Vakantiehuis in Belgisch Limburg Foto: Alex Vasey / Unsplash

Vakantiehuis huren in Belgisch Limburg

Huizen1573
Plaatsen14
Gem. /nacht€75
Score7,3

Vakantiehuizen per plaats in Belgisch Limburg

14 plaatsen in Belgisch Limburg

Elke plaats heeft een eigen gids met huizen en lokale tips.

Onze selectie

Mooiste huizen in Belgisch Limburg

Alle 1573 huizen →

Andere regio's in België

Misschien ook iets voor jou

Kies op kenmerk

Type vakantiehuis in Belgisch Limburg

Wat je moet weten over Belgisch Limburg

Belgisch Limburg is de noordoostelijke provincie van Vlaanderen, tegen Nederlands Limburg aan, met de Maas als grens in het oosten en de Kempen in het noorden.

Vanuit Nederland is het dichtbij: vanaf Eindhoven rijd je er in drie kwartier, vanuit Utrecht in ongeveer anderhalf uur, en vanuit Maastricht sta je binnen twintig minuten in Lanaken of Riemst.

Het weer is Vlaams en dus vergelijkbaar met thuis: augustus komt op 23,9 graden bij 14,1 regendagen, juli op 22,8 bij 14,7, april is met 11,1 regendagen de droogste maand, en januari blijft op 6,4 graden.

Wat er te kiezen valt: een vakantiepark met bungalows en een zwembad, een vakantiehuis in het bos, een huisje bij een boerderij, of een vakantiewoning in de Maasvallei. Overnachten voor één nacht kan bijna overal; een vakantiehuisje huren gaat er meestal per midweek, weekend of week.

Wat de provincie bijzonder maakt is niet één bezienswaardigheid maar de manier waarop ze fietsen hebben georganiseerd, en dat is hier uitgevonden.

Het fietsknooppuntennetwerk komt hier vandaan

Dit is het feit waar bijna niemand bij stilstaat als hij een knooppuntenkaart openvouwt.

Het systeem van genummerde knooppunten, waarbij je een route maakt door nummers achter elkaar te zetten, is in Belgisch Limburg bedacht en hier voor het eerst in de praktijk gelegd, in de jaren negentig. De bedenker was Hugo Bollen, mijningenieur, die het idee ontleende aan de manier waarop men zich in de ondergrondse mijngangen oriënteerde: niet op straatnamen, maar op genummerde punten.

Wat het opleverde: een netwerk dat nu over heel Vlaanderen, Nederland en delen van Duitsland ligt, en dat inmiddels in andere landen is nagebouwd.

Wat het voor je vakantie betekent: je hebt hier geen route nodig. Je pakt de kaart of het bordje bij de deur, kiest een paar nummers, en je komt vanzelf uit waar je wilt zijn.

Het netwerk in Limburg zelf is bijna tweeduizend kilometer lang en loopt grotendeels los van autoverkeer, veel ervan over oude mijnspoorlijnen.

En vrijwel elk vakantiepark en elk vakantiehuis in de provincie heeft de kaart in huis liggen, of fietsen in de schuur.

Fietsen door het water, de bomen en de heide

Op drie plekken in de provincie hebben ze het fietspad zelf tot bestemming gemaakt.

Fietsen door het Water ligt in Bokrijk, in Genk. Het pad loopt door een vijver heen, met het waterpeil aan weerszijden op ooghoogte, over een lengte van tweehonderd meter. Je rijdt tussen het water, niet erboven.

Fietsen door de Bomen ligt in Bosland bij Hechtel-Eksel. Daar loopt het pad in een dubbele spiraal van zevenhonderd meter omhoog tot ruim tien meter, tussen de stammen van een dennenbos, en weer omlaag.

Fietsen door de Heide ligt tussen Hechtel-Eksel en Helchteren, waar het pad langzaam tot enkele meters onder het maaiveld zakt zodat je door de heide rijdt in plaats van eroverheen.

Wat je moet weten: het zijn geen attracties met een kassa, ze horen bij het gewone fietsnetwerk en je rijdt er zo doorheen. Ze zijn gratis.

Eerlijk over de drukte: op mooie zondagen in het voorjaar staat er bij Fietsen door het Water een rij, en dan is er van de rust weinig over. Ga er 's ochtends vroeg of op een doordeweekse dag heen.

Nationaal Park Hoge Kempen

Dit was jarenlang het enige nationale park van België, en het ligt volledig in deze provincie.

Het gebied beslaat ruim twaalfduizend hectare tussen Genk, As, Maasmechelen, Zutendaal, Lanaken en Dilsen-Stokkem, en bestaat uit dennenbos, heide en oude zandgroeves die met water zijn volgelopen.

Er zijn acht toegangspoorten, elk met parkeergelegenheid en bewegwijzerde wandelroutes: Kattevennen bij Genk, Mechelse Heide bij Maasmechelen, Lieteberg bij Zutendaal, Station As, Pietersheim bij Lanaken, Terhills bij Eisden, Bergerven bij Opoeteren en de Duinengordel bij Opglabbeek.

Wat je ziet: in augustus en begin september kleurt de heide paars, dat is het moment waarop het er op zijn mooist is.

Wat de moeite waard is: de uitkijktoren op de Mechelse Heide, en de blauwe meren van de vroegere zandwinning bij Terhills, die door het witte zand een kleur hebben die je hier niet verwacht.

Praktisch: de meeste routes zijn goed begaanbaar met kinderen, en het park is grotendeels vlak. Honden mogen mee aan de lijn.

En vanaf de meeste vakantieparken in de omgeving fiets je er in een kwartier heen.

Het mijnverleden

Belgisch Limburg was tot 1992 mijnstreek, en dat verleden is er niet weggepoetst maar opnieuw gebruikt.

Zeven mijnzetels lagen op een rij van Beringen tot Eisden. Ze zijn allemaal gesloten, de laatste in Zolder in 1992, en de gebouwen die overbleven zijn stuk voor stuk herbestemd.

C-mine in Genk is de oude mijn van Winterslag, nu een terrein met een cultuurhuis, een designopleiding, restaurants en een wandeling door de oude schachten, met een uitkijk boven op de schachtbok.

Be-MINE in Beringen heeft het grootste industrieel-archeologische complex van Vlaanderen, met een steenberg waar een trap van meer dan zeshonderd treden overheen loopt, en een zwembad in de oude kolenwasserij.

Eisden bij Maasmechelen is nu Terhills, met een winkelcentrum in de oude cité en een hotel op het mijnterrein.

Wat het interessant maakt: de mijnwerkers kwamen uit Italië, Polen, Turkije en Marokko, en de cités waarin ze woonden staan er nog. Dat verklaart waarom je in Genk een Italiaanse ijssalon vindt naast een Turkse bakker.

Wat je nagaat: veel van deze sites zijn buiten het seizoen beperkt open.

Vakantieparken in de provincie

Belgisch Limburg heeft meer vakantieparken per vierkante kilometer dan welke andere Belgische provincie ook, en dat heeft een reden: bos, ruimte en Nederlandse gasten op een uur rijden.

De grote parken liggen in de Kempen. In Peer en Lommel staan twee terreinen met bungalows rond een overdekt zwemparadijs, in Houthalen-Helchteren liggen er twee tussen de dennen met eigen meren, en bij Maasmechelen is op het oude mijnterrein een resort gebouwd aan de blauwe meren.

Wat je op zo'n vakantiepark krijgt: een bungalow of vakantiewoning met eigen keuken, een zwembad dat bij de huur inbegrepen is, en meestal een speeltuin, verhuurfietsen en een restaurant.

Wat je nagaat voordat je boekt: of het zwembad bij de prijs zit of los betaald moet worden; wat de eindschoonmaak kost; of er een toeristenbelasting per persoon per nacht bij komt; en hoe ver de bungalow van het centrale gebouw af ligt, want dat scheelt met kleine kinderen.

Eerlijk over de nadelen: in de Nederlandse schoolvakanties zijn deze parken vol en zijn de prijzen twee tot drie keer zo hoog als in de weken ervoor of erna. Buiten die weken is het er stil en goedkoop.

Een losse overnachting is op de meeste parken buiten het seizoen mogelijk, in het hoogseizoen bijna nergens.

Wat voor vakantiehuis huur je hier

Naast de parken is er een tweede aanbod, en dat is minder bekend.

Het vrijstaande vakantiehuis in het bos is de gebruikelijkste vorm: een huis voor vier tot acht personen, met een tuin en soms een sauna, in de bossen rond Zutendaal, Bree, Peer of Maaseik.

De hoeve is de tweede vorm: een verbouwde vierkantshoeve of een schuur bij een boerderij, vaak in het Haspengouwse zuiden van de provincie, tussen de fruitbomen.

Het vakantiehuisje voor twee is er ruim voorhanden, en dat is in België goedkoper dan in Nederland: kleine huisjes bij een woonhuis, met eigen ingang.

En in de Maasvallei staan huizen aan of vlak bij het water, waar je vanaf het terras op de rivier kijkt.

Wat je nagaat: of er een oprit is en of je er met de auto tot aan de deur kunt; of de verwarming op stookolie of gas gaat, want dat kan tegenwoordig apart worden afgerekend; en of er wifi is, want in de bossen is het mobiele bereik matig.

Wat mensen vergeten: veel verhuurders rekenen in België met midweken van maandag tot vrijdag en weekenden van vrijdag tot maandag, en niet met de Nederlandse zaterdag-tot-zaterdagweek.

Bokrijk en de musea

Het Openluchtmuseum Bokrijk is de bekendste bestemming van de provincie en al sinds 1958 open.

Wat het is: een dorp van meer dan honderd oude gebouwen die uit heel Vlaanderen zijn afgebroken en hier weer opgebouwd, met vaklieden die er werken. Er wordt echt brood gebakken, er staat een smid en er lopen dieren rond.

Wat het bijzonder maakt tegenover Nederlandse openluchtmusea: er is een aparte afdeling over de jaren zestig en zeventig, en de vakmanschapsschool die er zit leidt ambachtslieden op die er ook les geven.

Naast Bokrijk: het Gallo-Romeins Museum in Tongeren, dat als beste museum van Europa is bekroond en de Romeinse geschiedenis van de streek vertelt.

Het Nationaal Park bezoekerscentrum Lieteberg in Zutendaal heeft een blotevoetenpad en een insectenmuseum.

En Alden Biesen in Bilzen is een waterburcht van de Duitse Orde, met tuinen die vrij te bezoeken zijn.

Voor een regendag, en die krijg je met veertien regendagen in juli, is dit de lijst waaruit je kiest.

De steden: Hasselt, Genk, Tongeren en Maaseik

De provincie heeft geen grote stad, maar wel vier die de moeite waard zijn.

Hasselt is de hoofdstad, compact en gemaakt om te winkelen, met het Jenevermuseum in een oude stokerij en de Japanse Tuin, de grootste in zijn soort in Europa, aangelegd naar het model van de zustergemeente Itami.

Genk is de mijnstad geworden tot cultuurstad, met C-mine, Bokrijk aan de rand en de meest gemengde bevolking van Vlaanderen.

Tongeren is de oudste stad van België, gesticht door de Romeinen, met resten van de stadsmuur, de basiliek en op zondagochtend de grootste antiekmarkt van de Benelux, met honderden kramen.

Maaseik ligt aan de Maas, heeft een marktplein met arcaden en is de geboorteplaats van de gebroeders Van Eyck, of dat wordt er in elk geval al eeuwen beweerd.

Wat de afstanden zijn: geen van deze steden ligt verder dan een half uur rijden van de andere, dus vanaf één vakantiehuis doe je ze allemaal.

De Maasvallei en het water

In het oosten vormt de Maas de grens met Nederland, en daar is de laatste twintig jaar veel veranderd.

Waar vroeger grind werd gewonnen zijn nu plassen en oeverzones, en die zijn samengevoegd tot het RivierPark Maasvallei, een grensoverschrijdend gebied dat aan beide kanten van de rivier ligt.

Wat je er doet: fietsen over de dijken, wandelen langs de grindplassen, en met de veerpont naar de Nederlandse kant. Er varen kleine voetveren tussen onder meer Ophoven en Roosteren.

Er lopen Konikpaarden en Gallowayrunderen in de uiterwaarden, die het gebied begrazen.

Bij Kessenich en Ophoven liggen de oudste dorpskernen, met kerkjes en veerhuizen.

Wat het water verder biedt: het Albertkanaal snijdt door de provincie, en bij Zutendaal en Kinrooi liggen recreatieplassen waar gezwommen en gezeild wordt. De Spaanjerd in Kinrooi is een watersportcentrum met verhuur.

Wat je moet weten: de Maas is een regenrivier zonder sluizen op dit traject, dus het waterpeil wisselt sterk, en zwemmen in de rivier zelf is er verboden.

Wanneer ga je

Augustus is met 23,9 graden de warmste maand en telt 14,1 regendagen; juli komt op 22,8 graden bij 14,7 dagen en juni op 22,8 bij 11,8.

April is met 11,1 regendagen en 53 millimeter de droogste maand van het jaar, en mei komt op 18,7 graden bij 11,8 dagen. Dat voorjaar is hier de beste tijd: droog, groen en rustig.

September houdt met 20,9 graden nog goed stand en telt 12,0 regendagen, en de heide bloeit dan nog.

December is met 15,1 regendagen de natste maand en januari blijft op 6,4 graden.

Wat het seizoen verder bepaalt: de Nederlandse en Belgische schoolvakanties vallen niet gelijk. In de Belgische krokusvakantie en herfstvakantie is het hier druk terwijl Nederland gewoon werkt, en andersom.

Waar je op let bij een vakantiepark: de weken van half juli tot eind augustus zijn het duurst, en de week na de Nederlandse zomervakantie is een van de goedkoopste van het jaar terwijl het weer nog goed is.

En voor de paarse heide moet je in de tweede helft van augustus zijn.

Wat het kost en waar je op let

Belgisch Limburg is voor Nederlanders een goedkope bestemming, en het scheelt vooral in wat je er ter plekke uitgeeft.

Wat je vooraf nagaat: of de eindschoonmaak in de prijs zit of apart komt; hoeveel toeristenbelasting per persoon per nacht wordt gerekend, want die verschilt per gemeente; of het bedlinnen en de handdoeken erbij horen; en of het zwembad op het park is inbegrepen.

Wat een verrassing kan zijn: energie die apart wordt afgerekend, wat bij vrijstaande huizen buiten het zomerseizoen om een fors bedrag kan gaan.

Waar je op bespaart: buiten de Nederlandse schoolvakanties boeken, een midweek in plaats van een week nemen, en een huis huren in plaats van een park als je toch niet zwemt.

Wat je meeneemt: fietsen of het geld om ze te huren, want zonder fiets mis je waar deze provincie om draait. Regenkleding hoort erbij, met veertien regendagen in juli.

Wat je in de auto laat liggen: de knooppuntenkaart van Limburg, want die is beter dan elke app en werkt ook zonder bereik.

En reken op korte afstanden: van welk vakantiehuis in deze provincie je ook vertrekt, alles ligt binnen een half uur.

Samengesteld uit ons actuele woningaanbod, OpenStreetMap, Wikipedia en Wikivoyage (CC BY-SA) en Open-Meteo-klimaatdata.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vakantiewoningen zijn er in Belgisch Limburg?
Er zijn ruim 1573 woningen beschikbaar in Belgisch Limburg.
Wat is een goede uitvalsbasis in Belgisch Limburg?
Dat hangt af van je voorkeur. Bekijk de populaire plaatsen in Belgisch Limburg hieronder.
Zijn er last-minute aanbiedingen?
Regelmatig wel: woningen met vrije capaciteit staan in het actuele aanbod.