Vierhonderd kilometer pad in een land van 160 vierkante kilometer
Liechtenstein meet ongeveer 160 vierkante kilometer en heeft volgens het toeristenbureau ruim 400 kilometer gemarkeerd wandelpad. Dat is een dichtheid die u nergens anders vindt en het is de belangrijkste reden om hier heen te gaan.
Het land loopt van de Rijnvallei op 450 meter tot ruim 2.500 meter, dus u kiest zelf of u vlak langs de rivier loopt of een bergtocht doet. Dit stuk zet de routes op een rij met hun lengte, hoogte en zwaarte.
De Liechtenstein-Weg raakt alle elf gemeenten
Foto: Mateusz Feliksik / Pexels
Sinds 2020 loopt er een route van 75 kilometer die alle elf gemeenten van het vorstendom aandoet, van het laagland in het noorden tot de bergdorpen in het zuiden. De meeste wandelaars verdelen hem over vijf dagen.
De etappes zijn ongeveer 12 tot 18 kilometer en overal komt u met de bus terug bij uw beginpunt, want het busnet dekt het hele land. Er hoort een app bij met verhalen over de plekken onderweg, en dat werkt beter dan het klinkt.
De Eschnerberg-hoogteweg loopt door het laagland
Foto: Marek Piwnicki / Pexels
In het noorden van het land, tussen Bendern en Schellenberg, ligt een route van 15 kilometer over en langs de heuvelrug van de Eschnerberg. Hij is tussen 1972 en 1975 aangelegd en voert langs archeologische vindplaatsen uit de prehistorie.
Onderweg staan informatieborden over de vondsten, de oude veldnamen en de geschiedenis van de vijf laaglandgemeenten. Het hoogteverschil is beperkt en de route is het hele jaar begaanbaar, wat hem tot de beste keuze maakt buiten het bergseizoen.
De Drei Schwestern zijn 2.052 meter
Foto: Giuseppe Paoletti / Pexels
De bekendste bergtoppen van het land liggen op de grens met Oostenrijk en komen tot 2.052 meter. Er lopen gemarkeerde paden naartoe en de tocht is een klassieker onder Liechtensteinse wandelaars.
Reken op een volle dag en op stevige stukken met kettingen en trappen op de laatste meters. Boven kijkt u over de Rijnvallei, het Bodenmeer en de Zwitserse Alpen; bij helder weer ziet u tot ver in Oostenrijk.
De Fürstensteig is voor gevorderden
Foto: Quang Nguyen Vinh / Pexels
Het beroemdste bergpad van het land is in 1898 aangelegd door de alpenvereniging met steun van vorst Johann II en loopt over smalle richels langs steile wanden, beveiligd met kabels en trappen.
Het staat in vrijwel elk lijstje als hoogtepunt, maar het is geen wandeling voor beginners: er zijn passages waar u niet kunt keren en waar hoogtevrees een probleem wordt. Wie twijfelt, kiest de route rond Malbun of de Liechtenstein-Weg.
Het hoogste punt is de Grauspitz met 2.599 meter
De hoogste top van het land ligt op de grens met Zwitserland en komt tot 2.599 meter. Vanaf Triesenberg bent u er in vier tot vijf uur, over een pad dat het laatste stuk over rots en geröll gaat.
Dit is een bergtocht en geen wandeling: goede schoenen, een vroege start en een weersvoorspelling die klopt zijn hier voorwaarden. In de vroege zomer kan er nog sneeuw liggen op de hoogste stukken.
Langs de Rijn is het vlak
De westgrens van het land is de Rijn, en op de dijk erlangs loopt over ruim 25 kilometer een verhard pad dat vrijwel geen hoogteverschil kent. Dat is de tegenhanger van de bergen: geschikt voor kinderwagens, rolstoelen en fietsen, en het hele jaar begaanbaar.
Aan de overkant ligt Zwitserland en er zijn meerdere bruggen, waaronder een overdekte houten brug bij Vaduz. U kunt dus zonder controle heen en weer wandelen tussen twee landen, wat met kinderen een aardig gegeven is. Let op dat er langs de dijk vrijwel geen schaduw is en op een warme dag ook geen water te krijgen.
Praktische zaken
Foto: Visuals by FB / Pexels
Het busnet van het land dekt vrijwel alle dorpen en bergstations, met op de hoofdlijnen een bus per halfuur, en een dagkaart kost een paar frank. Dat maakt lineaire wandelingen eenvoudig: u loopt één kant op en neemt de bus terug.
Betalen doet u in Zwitserse frank. Reken in de bergen op 5 tot 8 graden koeler dan in de vallei en op weer dat sneller omslaat; neem ook in juli een jas mee.
Wanneer u loopt
De hoge routes zijn doorgaans van eind juni tot begin oktober sneeuwvrij. In de vallei en op de Eschnerberg kunt u van maart tot november lopen, en met droge winters ook daarbuiten.
Juli en augustus zijn het drukst en het warmst, met 25 graden of meer in de vallei. September is hier de mooiste maand: helder weer, koelere lucht en paden waar u vrijwel niemand tegenkomt.