Vaduz is een hoofdstad met minder inwoners dan een dorp
De hoofdstad van Liechtenstein telt ongeveer 5.700 inwoners en is daarmee niet eens de grootste plaats van het land; dat is buurgemeente Schaan. Het centrum bestaat uit één voetgangersstraat van een paar honderd meter met de musea op een rij.
Dat maakt Vaduz in een halve dag te doen, en dat is precies wat de meeste bezoekers eraan hebben. Wat de plaats interessant maakt, zit niet in de omvang maar in een paar cijfers die u nergens anders tegenkomt.
Er werken hier meer mensen dan er wonen
Foto: Rodrigo Curi / Pexels
Liechtenstein telt ongeveer 40.000 inwoners en heeft meer banen dan inwoners. Volgens de landelijke statistiek waren er eind 2024 24.943 grenspendelaars, goed voor 57,4 procent van alle werkgelegenheid in het land: meer dan de helft van iedereen die hier werkt, woont in Zwitserland of Oostenrijk en rijdt elke dag de grens over.
Dat merkt u aan het straatbeeld. Rond acht uur 's ochtends en vijf uur 's middags staat het vast bij de Rijnbruggen, en tussen de middag zitten de eetzaken vol met mensen in pak. Buiten kantooruren is het in Vaduz opvallend stil.
Het kasteel is een woonhuis en geen bezienswaardigheid
Slot Vaduz, dat boven de stad op de rots staat, is de privéwoning van de vorst en zijn familie. Het is niet te bezoeken; alleen op 15 augustus, de nationale feestdag, gaat de rozentuin open voor een ontvangst waar iedereen welkom is.
Wat wel kan is de klim ernaartoe: vanaf het centrum loopt u in ongeveer 20 minuten omhoog naar de muur, met uitzicht over de Rijnvallei en de bergen aan de Zwitserse kant.
Het kunstmuseum is een zwarte kubus uit 2000
Foto: Leonhard Niederwimmer / Pexels
Aan de voetgangersstraat staat het Kunstmuseum Liechtenstein, op 11 november 2000 geopend: een blok van zwart beton met basalt, waarvan de buitenwanden zijn gepolijst zodat ze de omgeving spiegelen.
Binnen hangt moderne en hedendaagse kunst uit de vorstelijke verzameling en daarbuiten, met werk van onder anderen Kirchner, Klee en Beuys. Reken op anderhalf uur; naast de deur zit het landsmuseum, wat een logische combinatie is.
Postzegels waren ooit een vijfde van de staatsinkomsten
Foto: 𝗛&𝗖𝗢 / Pexels
Liechtenstein gaf vanaf 1912 eigen postzegels uit en die werden zo gewild bij verzamelaars dat de verkoop tot in de jaren zeventig meer dan 20 procent van de staatsinkomsten uitmaakte. Een land van veertigduizend mensen financierde zich voor een vijfde met postzegels.
Dat verhaal wordt verteld in het postzegelmuseum aan diezelfde straat, en de toegang is gratis. Sinds de opkomst van e-mail is die inkomstenbron grotendeels verdwenen, wat het museum meteen tot een tijdsdocument maakt.
De vorst heeft een eigen wijngaard
Ten noorden van het centrum ligt de Herawingert, de wijngaard van de vorstelijke familie, met daarbij de Hofkellerei waar de wijn wordt gemaakt en verkocht. U loopt er in een kwartier naartoe over ongeveer 1 kilometer door de wijnstokken.
Er wordt vooral pinot noir en chardonnay verbouwd op de zuidhelling onder het kasteel. Proeven kan tegen betaling en een fles kost er doorgaans tussen de 20 en 40 frank; dat is geen souvenirprijs maar wat wijn in Zwitserland kost.
Het centrum is één straat
Foto: Julien Goettelmann / Pexels
Het Städtle is een autovrije straat van een paar honderd meter waaraan het kunstmuseum, het landsmuseum, het postzegelmuseum, het regeringsgebouw en de toeristeninformatie liggen. U loopt er in tien minuten doorheen.
Dat is tegelijk de charme en de beperking: wie een hoofdstad met wijken en buurten verwacht, komt bedrogen uit. Vaduz combineert u dus met een wandeling of met een rit naar Malbun in de bergen.
Praktische zaken
Foto: Jean-Paul Wettstein / Pexels
Er is geen vliegveld; de dichtstbijzijnde is Zürich op ongeveer 120 kilometer. Met de trein komt u tot Sargans of Buchs in Zwitserland en dan met de bus, die elk halfuur rijdt.
Betalen gaat in Zwitserse frank, want het land vormt sinds 1924 een munt- en douane-unie met Zwitserland. Euro's worden vaak aangenomen tegen een ongunstige koers, dus pin liever. Reken op Zwitserse prijzen: een lunch kost al gauw 25 tot 35 frank.
Wanneer u komt
Juni tot en met september is het aangenaamst met 20 tot 26 graden in de vallei. Op 15 augustus is het nationale feest, en dat is de enige dag dat u de kasteeltuin in komt; reken dan wel op drukte in het hele land.
De musea zijn het hele jaar open, doorgaans van dinsdag tot en met zondag, en op maandag gesloten. In april en november is er in de bergen weinig te doen: de skiliften staan stil en de hoge wandelpaden liggen nog of alweer onder sneeuw.