Vakantie in Wales
Reistips, bezienswaardigheden en praktische informatie voor Wales, geschreven door onze redactie.
Wat je moet weten over Wales
Wales ligt aan de westkant van het eiland Groot-Brittannie, is ongeveer half zo groot als Nederland, en heeft ruim vijftienduizend vakantiehuizen te huur.
Wat het is: bergen, kust en schapen. Twee derde van het land is heuvel of berg, en er lopen meer schapen rond dan er mensen wonen.
Wat het bijzondere eraan is: de kastelen. Er staan er ruim zeshonderd, meer per vierkante mijl dan in welk land ook ter wereld, waarvan er ongeveer honderd nog overeind staan.
Het weer bij ons meetpunt in Aberystwyth: juli en augustus komen allebei op 18,8 graden overdag. En dan het cijfer waar niet omheen te komen is: augustus telt 20,1 regendagen, en geen enkele maand van het jaar komt onder de veertien.
Wat er te kiezen valt: een cottage in een dal, een vakantiehuis aan zee, een vakantiewoning op een boerderij of een huisje op een vakantiepark aan de kust.
Wat de kracht is: het is dichtbij, er mag vrijwel overal een hond mee, en voor het geld dat een week Cornwall kost zit je hier ruimer.
Zeshonderd kastelen
Dit is het cijfer dat Wales van elk ander deel van Groot-Brittannie onderscheidt, en er zit een reden achter.
Het aantal: ruim zeshonderd kastelen zijn er gebouwd, meer per vierkante mijl dan waar ook ter wereld. Ongeveer honderd staan er nog, in wisselende staat.
Waarom er zoveel zijn: Wales is eeuwenlang betwist gebied geweest. De Normandiers bouwden vanaf de elfde eeuw een keten van burchten langs de grens, de Welshe vorsten bouwden hun eigen in de bergen, en Eduard de Eerste zette er in de dertiende eeuw een ring omheen om het land definitief te onderwerpen.
De ijzeren ring: vier van die kastelen van Eduard, Caernarfon, Conwy, Harlech en Beaumaris, staan samen op de werelderfgoedlijst. Ze liggen alle vier in het noorden en zijn goed te combineren.
Wat er verder is: Caerphilly met zijn scheve toren, Pembroke aan het water, en tientallen ruines waar je zo naar binnen kunt lopen zonder kaartje.
Wat het kost: de bekende kastelen worden beheerd door de erfgoedorganisatie en vragen entree. Een jaarpas is bij drie bezoeken al goedkoper dan losse kaartjes.
Wat je ermee doet op een natte dag: kastelen zijn buiten. Dat is de ironie van dit land, en de reden dat je ook een paar musea in je achterzak moet hebben.
Eryri, dat vroeger Snowdonia heette
Het bergmassief in het noorden is de reden dat veel mensen komen, en de naam is veranderd.
Wat het is: een nationaal park met bergen tot ruim duizend meter, meren, watervallen en smalspoorlijntjes.
De naam: het park heet officieel Eryri, en de hoogste berg heet Yr Wyddfa. De Engelse namen Snowdonia en Snowdon worden in het park zelf sinds een paar jaar niet meer gebruikt. Op kaarten en bordjes kom je beide tegen.
De berg beklimmen: er lopen zes paden naar de top, van een makkelijke maar lange route tot een graat waar je je handen nodig hebt. Er gaat ook een tandradbaan naar boven.
Wat je moet weten over de drukte: op mooie zomerdagen is de berg overvol en zijn de parkeerplaatsen 's ochtends vroeg al bezet. Er is een busdienst vanaf de dorpen die dat oplost.
Wat er nog meer is: de leisteengroeves rond Blaenau Ffestiniog, waar nu ondergrondse trampolines en kabelbanen zitten, en die samen ook op de werelderfgoedlijst staan.
Wat het weer daar doet: aanzienlijk natter dan ons meetpunt aan de kust. In de bergen valt op sommige plekken meer dan het dubbele.
Het weer, en het cijfer dat je moet kennen
Er valt weinig moois over te zeggen, dus hier staat het gewoon.
De zomer: juli en augustus komen allebei op 18,8 graden overdag, met 13,3 en 13,6 's nachts. Dat is aangenaam wandelweer en geen strandweer.
De regen: augustus telt 20,1 regendagen met 154 millimeter. Dat is twee op de drie dagen, in de maand waarin de meeste mensen vrij zijn. Juli doet er 18,3.
De natste maand: december, met 227 millimeter over 21,6 dagen.
De droogste: april, met 89 millimeter over 14,2 dagen. Zelfs dat is nog nat.
Hoe het zich verhoudt: dit is natter dan Ierland en natter dan Schotland. Aberystwyth komt op ruim achttienhonderd millimeter per jaar, en in de bergen ligt dat hoger.
Wat je ermee doet: dit is geen bestemming waar je op zon plant. Kies een huis met een haard, een pub op loopafstand en een droogruimte voor natte jassen, en zie regen als het weer waar het landschap van leeft.
De kust
Wales heeft ruim vijftienhonderd kilometer kustlijn en die is beter dan de meeste mensen verwachten.
Pembrokeshire in het zuidwesten: het enige nationale park in Groot-Brittannie dat vrijwel volledig uit kust bestaat, met kliffen, baaien en zandstranden. Het mooiste deel van het land.
Het noorden: de eilanden Anglesey en Llyn, met stille stranden en uitzicht op de bergen aan de overkant.
De Gower bij Swansea: een klein schiereiland met stranden die het regelmatig tot de mooiste van het Verenigd Koninkrijk schoppen.
Het kustpad: er loopt een gemarkeerd wandelpad langs vrijwel de hele Welshe kustlijn, ruim veertienhonderd kilometer. Je kunt er overal een dagetappe uit pikken.
Wat het water doet: het is koud, rond de zestien graden in augustus, en er staat vrijwel altijd wind. Surfen kan goed, zwemmen in een wetsuit.
Wat je moet weten over het getij: net als in Cornwall is dat groot. Kijk bij baaien met een smalle toegang het getijschema na.
Wat een cottage in Wales is
Het aanbod is groot en er is een duidelijk woningtype.
De omvang: ruim vijftienduizend adressen, na Engeland het grootste aanbod van de Britse eilanden op deze site.
Wat het meeste is: stenen huizen op het platteland, vaak een omgebouwde schuur of een oud boerderijtje, met dikke muren en kleine ramen.
Wat er standaard bij zit: een haard of houtkachel met brandhout, en bij veel adressen een tuin. In de bergen hoort er vaak een droogruimte of een bijkeuken bij, en dat is geen luxe.
Met de hond: Wales is daarin net zo gastvrij als Engeland. Bij een groot deel van de cottages mag hij mee, meestal tegen een kleine toeslag.
Wat je nakijkt: hoe er verwarmd wordt, of er mobiel bereik is (in de dalen vaak niet), en hoe smal de laatste weg is.
Wat een vakantiepark hier is: een holiday park met stacaravans en lodges, meestal aan de kust. Het komt redelijk in de buurt van het Nederlandse model en is de goedkoopste manier om er met een gezin te zitten. Een eenvoudig vakantiehuisje op zo'n terrein kost buiten de Britse schoolvakanties opvallend weinig.
De taal, en waarom dat leuk is
Wales is tweetalig en dat merk je vanaf het moment dat je de grens over rijdt.
Wat er geldt: Welsh en Engels zijn allebei officiele talen. Alle bordjes zijn tweetalig, en in het noorden en westen hoor je op straat gewoon Welsh.
Hoeveel mensen het spreken: ongeveer een op de vijf inwoners, met de hoogste aantallen in het noordwesten. Iedereen spreekt daarnaast Engels, dus je komt er altijd uit.
Waarom de plaatsnamen zo lang lijken: het zijn beschrijvingen. Aberystwyth betekent monding van de Ystwyth, en llan betekent kerk. Als je die paar woorden kent, wordt de kaart ineens leesbaar.
Het beroemdste voorbeeld: het dorp op Anglesey met de langste plaatsnaam van Europa, achtenvijftig letters lang, die in de negentiende eeuw bewust is verzonnen om treinreizigers te trekken. Dat werkt nog steeds.
Wat je uitspreekt als ll: een klank die het Nederlands niet heeft, ergens tussen een l en een blazende ch. Niemand verwacht dat je het goed doet.
Wat het voor je vakantie betekent: niets praktisch, en het maakt het wel een land in plaats van een streek.
Heen en weer, en het rijden
Wales ligt achter Engeland, en dat maakt de reis langer dan de kaart doet vermoeden.
Hoe je er komt: via Calais en de tunnel of de boot, dan dwars door Engeland. Naar Zuid-Wales is dat vanaf Dover ruim vijf uur, naar het noorden zes tot zeven.
Het alternatief: de nachtboot vanuit IJmuiden naar Newcastle en dan dwars over. Voor Noord-Wales scheelt dat een dag rijden.
Het paspoort: sinds het vertrek uit de Europese Unie is een identiteitskaart niet meer genoeg.
Links rijden: net als in de rest van het Verenigd Koninkrijk.
De wegen: de A55 langs de noordkust en de M4 in het zuiden zijn snel. Alles ertussen gaat over bergwegen die smal en bochtig zijn, met veel schapen die niet aan de kant gaan.
De reistijden: van noord naar zuid is er geen snelle route. Reken op vier uur voor tweehonderd kilometer, en niet op de tijd die je navigatie voorstelt.
Wat het kost
Wales is de goedkoopste hoek van het Verenigd Koninkrijk en dat is een reeel argument.
Wat meevalt: de accommodatie. Voor het geld dat een week Cornwall kost, zit je hier in een groter huis of op een betere plek.
Wat vergelijkbaar is: boodschappen, pubs en benzine, die overal in het Verenigd Koninkrijk ongeveer hetzelfde kosten.
Wat er los bij komt: bij veel cottages een eindschoonmaak en een toeslag voor de hond. Een toeristenbelasting per overnachting kent Wales niet, al wordt daar wel over gesproken.
De kastelen: die tikken aan als je er meerdere wilt zien. Een jaarpas van de erfgoedorganisatie verdient zich bij drie bezoeken terug.
De overtocht: dat is de grootste post, en met de nachtboot loopt dat op.
Waar je op bespaart: buiten de Britse schoolvakanties gaan, en het midden van het land kiezen in plaats van Pembrokeshire of Eryri. Wie langer wil huren, vindt in het laagseizoen weektarieven die fors zakken, en twee nachten ergens overnachten om de rit te breken is er makkelijk geregeld.
Wanneer je moet gaan
De maandkeuze draait om regen en om wat er open is, want warm wordt het toch niet.
Onze aanrader: mei en juni. April en mei zijn de droogste maanden, de dagen zijn lang, en het is er nog rustig.
Juli en augustus: het drukst en, met achttien tot twintig regendagen, ook nat. Een ongelukkige combinatie, net als in Ierland.
September: rustiger, nog mild, maar de regen neemt snel toe.
Oktober tot maart: nat, winderig en donker, en in de bergen kan het serieus guur worden. Wel goedkoop, en een cottage met een haard heeft dan zijn eigen charme.
Wat je moet weten over de Britse schoolvakanties: die lopen van half juli tot begin september, met daarnaast de half terms in februari en oktober.
Wat de bergen doen: paden in Eryri kunnen in de winter besneeuwd en gevaarlijk zijn. Dat wordt door bezoekers regelmatig onderschat.
Met de hond, de kinderen of een groep
Hier is Wales sterk, en het is een van de betere redenen om er heen te gaan.
Met de hond: een groot deel van de cottages accepteert honden, en in de meeste pubs mag hij mee naar binnen. Op een aantal stranden geldt in de zomer overdag een verbod; dat staat op borden bij de opgang.
Wat je nodig hebt om hem mee te nemen: een dierenpaspoort en een behandeling tegen lintworm door een dierenarts vlak voor terugkeer naar de Europese Unie. Regel dat vooraf, want het is een harde eis.
Met kinderen: de smalspoortreintjes, de kastelen en de kabelbaan boven een oude leisteengroeve doen het goed. Er zijn ook binnenactiviteiten, wat bij dit weer geen overbodige luxe is.
Met een groep: grote boerderijen en landhuizen voor tien tot twintig personen zijn er ruim voorhanden en relatief goedkoop.
Wat je nakijkt bij een afgelegen huis: hoe ver de dichtstbijzijnde winkel is en of er bereik is. In de dalen valt dat regelmatig weg.
Wat er altijd is: een pub. Ook in dorpen van tweehonderd mensen.
De eerlijke nadelen
Er is één groot nadeel en een aantal kleine, en het grote is niet te overschatten.
De regen: twintig regendagen in augustus, en geen maand onder de veertien. Ruim achttienhonderd millimeter per jaar aan de kust en meer in de bergen. Dit is het natste land dat op deze site staat.
De temperatuur: negentien graden in de zomer. Zwemmen doe je in een wetsuit.
De reistijd: dwars door Engeland heen, plus een overtocht. Voor een week is dat veel.
De wegen: smal, bochtig, met schapen erop. Van noord naar zuid duurt alles langer dan je denkt.
Het bereik: in de dalen en de bergen is er vaak geen mobiel netwerk.
En de verwachting: wie hierheen gaat voor een zonvakantie met de kinderen op het strand, komt bedrogen uit. Wie komt voor kastelen, bergen en een haard, komt terug.