In dit kanton is de aardkorst over zichzelf heen geschoven
Glarus is volgens het kanton zelf met ongeveer 685 vierkante kilometer een van de kleinste van Zwitserland, en het bekendste geologische verschijnsel van het land ligt er in de bergwand: oud gesteente van rond de 300 miljoen jaar is over veel jonger gesteente heen geschoven, wat als een scherpe lijn in de rots te zien is.
Dat gebied staat sinds 2008 op de werelderfgoedlijst. Dit artikel behandelt de valleien, de dorpen en de bergen, met hoogtes, prijzen en seizoenen.
De schuiflijn is vanaf de weg te zien
De grens tussen beide gesteentelagen loopt over tientallen kilometers door de bergwanden en is vanaf verschillende uitzichtpunten met het blote oog te volgen: een donkere streep die dwars door de rots snijdt.
Kijken kost niets. Bij de bezoekerspunten staan borden die uitleggen wat u ziet; er zijn ook geologische wandelroutes van 5 tot 15 kilometer. Dit is de reden dat dit dal in vrijwel elk aardrijkskundeboek staat, en het is een van de weinige plekken waar zo'n verschijnsel zo duidelijk zichtbaar is.
Eén dorp is alleen met een kabelspoor bereikbaar
Op ongeveer 1.250 meter ligt een dorp waar geen autoweg naartoe gaat. U parkeert in het dal en gaat met een kabelspoorbaan omhoog die sinds 1907 in bedrijf is; de rit duurt ongeveer zeven minuten.
Een retour kost 15 tot 25 frank. In het dorp rijden alleen elektrische karretjes; uw bagage gaat mee met de baan en wordt bij het hotel afgeleverd. Dat maakt het er stil, ook in het hoogseizoen. Reken erop dat de laatste baan 's avonds rond acht uur gaat, want daarna komt u er niet meer.
Bij één bergdorp schijnt de zon door een gat in de rots
Boven een dorp in het zuiden zit een natuurlijke opening in de bergkam. Twee keer per jaar, rond half maart en begin oktober, staat de zon zo dat het licht door dat gat precies op de kerktoren in het dorp valt, enkele minuten lang.
Kijken kost niets, maar u moet er vroeg zijn: het gebeurt kort na zonsopgang en trekt honderden mensen. De rest van het jaar is het gat gewoon een opening in de rots, zichtbaar vanaf het dorpsplein en vanaf de wandelpaden eromheen.
Het stuwmeer in het zijdal is te bezwemmen
In een zijdal op ongeveer 850 meter ligt een langgerekt meer van ruim vijf kilometer, ingeklemd tussen steile wanden. Het water haalt in juli en augustus 18 tot 21 graden.
Toegang tot de oevers is gratis; parkeren kost enkele franken. Rond het meer loopt een pad van ongeveer twaalf kilometer, vlak en met uitzicht op de wanden. Let op: het is een stuwmeer, dus het peil wisselt en er zijn steile oevers; zwem bij de aangegeven plekken en niet bij de dam.
De streek leefde van textiel, niet van toerisme
In de negentiende eeuw stonden er in deze dalen tientallen textielfabrieken die bedrukte doeken maakten voor de export, tot in Afrika en Azië. Van die industrie staan de fabrieksgebouwen en de arbeidershuizen er nog.
Er zijn musea die dat verhaal vertellen, met entree van 8 tot 15 frank en openingstijden die vaak beperkt zijn tot enkele middagen per week. Kijk dat na voordat u rijdt. Ook de kaas met kruiden die hier al eeuwen wordt gemaakt en die u alleen in deze streek vers krijgt, komt uit die tijd.
De bergpas naar het oosten ligt op 1.948 meter
Vanuit het achterste dal klimt een weg naar een pas van bijna 2.000 meter, met haarspeldbochten en uitzicht over de hele vallei. Rijden kost niets, maar er rijdt ook een postbus overheen.
De pas is doorgaans van juni tot oktober open en in de winter gesloten door sneeuw. Onderweg liggen almhutten waar u voor 15 tot 25 frank eet. Voor fietsers is dit een klim van ongeveer 1.500 hoogtemeters, wat hem tot een van de zwaardere van de regio maakt.
Het kanton stemt nog met opgestoken hand
Elk jaar op de eerste zondag van mei komen enkele duizenden stemgerechtigde inwoners op een plein in de hoofdplaats bijeen en stemmen ze over wetten en begroting door hun hand op te steken. Dat is een van de laatste twee plekken in Zwitserland waar dat nog zo gaat.
Toekijken is gratis en toegestaan; u staat aan de rand van het plein. Het duurt een halve dag en is in het Zwitserduits. Voor wie iets van het politieke systeem wil zien in plaats van erover te lezen, is dit het moment om hier te zijn.
Praktisch
Vanaf Zürich bent u er met de trein in ongeveer een uur en een kwartier; met de auto vanuit Nederland rijdt u acht tot tien uur. Voor de Zwitserse snelwegen heeft u een vignet nodig van rond de 40 frank. Zwitserland betaalt met de frank, niet met de euro, al nemen veel zaken euro's aan tegen een ongunstige koers.
Juni tot oktober is het wandelseizoen met 15 tot 26 graden in de dalen; de hoge passen en hutten zijn dan open. In de winter ligt er sneeuw en draaien er kleine skigebieden, terwijl de bergwegen en een deel van de dorpen dan slecht bereikbaar zijn.