Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Vierhonderd kilometer pad in een land van 160 vierkante kilometer
Liechtenstein meet ongeveer 160 vierkante kilometer en heeft volgens het toeristenbureau ruim 400 kilometer gemarkeerd wandelpad. Dat is een dichtheid die je nergens anders vindt en het is de belangrijkste reden om hier heen te gaan.
Het land loopt van de Rijnvallei op ruim 430 meter tot 2.599 meter, dus je kiest zelf of je vlak langs de rivier loopt of een bergtocht doet. Dit stuk zet de routes op een rij met hun lengte, hoogte en zwaarte.
De Liechtenstein-Weg raakt alle elf gemeenten
Foto: Mateusz Feliksik / Pexels
Sinds 2019 loopt er een route van 75 kilometer die alle elf gemeenten van het vorstendom aandoet, van Ruggell en Schellenberg in het noorden tot Balzers en Triesenberg in het zuiden, via Vaduz en Schaan. De meeste wandelaars verdelen hem over vijf dagen.
De etappes zijn ongeveer 12 tot 18 kilometer en overal kom je met de bus terug bij je beginpunt, want het busnet dekt het hele land. Er hoort een app bij met verhalen over de plekken onderweg, en dat werkt beter dan het klinkt.
De Eschnerberg-hoogteweg loopt door het laagland
Foto: Marek Piwnicki / Pexels
In het noorden van het land, tussen Bendern en Schellenberg, ligt een route van 15 kilometer over en langs de heuvelrug van de Eschnerberg. Hij is tussen 1972 en 1975 aangelegd en voert langs archeologische vindplaatsen uit de prehistorie.
Onderweg staan informatieborden over de vondsten, de oude veldnamen en de geschiedenis van de vijf laaglandgemeenten. Het hoogteverschil is beperkt en de route is het hele jaar begaanbaar, wat hem tot de beste keuze maakt buiten het bergseizoen. In Planken, met nog geen vijfhonderd inwoners de kleinste gemeente, begint een panoramaweg met uitzicht over het Rijndal.
De Drei Schwestern komen tot 2.052 meter
Foto: Giuseppe Paoletti / Pexels
De Drei Schwestern, de bekendste bergtoppen van het land, liggen op de grens met Oostenrijk en komen tot 2.052 meter. Er lopen gemarkeerde paden naartoe, onder meer vanaf Planken, en de tocht is een klassieker onder Liechtensteinse wandelaars.
Reken op een volle dag en op stevige stukken met kettingen en trappen op de laatste meters. Boven kijk je over de Rijnvallei, het Bodenmeer en de Zwitserse Alpen, en bij helder weer tot ver in Oostenrijk. Een deel van de route valt samen met de Via Alpina, die dwars door het vorstendom loopt.
De Fürstensteig is voor gevorderden
Foto: Quang Nguyen Vinh / Pexels
Het beroemdste bergpad van het land is in 1898 vanaf Gaflei aangelegd door de alpenvereniging met steun van vorst Johann II, en het loopt over smalle richels langs steile wanden, beveiligd met kabels en trappen.
Het staat in vrijwel elk lijstje als hoogtepunt, maar het is geen wandeling voor beginners, want er zijn passages waar je niet kunt keren en waar hoogtevrees een probleem wordt. Wie twijfelt, kiest de rondweg rond Malbun op 1.600 meter of de Liechtenstein-Weg. Vanuit Malbun loopt ook de route de Saminavallei in, het stilste dal van het land.
Het hoogste punt is de Grauspitz met 2.599 meter
De hoogste top van het land ligt op de grens met Zwitserland en komt tot 2.599 meter. Vanaf Triesenberg ben je er in vier tot vijf uur, over een pad dat het laatste stuk over rots en geröll gaat.
Dit is een bergtocht en geen wandeling, dus goede schoenen, een vroege start en een weersvoorspelling die klopt zijn hier voorwaarden. In de vroege zomer kan er nog sneeuw liggen op de hoogste stukken.
Langs de Rijn is het vlak
De westgrens van het land is de Rijn, en op de Rheindamm erlangs loopt over ruim 25 kilometer een verhard pad dat vrijwel geen hoogteverschil kent, deels als Rheinweg voor wandelaars en deels als Rheinradweg. Dat is de tegenhanger van de bergen: geschikt voor kinderwagens, rolstoelen en fietsen, en het hele jaar begaanbaar.
Aan de overkant ligt Zwitserland en er zijn meerdere bruggen, waaronder de overdekte houten brug van Vaduz naar Sevelen uit 1871, de oudste bewaarde houten Rijnbrug. Je kunt dus zonder controle heen en weer wandelen tussen twee landen, wat met kinderen een aardig gegeven is. Let op dat er langs de dijk vrijwel geen schaduw is en op een warme dag ook geen water te krijgen.
In Vaduz en Balzers staan de kastelen
Foto: Visuals by FB / Pexels
Boven Vaduz staat Schloss Vaduz, de woning van de vorstelijke familie; het is niet te bezoeken, maar je loopt er in een half uur vanaf het centrum naartoe voor het uitzicht. In Balzers staat de burcht Gutenberg op een rots, met een terrein dat in het zomerseizoen vrij toegankelijk is.
In het centrum van Vaduz, het Städtle, liggen het Kunstmuseum Liechtenstein voor rond de 15 frank en het landsmuseum naast elkaar, allebei op loopafstand van de bushaltes. Het Rheinpark Stadion aan de rivier is het enige stadion van het land.
Praktische zaken
Het busnet dekt vrijwel alle dorpen en bergstations, met op de hoofdlijnen een bus per halfuur, en een dagkaart kost een paar frank. Dat maakt lineaire wandelingen eenvoudig, want je loopt één kant op en neemt de bus terug.
Betalen doe je in Zwitserse frank. Reken in de bergen op 5 tot 8 graden koeler dan in de vallei en op weer dat sneller omslaat, dus neem ook in juli een jas mee. Vanuit Nederland rijd je er in zeven tot acht uur naartoe; met de trein stap je over in Sargans of Buchs, allebei een kwartier met de bus van Vaduz.
Wanneer je loopt
De hoge routes zijn doorgaans van eind juni tot begin oktober sneeuwvrij. In de vallei en op de Eschnerberg kun je van maart tot november lopen, en met droge winters ook daarbuiten.
Juli en augustus zijn het drukst en het warmst, met 25 graden of meer in de vallei. September is hier de mooiste maand, met helder weer, koelere lucht en paden waar je vrijwel niemand tegenkomt. In de winter verschuift alles naar Malbun, waar het skigebied van december tot maart draait.