De steden van Ontario rijgen zich vanzelf tot een rondreis
Ontario heeft de handigste stedenmix van Canada: Toronto, hoofdstad Ottawa, Niagara Falls met het wijnstadje Niagara-on-the-Lake ernaast en het kalkstenen Kingston liggen alle vier aan dezelfde lus van meren en snelwegen. Toronto en Ottawa liggen 450 kilometer van elkaar, vijf uur over de Highway 401 en 416, en Niagara Falls ligt op 130 kilometer van Toronto.
Dit artikel zet de logische route op een rij met reistijden en prijzen in Canadese dollars; reken grofweg 65 eurocent per dollar. De volgorde is de route zelf: Toronto als poort, de vallen als eerste lus, dan langs het Ontariomeer naar Kingston en Ottawa. In tien dagen heb je stad, water en geschiedenis zonder één binnenlandse vlucht.
Toronto is de poort en de maatstaf
De grootste stad van Canada is de logische landing: de CN Tower van 553 meter als baken, het Rogers Centre eronder, het Royal Ontario Museum en de Art Gallery of Ontario voor de regendagen, en wijken die per straat van taal wisselen. Het Royal Ontario Museum vraagt rond de 26 dollar, omgerekend 17 euro, en de toren zelf enkele tientallen dollars meer.
De stad beloont wie de wijken doet in plaats van de checklist: Kensington Market met zijn groentewinkels en eetkraampjes, de Distillery District in de oude stokerij met zijn gietijzeren gevels, en de Portugese, Chinese en Caraïbische hoofdstraten daarbuiten. De Toronto Islands zijn de verrassing, met een veerboot van tien tot vijftien minuten vanaf het centrum naar autovrije eilanden; een retour kost een paar dollar en levert het mooiste stadssilhouet op. Reken op twee tot drie dagen. Let op: Billy Bishop Toronto City Airport ligt op loopafstand van het centrum, maar de intercontinentale vluchten komen op Pearson aan, op 25 kilometer ten westen daarvan.
Niagara Falls is spektakel, Niagara-on-the-Lake is het tegengif
Anderhalf uur rijden zuidwaarts dondert Niagara Falls. De boot die tot in de nevel van de Horseshoe Falls vaart is de klassieker, de opvolger van de oude Maid of the Mist: volgens de vaartarieven zo'n 48 dollar voor volwassenen en 33 dollar voor kinderen, omgerekend rond de 31 en 21 euro. Houd er rekening mee dat Clifton Hill, de straat naast de vallen, een kermis van neon en wassenbeelden is; kom voor het water, niet voor de stad, en verwacht rijen bij de boot vanaf 11.00 uur.
Het contrast ligt twintig minuten verderop: Niagara-on-the-Lake, een negentiende-eeuws stadje tussen de wijngaarden waar het Ontariomeer begint, met proeverijen van ijswijn en het Shaw Festival, dat van april tot oktober in drie theaters speelt. De combinatie van de vallen bij ochtendlicht en het stadje met wijn in de middag is de beste dag van de lus.
Hamilton en St. Catharines liggen precies op de route
Halverwege Toronto en de vallen ligt Hamilton aan de Queen Elizabeth Way, een stad met meer dan honderd watervallen binnen de gemeentegrens doordat de Niagara-steilrand er dwars door loopt. De Royal Botanical Gardens zijn de grootste van Canada en vragen rond de 20 dollar, omgerekend 13 euro; het Canadian Warplane Heritage Museum bij het vliegveld houdt vliegtuigen uit de oorlogsjaren in de lucht, en de Hamilton Farmers' Market bestaat sinds 1837. Langs de steilrand loopt de Bruce Trail, met ruim 900 kilometer het oudste lange wandelpad van het land.
Verderop ligt St. Catharines, de grootste stad van de Niagara-regio, waar het Welland Canal de zeeschepen in acht sluizen 100 meter omhoog tilt naar het Eriemeer. Bij sluis 3 staat een gratis uitkijkplatform met een bord dat aangeeft welk schip wanneer komt; een doorvaart duurt ongeveer een half uur en is het wachten waard. De wijnhuizen van de streek liggen hier aan dezelfde weg.
Kingston is de tussenstop die de route redt
Halverwege Toronto en Ottawa, tweeënhalf uur van elk, ligt Kingston aan de uitmonding van het Ontariomeer: een kalkstenen stad met Fort Henry op de heuvel, de campus van Queen's University in het midden en de Kingston Penitentiary aan het water, de oude gevangenis die sinds de sluiting met gidsen te bezoeken is. De Kingston Public Market achter het stadhuis draait drie dagen per week en is de oudste markt van Ontario.
Voor de deur liggen de Thousand Islands, in werkelijkheid ruim 1.800 eilandjes met zomerhuizen waar rondvaartboten tussendoor laveren. Die tochten kosten enkele tientallen dollars, duren één tot drie uur en varen van mei tot oktober. Als overnachtingsstop breekt Kingston de lange rijdag in tweeën: avondeten aan het water, een ochtendrondvaart en door.
Ottawa is de hoofdstad met het beste winterfeest
Ottawa is compacter dan verwacht, met Parliament Hill boven de Ottawa River, de nationale musea op loopafstand en het Rideau Canal als levensader. De National Gallery of Canada heeft de reuzenspin Maman voor de deur staan en vraagt rond de 24 dollar, omgerekend 16 euro; het Canadian Museum of History staat aan de overkant in Gatineau, in Quebec dus, en het Canada Science and Technology Museum en het Canadian Museum of Nature zijn de twee adressen waar kinderen zelf aan de knoppen mogen.
In de winter bevriest de gracht tot schaatsbaan: volgens de beheerder 7,8 kilometer natuurijs dwars door de stad, gratis en dag en nacht open, doorgaans van januari tot eind februari. Wie in februari komt treft Winterlude met zijn ijssculpturen. In de zomer varen op datzelfde water de bootjes en lopen de jaagpaden vol fietsers. Reken op twee dagen, en houd een avond vrij voor de ByWard Market, waar de BeaverTails worden gebakken die hier zijn bedacht: plat gefrituurd deeg met kaneel, een paar dollar per stuk.
Stratford en Guelph zijn de kleine steden die de reis afmaken
Een uur ten westen van Toronto begint het tweede Ontario. Stratford aan de Avon heeft sinds 1953 het Stratford Festival, dat van april tot oktober Shakespeare en modern repertoire speelt in vier theaters; kaarten beginnen rond de 40 dollar, omgerekend 26 euro, en het Stratford Perth Museum vertelt de plaatselijke geschiedenis. Guelph heeft het Guelph Civic Museum en het Riverside Park, en ligt met de trein een uur van Union Station.
Kitchener en Waterloo liggen daar tussenin, met de Kitchener Market op zaterdag als een van de oudste van Canada, en London heeft Museum London, het London Children's Museum en Storybook Gardens, op 200 kilometer van Toronto. Let op: Thunder Bay aan het Bovenmeer, met Sleeping Giant Provincial Park en Fort William Historical Park, staat in veel lijstjes bij deze steden, maar ligt 1.400 kilometer van Toronto en is een eigen reis.
Algonquin is de groene omweg voor wie meer dagen heeft
Wie na de steden natuur wil, rijdt drie uur noordwaarts van Ottawa of Toronto naar Algonquin Provincial Park, dat in 1893 werd ingesteld en daarmee het oudste provinciepark van Canada is. Door het zuiden loopt Highway 60 over 56 kilometer langs de meren, met het bezoekerscentrum op kilometer 43 en een stuk of vijftien gemarkeerde paden langs de weg. Een kampeernacht in de binnenlanden kost volgens de parktarieven zo'n 12,50 dollar per volwassene; kano's huur je bij de poorten voor 40 tot 50 dollar per dag, rond de 30 euro.
Voor een stedenreis is de dagvariant genoeg: de parkweg met uitkijkpunten, een korte kano-ochtend op Lake of Two Rivers en met geluk een eland langs de oever. In de laatste week van september en de eerste van oktober kleuren de esdoorns, en dan is het park op zijn drukst en zijn mooist tegelijk.
Praktisch door de provincie
De huurauto is de standaard: 60 tot 90 dollar per dag, omgerekend 40 tot 60 euro. De tolweg rond Toronto, de 407, rekent per kilometer af via het kenteken en stuurt de rekening naar de verhuurder; je kunt hem in de navigatie uitzetten. De treinen van VIA Rail langs de lus Toronto, Kingston, Ottawa zijn een bruikbaar alternatief voor wie alleen de steden doet, met vier en een half uur tussen Union Station en Ottawa; GO Transit rijdt in het weekend naar Niagara Falls en Megabus verbindt de kleinere steden. Algonquin en de wijnstreek vragen eigen wielen.
De Noord-Amerikaanse rekenregel geldt overal: belasting en een fooi van 15 tot 20 procent komen bovenop elke horecaprijs, samen ruwweg een kwart. En de afstanden blijven Canadees; plan nooit twee grote verplaatsingen op één dag.
Wanneer je gaat
Juni tot en met september is het volle seizoen: 20 tot 28 graden, alle boten in de vaart en de terrassen open, met juli en augustus als drukste weken. In september valt het Toronto International Film Festival, tien dagen waarin de hotelprijzen in de binnenstad verdubbelen. Eind september tot half oktober is de herfstweek waar iedereen voor komt, wanneer de esdoorns van Algonquin en de oevers goudrood kleuren; boek die weken vooruit.
De winter draait om Ottawa: de schaatsbaan van januari tot eind februari maakt de hoofdstad dan de beste bestemming van de provincie, tegen temperaturen van min 10 en kouder. April, mei en november zijn de stille tussenmaanden; de steden werken dan prima, maar de boten liggen stil en de vallen tonen zich grauw.