De Achterhoek heeft een stad van honderdvijftig inwoners
Foto: Henk Springer / Unsplash
Bronkhorst kreeg in 1482 stadsrechten en heeft die nooit verloren, terwijl het nooit groter werd dan een gehucht. Met ongeveer 150 inwoners geldt het volgens de gemeente als de kleinste stad van het land.
Daaromheen ligt een streek van kleine kernen, kastelen en houtwallen die u in een week met de fiets afgaat. Dit artikel behandelt de dorpen, met afstanden, entreeprijzen en openingstijden.
Bronkhorst is in een kwartier rondgelopen en autovrij
Het stadje bestaat uit een handvol straten met vakwerkhuizen en boerderijen, een kapel en de heuvel waar tot 1828 de burcht stond. Auto's parkeert u aan de rand.
Rondlopen is gratis. Er zijn enkele theetuinen en een klein museum; entree kost enkele euro's. Reken op een uur inclusief koffie. Let op de zondagen in de zomer: dan staat de parkeerplaats vol en lopen er honderden mensen door die paar straatjes. Ga op een doordeweekse ochtend.
Groenlo is een bierstad, geen wijnstad
Hier werd in 1615 de brouwerij gesticht die later Grolsch ging heten; de moderne fabriek staat inmiddels bij Enschede, maar de naam en de geschiedenis komen hier vandaan. Wijnbouw heeft deze streek nooit gekend.
In de stad staat een museum over het beleg van 1627 en de vestingwerken zijn deels hersteld; entree kost rond de 8 euro. Elke twee jaar wordt dat beleg in oktober met duizenden deelnemers nagespeeld. Wie iets uit de streek wil proeven, drinkt hier bier of jenever, geen wijn.
De watermolen die bij Borculo hoort, staat bij Eibergen
Aan de Berkel bij Eibergen staat de Mallumse molen, een watermolen die op ongeveer 4 kilometer van Borculo ligt. In Borculo zelf staat de molen niet, al wordt hij vaak aan die plaats toegeschreven.
De molen is op afspraak en tijdens open dagen te bezichtigen, doorgaans voor enkele euro's. In Borculo zelf herinnert een monument aan de windhoos van 10 augustus 1925, die het grootste deel van het stadje verwoestte; dat is de reden dat de bebouwing er jonger is dan u in de Achterhoek zou verwachten.
Bredevoort is sinds 1993 een boekenstadje
Foto: Thomas Bormans / Unsplash
In dit vestingstadje bij de Duitse grens zitten ongeveer twintig zaken met tweedehands en antiquarische boeken, verspreid over de kern. Het model is overgenomen van een Welsh dorp.
De winkels zijn doorgaans van donderdag tot zondag open. Op enkele dagen per jaar, waaronder Hemelvaartsdag en Tweede Pinksterdag, is er een grote boekenmarkt met kramen door het hele stadje. Rondlopen is gratis. Reken op twee uur als u werkelijk gaat zoeken, en neem contant geld mee.
Vorden heeft acht kastelen, maar u komt er zeven niet in
Rond het dorp ligt een fietsroute van ongeveer 32 kilometer langs acht kastelen en landhuizen. Bijna alle zijn particulier bewoond; u ziet ze vanaf de weg of vanaf de rand van het park.
De route is gratis en overal bewegwijzerd. Let op die beperking: wie verwacht kastelen van binnen te zien, komt bedrogen uit. Kasteel Vorden zelf is het best benaderbaar. De aardigheid zit in de route erlangs, door lanen, houtwallen en bos, en die is met kinderen goed te doen.
In Ruurlo hangt sinds 2017 de grootste verzameling werk van Carel Willink
Kasteel Ruurlo is verbouwd tot museum en toont het werk van de schilder die met zijn scherpe, dreigende taferelen bekend werd. Er is een combinatiekaart met een tweede museum in Gorssel, 15 kilometer verderop.
Entree kost rond de 17,50 euro en het museum is van dinsdag tot zondag open van 11.00 tot 17.00 uur. Reken op anderhalf uur, plus een uur voor de tuin en het park eromheen. Dit is de bruikbaarste binnenoptie van de streek op een regendag.
Aalten heeft het nationale museum over onderduiken
In deze plaats zaten in de oorlog naar verhouding zeer veel onderduikers; het museum vertelt dat verhaal met verstopplekken op ware grootte en met verhalen van mensen uit de streek zelf.
Entree kost rond de 10 euro en het is van dinsdag tot zondag open, doorgaans van 10.00 tot 17.00 uur. Reken op anderhalf uur. Voor kinderen vanaf een jaar of tien is dit concreter dan een tekst in een schoolboek, omdat het over deze straten en deze boerderijen gaat.
Praktisch
Vanaf Arnhem rijdt u in drie kwartier naar het hart van de streek, vanaf Zwolle in een uur. Er lopen treinlijnen naar Winterswijk, Zutphen en Doetinchem; de dorpen zelf bereikt u daarna per fiets of bus. Nederland betaalt met de euro.
De onderlinge afstanden zijn klein: tussen de dorpen in dit artikel zit steeds 10 tot 25 kilometer. Mei tot september geeft 15 tot 24 graden en is voor fietsen het aangenaamst. Veel musea en winkels in de kleine kernen zijn op maandag gesloten, en in de dorpen sluit de horeca doordeweeks vroeg.