen džezva kost 1 à 2 euro en hoort bij elk dagdeel.
Let op de aščinica-tijden: de pannen gaan op in de volgorde van de ochtend en veel zaken sluiten tegen het eind van de middag. Voor de avond zijn de restaurants rond de bazaar en aan de overkant van de Miljacka de keuze, met de Titova-straat en Skenderija als tweede uitgaansas; reserveren is buiten het hoogseizoen nergens nodig.
Slapen en betalen doe je voor weinig
Bosnië rekent in de konvertibilna marka met een vaste koers van 1,95583 mark per euro; delen door twee geeft de europrijs. Een verzorgd appartement in of bij het centrum kost een fractie van West-Europese stedenprijzen, en de ligging luistert nauwelijks omdat alles op loopafstand ligt; alleen direct aan de grote verkeersaders is het gehorig.
Neem contant geld op bij een bankautomaat in het centrum, want de tunnel, de koetsen en veel kleine zaken nemen geen kaart. Drie volle dagen inclusief alle entrees, de kabelbaan, eten en koffie komen op zo'n 100 tot 130 euro per persoon zonder overnachting, en dat totaal is in de meeste hoofdsteden het budget voor één dag.
Waar je rekening mee moet houden
De stad draagt haar geschiedenis zichtbaar: kogelgaten in gevels, de Markale-markt waar in 1994 twee bloedbaden vielen, de rozen van Sarajevo in het asfalt, granaatinslagen gevuld met rood hars op plekken waar doden vielen tijdens het beleg van 1992 tot 1996, en begraafplaatsen vol witte stèles uit diezelfde jaren. Dat went niet, en dat hoeft ook niet; erbij stilstaan is passend, erop poseren niet.
Praktischer: de heenreis gaat doorgaans met een overstap, want directe vluchten vanuit Nederland zijn er niet altijd, en de winterse smog in het dal kan de stad in december en januari grauw maken. Half augustus is de stad juist op haar drukst rond het filmfestival, het grootste van Zuidoost-Europa; boek dan ruim vooruit.
Wanneer je gaat
Mei, juni en september zijn de beste stedentripmaanden: 20 tot 27 graden, terrassen open en heldere lucht op de berg. April en oktober zijn de goedkope randen met fris maar goed te doen weer.
Juli en augustus zijn warm, rond de 30 graden, maar de stad ligt op ruim vijfhonderd meter en koelt 's avonds af; het filmfestival maakt half augustus de levendigste en de duurste week. De winter is voor liefhebbers: sneeuw op de bergen, stoofpotten in de aščinica's en vrijwel geen toeristen, met de kanttekening van korte dagen en soms smog in het dal.