Lough Allen is met ongeveer 35 vierkante kilometer het eerste grote meer in de loop van de Shannon en ligt ingeklemd tussen twee bergruggen. Het peil wordt geregeld voor een waterkrachtcentrale verderop, waardoor de oeverlijn per seizoen tientallen meters opschuift; op sommige plekken vallen dan brede grindstroken droog. Rond het meer ligt een autoroute van ongeveer 50 kilometer met aanlegsteigers aan beide oevers. Kanoverhuur is er vanaf ongeveer 25 euro per dagdeel.
De Arigna-bergen
De bergrug ten westen van Lough Allen was tot 1990 een kolengebied, het laatste van Ierland dat in bedrijf was. Het mijnmuseum met rondleidingen door voormalige mijnwerkers staat net over de grens in County Roscommon, ongeveer 5 kilometer van de Leitrimse oever; een rondleiding duurt drie kwartier en kost rond de 12 euro. Over de bergrug loopt een panoramaweg tot ongeveer 400 meter hoogte. De hellingen zijn deels met naaldbos ingeplant.
De Shannon-Erne Waterway
Deze vaarweg van ongeveer 63 kilometer verbindt de Shannon met de Erne en telt zestien sluizen die je met een pasje zelf bedient. Het kanaal werd in de negentiende eeuw aangelegd, raakte binnen enkele jaren in onbruik en ging in 1994 opnieuw open. Een huurboot voor vier personen kost in het hoogseizoen rond de 1.200 euro per week; een vaarbewijs is niet nodig, wel een instructie bij vertrek. Langs het kanaal loopt op delen een jaagpad dat te belopen is.
Glencar
Het meer van Glencar is ongeveer 3 kilometer lang en ligt in een dal met steile wanden. Aan de noordzijde stort een waterval van ongeveer 15 meter naar beneden, bereikbaar over een vlonderpad van vijf minuten vanaf de parkeerplaats. Yeats verwerkte deze plek in een gedicht uit 1889, wat op een bord bij de val staat toegelicht. Toegang is gratis; parkeren kost een paar euro.
Lough Melvin
Lough Melvin ligt op de grens met Noord-Ierland en is ongeveer 13 kilometer lang. Het meer is onder biologen bekend omdat er drie duidelijk van elkaar verschillende forelvormen leven die verder vrijwel nergens voorkomen; ze zijn hier na de laatste ijstijd apart geëvolueerd. Vissen mag met een vergunning, te koop in de dorpen aan de oever. Er zijn aanlegplaatsen en bootverhuur vanaf ongeveer 60 euro per dag.
De bossen op de ijzerberg
Op de flanken van Sliabh an Iarainn, 585 meter hoog, staan naaldbossen die vanaf de jaren zestig zijn aangeplant op voormalige turfgrond. Er lopen gemarkeerde routes van 4 tot 9 kilometer met stijgingen tot ongeveer 250 meter. Op open plekken zie je nog de sporen van de ijzerwinning waaraan de berg zijn naam dankt. Let op: buiten de gemarkeerde paden is het terrein drassig en zakken schoenen tot over de enkel weg, ook na droge weken.
De lus bij Ballinaglera
Deze gemarkeerde ronde van ongeveer 10 kilometer begint in het gehucht Ballinaglera aan de oostoever van Lough Allen en klimt naar de flank van de berg. Onderweg passeer je oude veldmuren en een bron die volgens de plaatselijke overlevering geneeskrachtig water gaf. Het hoogteverschil is ongeveer 250 meter en de route duurt drie uur. De ondergrond wisselt tussen asfalt, karrenspoor en veen.
Planten en dieren
Leitrim heeft een zware kleibodem en veel neerslag, ruim 1.200 millimeter per jaar, wat het landschap groen en drassig houdt. In de natte weilanden groeien orchideeën en in de bossen komt de marter voor, die zich in Ierland de laatste decennia sterk heeft hersteld. Op de meren broeden futen en aalscholvers, en in het najaar overwinteren er duizenden watervogels. Bijna een vijfde van het graafschap is inmiddels met bos beplant, veel meer dan het Ierse gemiddelde.
Manorhamilton
Boven het dorp staat de ruïne van een versterkt huis uit 1634, gebouwd door een Schotse officier die hier land toegewezen kreeg. Het terrein is in het seizoen open met een klein bezoekerscentrum en een tuin, tegen een paar euro toegang. Vanaf het dorp is het vijf minuten lopen. Rond het dorp komen vier dalen samen, wat het een goed startpunt maakt voor de wandelroutes in het noorden.
Het kanaalpad bij Leitrim
In het dorp Leitrim begint de vaarweg naar de Erne, met de eerste sluis direct achter de aanlegsteiger. Langs het kanaal loopt een vlak pad dat over ongeveer 12 kilometer te belopen of te fietsen is. Het is er stil: het graafschap telt met rond de 35.000 inwoners de minste bewoners van Ierland. Bij de sluizen zijn bankjes en informatieborden over de aanleg.