4 verhalen

Vakantie in Albanië

Reistips, bezienswaardigheden en praktische informatie voor Albanië, geschreven door onze redactie.

Wat je moet weten over Albanië

Albanie ligt aan de Adriatische en de Ionische Zee, tegenover de hak van Italie en pal naast Corfu, en het was tot 1991 voor buitenlanders vrijwel gesloten.

Wat het is: een bergland met een kuststrook. Ruim zeventig procent van het land is heuvel of berg, en de vakantie speelt zich vrijwel volledig af op de smalle strook tussen de bergen en het water.

Wat het bijzondere eraan is: het is het laatste stuk Middellandse Zeekust in Europa waar de prijzen nog laag zijn en waar niet elk dorp al is volgebouwd. Dat verandert snel, en dat is precies waarom mensen er nu heen gaan.

Het weer bij ons meetpunt in Sarande, aan de Riviera: juli 31,6 graden overdag bij 21,7 's nachts, augustus 31,7 bij 21,9. In die twee maanden regent het gemiddeld twee tot drie dagen.

Wat er te kiezen valt: een appartement met zeezicht in een badplaats, een vakantiehuis in een dorp in de heuvels erachter, een vakantiewoning met zwembad even landinwaarts, of een klein vakantiehuisje in een olijfgaard.

Wat je vooraf moet weten: dit is geen land waar alles geregeld is. De wegen, het water en de afvalinzameling zijn niet op Nederlands niveau, en daar staat een eigen hoofdstuk over verderop.

De Riviera en Ksamil

De Albanese Riviera is de zuidelijke kuststrook, en dat is waar vrijwel iedereen heen gaat.

Waar het is: van Vlore in het noorden tot Sarande in het zuiden, ongeveer honderd kilometer waar de bergen recht in de Ionische Zee vallen.

Wat het water doet: dit is de Ionische kant, niet de Adriatische. Het water is er helderder en dieper blauw dan bij de noordelijke stranden, en dat verschil zie je meteen.

Ksamil: het zuidelijkste puntje, vlak bij de Griekse grens, met een handvol eilandjes voor de kust waar je naartoe kunt zwemmen. Het is het bekendste stukje van het land en het is in juli en augustus stampvol.

Wat de rest van de Riviera doet: dorpen als Himare, Dhermi en Borsh hebben hetzelfde water met minder mensen. Vanaf Ksamil is dat een uur tot anderhalf uur rijden naar het noorden.

Wat je moet weten over de stranden: veel ervan zijn kiezel of grof zand, en op de bekende plekken is vrijwel elke meter verhuurd aan een strandtent met bedden en parasols. Een handdoek op het zand leggen kan, maar de ruimte daarvoor is beperkt.

Wat er hard verandert: er wordt langs deze kust in hoog tempo gebouwd. Een baai die vorig jaar leeg was, kan dit jaar een hotel hebben. Kijk naar recente foto's en niet naar de foto's in de advertentie.

Butrint: werelderfgoed op tien minuten van het strand

Dit is het onderdeel dat Albanie onderscheidt van elke andere goedkope zonbestemming.

Wat het is: een archeologische vindplaats op een schiereiland in een lagune, met resten uit de Griekse, Romeinse, Byzantijnse en Venetiaanse tijd over elkaar heen.

De status: Butrint staat sinds 1992 op de werelderfgoedlijst van Unesco, als eerste archeologische vindplaats van het land.

Wat je ziet: een Grieks theater dat nog grotendeels overeind staat, een doopkapel met mozaiekvloer, een Byzantijnse basiliek en een Venetiaans fort met uitzicht over de lagune.

Waarom het ongewoon is: de plek is nooit overbouwd. Na de late middeleeuwen raakte het gebied moerassig en werd het verlaten, waardoor alles onder de begroeiing bleef liggen tot het in de twintigste eeuw werd opgegraven.

Waar het ligt: ongeveer twintig minuten ten zuiden van Sarande en tien minuten van Ksamil, dus je kunt het in een ochtend doen en 's middags gewoon naar het strand.

Wanneer je gaat: vroeg. Het is een plek met weinig schaduw en in de zomer loopt de temperatuur er tegen de middag hard op.

Het weer, maand voor maand

De zomer is hier lang, heet en uitgesproken droog, en de winter is nat.

Hoogzomer: juli 31,6 graden overdag bij 21,7 's nachts, augustus 31,7 bij 21,9. Regen is er nauwelijks: 2,1 en 3,2 regendagen in die twee maanden.

De schouders: juni komt op 28,0 met 5,4 regendagen en september op 27,0 met 8,9. Dat zijn wat ons betreft de twee beste maanden, want de warmte is dan te doen en de zee is op temperatuur.

Mei en oktober: 22,9 en 22,7 graden. Prima wandelweer, en zwemmen kan in oktober nog goed omdat de zee de zomerwarmte vasthoudt.

De winter: november is met 277 millimeter over 13,7 dagen veruit de natste maand van het jaar, gevolgd door december met 188 en januari met 191. Het blijft wel mild: januari haalt overdag nog 12,4 graden.

Wat opvalt: het contrast. In juli valt er 11 millimeter, in november 277. Dat is een factor vijfentwintig, en het betekent dat het seizoen hier scherp begrensd is.

Wat je ermee doet: ga tussen mei en oktober. Daarbuiten regent het stevig en is een groot deel van de kust dicht.

De bunkers

Wie door Albanie rijdt, ziet ze overal, en het verhaal erachter verklaart veel over het land.

Wat het zijn: betonnen koepels ter grootte van een tuinhuisje, met een schietgat, ingegraven in bermen, akkers, stranden en bergwanden.

Waarom ze er staan: het communistische regime van Enver Hoxha vreesde vanaf 1967 een invasie van vrijwel iedereen, inclusief de Sovjet-Unie en China waar het eerder mee bevriend was, en liet het hele land volbouwen.

Hoeveel het er zijn: dat is minder zeker dan vaak wordt beweerd. In documenten uit 1983 staat een aantal van 173.371 gebouwde bunkers. Er circuleren hogere getallen, tot in de honderdduizenden hoger, maar die zijn niet onderbouwd.

Wat ermee gebeurd is: een deel is opgeblazen, een deel staat er nog gewoon, en op een aantal plekken zijn ze omgebouwd tot cafe, opslag of museum. In Tirana zijn twee grote commandobunkers als museum ingericht.

Wat je ervan merkt op vakantie: je struikelt erover. Op stranden, in olijfgaarden en langs bergwegen staan ze, en bij sommige kun je zo naar binnen.

Waarom het meer is dan een curiositeit: het land was tot 1991 gesloten en straatarm, en dat is de reden dat de kust er nu nog uitziet zoals de Spaanse kust er in de jaren zestig uitzag.

Waarom het goedkoop is, en wat dat betekent

Voor veel mensen is de prijs de reden om hierheen te gaan, dus die verdient een eerlijk hoofdstuk.

Waar het zich in uit: uit eten, drinken, taxi's en toegangsprijzen zijn een fractie van wat je in Italie of Griekenland betaalt. Een maaltijd in een dorpsrestaurant kost er weinig.

Waar het zich niet in uit: de accommodatie aan het water in het hoogseizoen. In Ksamil en Sarande zijn de prijzen in juli en augustus de laatste jaren hard gestegen en niet langer opvallend laag.

Waarom het zo is: het gemiddelde inkomen ligt er ver onder het Europese, en het land is pas sinds de jaren negentig open. Dat verschil zit in alles wat lokaal geleverd wordt.

Wat een goedkope vakantie hier concreet betekent: buiten juli en augustus gaan, landinwaarts of een dorp verderop slapen, en eten waar de Albanezen eten in plaats van op de boulevard.

Wat je niet moet verwachten: dat goedkoop ook eenvoudig is. Je bespaart op de rekening en betaalt in tijd, aan slechte wegen en aan dingen die anders lopen dan gepland.

Wat er snel verandert: de prijzen stijgen jaarlijks merkbaar. Wie dit land wil zien voor het duur wordt, moet niet te lang wachten.

Waar je zit: kust, bergen of stad

Het land is klein maar de reistijden zijn lang, dus de keuze van je uitvalsbasis telt zwaar.

De Riviera in het zuiden: het water, de dorpen en Butrint. Voor de meeste bezoekers de juiste keuze.

De noordkust rond Durres en Golem: brede zandstranden, dichter bij het vliegveld, veel bebouwing en Adriatisch water dat troebeler is. Vooral gericht op Albanezen en Kosovaren zelf.

De bergen in het noorden, de Albanese Alpen rond Theth en Valbona: een compleet andere vakantie, met wandelen tussen dorpen en overnachten in gastenhuizen. Ruw, mooi en slecht bereikbaar.

Tirana: de hoofdstad, chaotisch, kleurrijk en de moeite van twee dagen waard, maar geen vakantiebestemming op zichzelf.

Berat en Gjirokaster: twee ommuurde stadjes met Ottomaanse huizen die allebei op de werelderfgoedlijst staan. Goed te combineren met de kust.

Wat de vuistregel is: kies de Riviera als je een strandvakantie wilt, en plan de rest als dagtocht of als losse etappe. Van de zuidkust naar de noordelijke bergen is een dag rijden.

Het aanbod, en wat je daarvan mag verwachten

Dit land staat pas kort op de kaart voor vakantiehuizen, en dat merk je aan het aanbod.

De orde van grootte: op onze zoekpagina staan er ruim zeshonderd adressen voor het hele land. Dat is een fractie van wat je voor Griekenland of Spanje vindt.

Wat het meeste is: appartementen in nieuwbouw aan de kust, vaak met balkon en zeezicht, en zelden ouder dan tien jaar.

Wat er minder is: het traditionele vrijstaande vakantiehuis met tuin. Wie een huisje in een olijfgaard zoekt, moet zoeken, en de mooiste liggen landinwaarts.

Wat een vakantiepark hier is: dat bestaat in Nederlandse zin niet. Er zijn hotelresorts en er zijn appartementencomplexen met een gedeeld zwembad, en dat is het.

Waar je op let: of er airco is in alle slaapkamers, hoe de watervoorziening geregeld is, en of er een generator is. Stroomuitval komt voor, vooral in de piek.

Wat er los bij komt: bij veel adressen een toeristenbelasting per persoon per overnachting en een eindschoonmaak.

Wat langer huren oplevert: buiten het seizoen is een heel huis voor een maand hier opvallend betaalbaar, en dat is de reden dat er 's winters Nederlanders zitten.

Wat je vroeg vastlegt: alles aan de Riviera in juli en augustus. De goede adressen daar zijn maanden van tevoren weg.

Heen en weer

De reis is korter dan mensen denken, maar het laatste stuk is het lastigst.

Vliegen: Tirana heeft directe vluchten vanuit Nederland, ongeveer twee en een half uur. Vanaf daar is het naar de Riviera nog drie tot vier uur rijden.

De slimme route naar het zuiden: vliegen op Corfu en met de veerboot naar Sarande. Die overtocht duurt een half uur tot anderhalf uur en zet je midden in het gebied waar je wilt zijn.

Met de auto vanuit Nederland: dat is ruim twee dagen rijden via Italie en de veerboot, of helemaal over land door de Balkan. Voor twee weken kan het, voor een week niet.

Rijden ter plaatse: de hoofdweg langs de kust is de laatste jaren flink verbeterd, maar de zijwegen naar dorpen en baaien zijn vaak smal, steil en slecht verhard.

Wat je moet weten over het verkeer: er wordt anders gereden dan hier. Inhalen gebeurt waar het kan en niet waar het mag, en er lopen geiten op de weg.

Of je een auto nodig hebt: ja, tenzij je een week op één strand blijft. Zonder auto zie je van dit land vrijwel niets.

Wanneer je moet gaan

Het seizoen is hier scherp begrensd en dat maakt de keuze eenvoudig.

Juni en september: onze aanrader. Achtentwintig en zevenentwintig graden, warm water, en het is druk maar niet vol.

Juli en augustus: het heetst, het duurst en het drukst. Ksamil is dan echt overvol, met files op de toegangsweg.

Mei en oktober: rustig en aangenaam, rond de tweeentwintig graden. In mei is de zee nog fris, in oktober juist prettig.

November tot april: nat en grotendeels gesloten. De kustdorpen leven dan op een laag pitje en veel restaurants zijn dicht.

Wanneer de Albanezen zelf gaan: half juli tot half augustus, en dan komen er ook veel bezoekers uit Kosovo en Noord-Macedonie. Dat is de piek boven op de piek.

Wat de bergen anders doen: daar loopt het seizoen van juni tot september, want de passen liggen buiten die maanden onder de sneeuw of zijn te nat.

Eten en het dagelijkse leven

Dit is een van de aangenaamste kanten van het land en het kost bijna niets.

Wat er op tafel komt: veel groente, lamsvlees, verse vis aan de kust, feta-achtige kaas en olijfolie uit de streek. De keuken leunt tegen de Griekse en de Turkse aan.

Wat je moet proberen: byrek, een hartige bladerdeegtaart die overal aan de weg wordt verkocht, en de gegrilde vis in de kustdorpen.

De koffie: espresso, overal, de hele dag door, en het is een sociale bezigheid. Een terras vol mannen met een klein kopje is het standaardbeeld van elk dorpsplein.

Betalen: veel is contant. Pinnen kan in de steden en in de toeristische plaatsen, maar reken niet op een betaalautomaat in een bergdorp.

De taal: Albanees lijkt op geen enkele andere taal. Engels wordt door jongeren goed gesproken, Italiaans door veel ouderen omdat de Italiaanse televisie er decennia de enige vensteropening was.

Wat je merkt van gastvrijheid: die is opvallend en oprecht. Er wordt snel iets aangeboden, en dat weigeren komt onbeleefd over.

De eerlijke nadelen

Er is genoeg wat tegenvalt, en dat hoor je liever van tevoren dan ter plaatse.

De wegen: buiten de hoofdroutes zijn ze slecht. Een adres dat op de kaart tien kilometer weg ligt, kan drie kwartier kosten over een onverharde helling.

Het afval: langs wegen en soms op stranden ligt zwerfvuil. De inzameling is niet overal op orde, en het is het eerste wat bezoekers noemen.

Het water: kraanwater is niet overal drinkbaar en de druk kan wegvallen. Neem flessenwater en vraag na hoe het bij je adres geregeld is.

De stroom: uitval komt voor, vooral in de zomerpiek als iedereen de airco aanzet.

De bouwwoede: langs de kust wordt overal gebouwd. Kans is reeel dat er naast je appartement een bouwput ligt die niet op de foto's staat.

De drukte in Ksamil: in augustus is het daar schouder aan schouder, met verkeer dat vastloopt op de enige weg erheen. Wie rust zoekt, moet naar het noorden langs de Riviera.