Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
De helft van Estland is bos en er liggen ruim tweeduizend eilanden voor de kust
Estland is 45.000 vierkante kilometer groot met ongeveer 1,4 miljoen inwoners, bestaat voor meer dan de helft uit bos en heeft volgens het kadaster ruim 2.300 eilanden. Daarmee is het het compactste avontuur van de Baltische landen: een hoofdstad met een complete middeleeuwse kern en daaromheen hoogvenen, lege stranden en oerbos.
De afstanden zijn klein: vrijwel alles in dit artikel ligt binnen twee tot drie uur rijden van Tallinn en de wegen zijn leeg naar Nederlandse maatstaven. Het land betaalt sinds 2011 met de euro. Dit artikel geeft entreeprijzen, openingstijden en afstanden.
De Old Town van Tallinn staat sinds 1997 op de werelderfgoedlijst
De ommuurde binnenstad heeft nog ongeveer 1,9 kilometer stadsmuur met twintig torens, het raadhuisplein met het raadhuis uit 1404 en de burchtheuvel met het Toompea-kasteel en de Alexander Nevski-kathedraal uit 1900. De uitzichtplatforms boven de rode daken zijn gratis.
De toren Kiek in de Kök met de bastiongangen eronder kost 16 euro en is van dinsdag tot zondag van 10.00 tot 18.00 uur open. Reken op twee dagen voor de stad. Let op: op dagen dat er cruiseschepen liggen, staat het op het raadhuisplein en in de smalle straten schouder aan schouder; ga dan voor tien uur of na zes uur.
Kadriorg en Kumu liggen op twee kilometer van de oude stad
Tsaar Peter de Grote liet in 1718 buiten de stad het barokpaleis Kadriorg bouwen; in hetzelfde park staat sinds 2006 het Kumu Kunstmuseum, het grootste van het land, half in de kalksteenhelling gebouwd.
Kumu kost 12 tot 15 euro en is van woensdag tot zondag van 10.00 tot 18.00 uur open; het Paleis vraagt rond de 8 euro en het Park is gratis. Reken op een halve dag. Verderop bij Pirita staat de Teletorn van 314 meter met een uitzichtplatform voor rond de 15 euro, en aan de westkant ligt het Openluchtmuseum met verplaatste boerderijen uit het hele land.
Lahemaa was in 1971 het eerste nationale park van de Sovjet-Unie
Dit park van 747 vierkante kilometer, een klein uur rijden ten oosten van Tallinn, was het eerste nationale park dat in de Sovjet-Unie werd ingesteld. Er liggen hoogvenen met knuppelpaden, oerbos, zwerfkeien op lege stranden en schiereilanden met vissersdorpen.
Toegang is gratis. De bekendste wandeling is het knuppelpad door het Viru-hoogveen, volgens de bosbeheerder 3,5 kilometer met halverwege een uitkijktoren van 11 meter. In het park staan ook de landhuizen Palmse en Sagadi van de Baltische adel, met entree van 8 tot 12 euro, en het kapiteinsdorp Käsmu, dat tussen 1884 en 1931 een eigen zeevaartschool had.
De universiteit van Tartu bestaat sinds 1632
De tweede stad ligt twee uur rijden van Tallinn en draait om een universiteit die in 1632 door de Zweedse koning werd gesticht. Op de heuvel erachter staat de Domruïne, en in de stad zit AHHAA, het grootste wetenschapscentrum van de Baltische landen.
AHHAA kost 16 tot 20 euro en is dagelijks van 10.00 tot 19.00 uur open. Hoofdgerechten kosten hier 10 tot 15 euro, minder dan in de hoofdstad. In het zuiden erachter liggen bosmeren en de rooksauna's van Võromaa, een traditie die sinds 2014 op de UNESCO-lijst van immaterieel erfgoed staat. Otepää is er het wintersportdorp en Viljandi houdt in juli zijn Folk Music Festival.
Soomaa heeft een vijfde seizoen waarin de wegen onderlopen
In het nationale park Soomaa loopt het smeltwater elk voorjaar zo hoog op dat wegen en bossen onder water komen te staan; dat heet hier het vijfde seizoen en dan vaar je met een kano over paden die anders droog zijn.
Het park is gratis toegankelijk. Een begeleide kanotocht kost 40 tot 70 euro per persoon en duurt een halve dag. Dat vijfde seizoen valt meestal in maart of april, maar het staat niet vast en duurt soms maar een week, dus plan er geen reis omheen zonder eerst de waterstand te checken. In het westelijke Matsalu strijken tijdens de trek in april, mei, september en oktober tienduizenden kraanvogels en ganzen neer.
Saaremaa heeft de best bewaarde middeleeuwse burcht van de Baltische landen
Het grootste eiland van het land meet 2.673 vierkante kilometer en heeft jeneverbesheiden, houten windmolens en in de hoofdplaats Kuressaare een bisschopsburcht uit de veertiende eeuw die als enige in de Baltische landen compleet bewaard is gebleven. Bij Kaali ligt een meteorietkrater van ongeveer 110 meter breed, zo'n 3.500 jaar oud.
Het Kasteel kost 12 tot 15 euro en is dagelijks open; de krater is gratis. De veerboot vanaf Virtsu doet er een half uur over en neemt auto's mee. Let op: in de zomerweekends is de boot vol en moet je vooruit boeken. Op het kleine Kihnu, waar de vrouwen in gestreepte rokken het dorpsleven draaiend houden, staat de cultuur sinds 2003 op de UNESCO-lijst.
In de bossen leven nog beren, wolven en lynxen
Estland is een van de weinige hoeken van Europa met een complete wildstand. Er leven beren, wolven, lynxen en elanden, en in het oosten worden excursies met wildhutten aangeboden waar je de nacht doorbrengt.
Zo'n nacht in een hut kost 80 tot 150 euro per persoon en een waarneming is nooit gegarandeerd. De staatsbossen zijn vrij toegankelijk, met gemarkeerde paden, gratis schuilhutten en kampvuurplaatsen; bessen en paddenstoelen plukken mag overal. Let op: vuur mag alleen op de aangelegde plekken, en in juni en juli zijn de muggen in de bossen een serieus probleem, dus neem spray mee.
Praktisch door het land
Buiten Tallinn is een huurauto het gereedschap: het openbaar vervoer dekt de steden, maar de venen, kusten en landhuizen vragen eigen wielen. De hoofdwegen zijn goed, het verkeer is dun en parkeren is buiten de hoofdstad gratis of goedkoop. Buiten Tallinn kost een hoofdgerecht 12 tot 18 euro.
Pinnen kan overal, ook op de eilanden en bij marktkramen, en Engels werkt vrijwel overal bij de jongere generatie. Langs de kust loopt de wandelroute Oandu-Ikla van ruim 300 kilometer, met schuilhutten onderweg. Rakvere en Narva in het oosten hebben allebei een burcht; die van Narva kijkt over de rivier recht op de Russische vesting aan de overkant.
Wanneer je gaat
Mei tot en met september is de volle periode: alles open, 15 tot 22 graden en lange noordelijke avonden, met eind juni de midzomernacht als nationaal hoogtepunt van kampvuren en dorpsfeesten. Juli en augustus zijn de warmste en drukste weken, vooral in Pärnu en op de eilanden; het zeewater haalt in de nazomer 18 tot 20 graden.
De winter is een eigen reis, met sneeuwzekere bossen, bevroren venen en een kerstmarkt in Tallinn, maar het daglicht dooft in december al rond 15.30 uur. April en november zijn nat en kaal; dan wint de stad het ruim van het bos.