8 verhalen

Vakantie in Noord Ierland

Reistips, bezienswaardigheden en praktische informatie voor Noord Ierland, geschreven door onze redactie.

Wat je moet weten over Noord Ierland

Noord-Ierland beslaat de noordoostelijke hoek van het eiland Ierland en hoort staatkundig bij het Verenigd Koninkrijk.

Wat je eerst moet weten: dit is niet hetzelfde als de Republiek Ierland. Zes graafschappen, Britse ponden, Britse maten op de borden en een eigen hoofdstad, Belfast. De grens met de Republiek is open en onzichtbaar.

Wat het is: een klein gebied met een spectaculaire noordkust, een groot binnenmeer en een bergketen in het zuiden. Van de ene kant naar de andere rijd je in twee uur.

Wat het bijzondere eraan is: de Giant's Causeway, ongeveer veertigduizend zeshoekige basaltzuilen die als een geplaveide weg de zee in lopen. Sinds 1986 werelderfgoed.

Het weer bij ons meetpunt in Belfast: juli 18,2 graden overdag bij 11,8 's nachts, augustus 18,0 bij 11,9. En een verrassing: Belfast is met ongeveer duizend millimeter per jaar aanzienlijk droger dan de Ierse westkust.

Wat er te kiezen valt: een cottage aan de Causeway Coast, een vakantiehuis bij Lough Neagh, een vakantiewoning in de Mournes, een appartement in Belfast of een huisje op een vakantiepark aan de noordkust. Voor een week vakantie is alles vanaf één adres te doen.

Wat Noord-Ierland is, en wat het niet is

Dit staat vooraan omdat het de meest gemaakte verwarring is.

De situatie: Noord-Ierland is een van de vier landsdelen van het Verenigd Koninkrijk, samen met Engeland, Schotland en Wales. Het beslaat zes graafschappen in het noordoosten van het eiland Ierland.

Wat er anders is dan in de Republiek: de munt is het Britse pond, de afstanden op de borden staan in mijlen, en de snelheidslimieten zijn Brits.

De grens: die is open en er is geen controle. Je merkt hem aan de borden en aan je telefoon.

Wat dat voor je reis betekent: als je beide kanten doet, heb je twee munten nodig en moet je nagaan of je huurauto en je verzekering de grens over mogen. Dat is meestal wel zo, maar niet altijd.

Wat het paspoort betreft: voor Noord-Ierland gelden de Britse regels, dus een geldig paspoort. Een identiteitskaart volstaat niet.

Waarom het toch als één eiland aanvoelt: het landschap loopt door, de wegen lopen door, en veel bezoekers doen beide kanten in één reis.

De Giant's Causeway

Dit is de reden dat de meeste bezoekers komen, en het is geen tegenvaller.

Wat het is: ongeveer veertigduizend basaltzuilen, de meeste zeshoekig, die als een geplaveid pad de zee in lopen. Ze zijn ontstaan toen dikke lava langzaam afkoelde en in kolommen scheurde.

De status: sinds 1986 staat het samen met de omliggende kust op de werelderfgoedlijst van Unesco.

De legende: volgens het verhaal legde de reus Finn MacCool de weg aan om naar Schotland te lopen. Aan de Schotse kant, op het eiland Staffa, ligt precies dezelfde formatie, want het is dezelfde lavastroom.

Wat je moet weten over de kosten: de zuilen zelf zijn vrij toegankelijk via een kustpad. Het bezoekerscentrum en de parkeerplaats zijn dat niet, en dat is waar de kosten zitten.

Wanneer je gaat: vroeg of laat op de dag. Tussen elf en drie komen de bussen en staat het vol.

Wat het weer doet: bij regen en wind zijn de zuilen glad en de zee onvoorspelbaar. Blijf van de laagste rijen af bij ruw water.

De Causeway Coast

De kust waar de Causeway aan ligt is minstens zo goed als de attractie zelf.

Wat er ligt: een strook van ongeveer vijftig kilometer tussen Portstewart en Ballycastle, met kliffen, baaien, ruines en witte stranden.

Carrick-a-Rede: een touwbrug naar een rotseiland, ooit door zalmvissers gebruikt, nu met kaartjes en tijdvakken. Vraagt geen moed maar wel een reservering.

Dunluce Castle: een kasteelruine op een rots boven zee, waarvan ooit een deel van de keuken de zee in is gestort. Het is de meest gefotografeerde ruine van het land.

De Dark Hedges: een laan met beuken die over de weg heen groeien, bekend geworden door een televisieserie. Ga vroeg, want het is een gewone openbare weg en er staat de hele dag volk.

Bushmills: de distilleerderij ertussenin, een van de oudste ter wereld met een vergunning uit 1608.

Het kustpad: er loopt een wandelroute langs deze hele strook, en die is de mooiste manier om het te zien.

Het weer, en waarom het hier droger is

Dit is de aangename verrassing van dit deel van het eiland.

De cijfers: juli 18,2 graden overdag bij 11,8 's nachts, augustus 18,0 bij 11,9. Juli telt 16,8 regendagen en augustus 17,4.

Waarom dat meevalt: Belfast komt op ongeveer duizend millimeter per jaar. Galway aan de Ierse westkust zit op ruim tweeduizenddriehonderd en Aberystwyth in Wales op achttienhonderd.

Hoe dat komt: de bergen in het westen van het eiland vangen de regen van de Atlantische Oceaan op, en het oosten ligt in de luwte daarvan.

De winter: mild. Januari komt overdag op 7,3 graden en zakt naar 3,0. Het vriest er zelden en sneeuw blijft aan de kust nauwelijks liggen.

De droogste maanden: april met 62 millimeter en mei met 69. Dat zijn ook de maanden met het minste aantal regendagen.

Wat je ermee doet: dit is de kant van het eiland waar je de beste kans op een droge week hebt. Dat is geen garantie, maar het scheelt merkbaar met het westen.

Belfast

De hoofdstad is klein, is snel veranderd, en is de moeite van twee dagen waard.

Wat het is: ruim driehonderdduizend inwoners, een compact centrum en een haven die het verhaal van de stad vertelt.

Titanic Belfast: het museum op de plek waar het schip is gebouwd, in een gebouw met de vorm van scheepsboegen. Het is het best bezochte museum van het land en het is goed gemaakt.

De muurschilderingen: in West-Belfast staan grote politieke muurschilderingen aan beide zijden, en er staan nog vredesmuren tussen wijken. Er worden rondritten met zwarte taxi's gereden waarbij chauffeurs hun eigen kant van het verhaal vertellen.

Wat je daarbij moet weten: het conflict dat de Troubles wordt genoemd duurde ruwweg van eind jaren zestig tot het Goedevrijdagakkoord van 1998. De sporen zijn zichtbaar en het onderwerp ligt gevoelig. Als bezoeker luister je en oordeel je niet.

Wat er verder is: een goede eetcultuur, de Cathedral Quarter met pubs en muziek, en de botanische tuin.

Hoe veilig het is: gewoon veilig. De stad is een normale Britse stad met een geschiedenis.

De Mournes, Strangford Lough en het binnenland

Buiten de noordkust liggen gebieden waar bijna geen buitenlandse bezoeker komt.

De Mourne Mountains: een compacte bergketen in het zuiden, met granieten toppen tot ruim achthonderd meter en een muur van losse stenen die over de hele kam loopt, tweeendertig kilometer lang.

Strangford Lough: een groot getijdenmeer ten oosten van Belfast, met honderden eilandjes, zeehonden en in het najaar tienduizenden ganzen uit de poolgebieden.

Lough Neagh: het grootste zoetwatermeer van de Britse eilanden, midden in het land, en merkwaardig genoeg nauwelijks toeristisch ontsloten.

De Sperrins: heuvels in het westen, leeg en stil, met de laagste bezoekersaantallen van het hele gebied.

De Fermanagh Lakelands: in het zuidwesten, waar je met een boot dagenlang tussen de meren kunt varen.

Wat dat voor je week betekent: alles ligt binnen twee uur rijden van Belfast, dus je kunt vanaf één adres het hele gebied doen.

Wat je huurt en waar je zit

Het aanbod is bescheiden maar goed verdeeld.

De omvang: ruim elfhonderd adressen voor het hele gebied. Dat is weinig vergeleken met Wales of Engeland, maar het gebied is dan ook klein.

Waar de meeste staan: langs de Causeway Coast en rond Belfast.

Wat je krijgt: stenen cottages op het platteland, huizen in de dorpen langs de kust, en appartementen in de stad.

Wat er bij hoort: bij veel cottages een haard, en vaak mag de hond mee, net als in de rest van de Britse eilanden.

Wat je nakijkt: hoe het huis verwarmd wordt, want olie en elektriciteit zijn er duur, en of er in de winter voorraad hout of turf bij zit. Een toeristenbelasting per overnachting kent Noord-Ierland niet.

Wat een klein vakantiehuisje aan de kust kost: buiten juli en augustus valt dat mee, en wie er maar twee nachten wil overnachten vindt in het laagseizoen ruim keuze.

Wat je vroeg vastlegt: alles aan de Causeway Coast voor juli en augustus. Dat is de enige strook waar het echt vol loopt.

De filmlocaties

Dit is voor een deel van de bezoekers de hele reden om te komen, dus het verdient een eerlijke plek.

Wat er is opgenomen: grote delen van een bekende fantasyserie zijn hier gefilmd, met locaties langs de kust, in bossen en bij ruines.

Wat de bekendste zijn: de Dark Hedges, Ballintoy Harbour, Castle Ward en de Cushendun-grotten.

Hoe dat georganiseerd is: er zijn bewegwijzerde routes en er is een tentoonstelling met originele decors en kostuums in een oude studio.

Wat je ervan moet verwachten: het zijn gewone plekken in een gewoon landschap. Wie de serie niet kent, ziet een mooie haven of een bosweg, en dat is ook prima.

Wat het praktisch betekent: op de bekendste locaties is het druk en is parkeren beperkt. De Dark Hedges liggen aan een openbare weg waar niet geparkeerd mag worden.

Waarom het hier zoveel is opgenomen: een combinatie van filmsubsidie, een studio in Belfast en een kustlijn die er in elk weertype dramatisch uitziet.

Heen en weer, en het rijden

Noord-Ierland is minder bereikbaar dan de rest van het Verenigd Koninkrijk, en dat vraagt planning.

Vliegen: Belfast heeft twee luchthavens. Vanuit Nederland zijn er directe vluchten, en anders vlieg je op Dublin en rijdt in twee uur door.

Met de auto: dat is een lange reis, want je moet twee keer het water over: naar Engeland en dan van Schotland of Wales naar Noord-Ierland.

De slimme route: vliegen op Dublin, daar een auto huren en de grens over. Controleer wel of je huurcontract dat toestaat en of de verzekering meegaat.

Links rijden: net als in de rest van het Verenigd Koninkrijk, en ook in de Republiek. Dat is dus geen extra aanpassing als je beide doet.

De wegen: goed en rustig. Noord-Ierland heeft na Belfast weinig druk verkeer, en de afstanden zijn kort.

De maten: in Noord-Ierland staan mijlen op de borden, in de Republiek kilometers. Dat is aan de grens even opletten.

Wanneer je moet gaan

Het seizoen is kort en het draait om de kans op droog weer.

Onze aanrader: mei en juni. Dat zijn de droogste maanden, de dagen zijn lang en het is rustig.

Juli en augustus: het drukst aan de kust, en met bijna zeventien regendagen per maand ook natter dan het voorjaar.

September: nog mild, minder mensen, en de regen neemt langzaam toe.

Oktober tot maart: nat en donker, maar mild. Belfast blijft interessant en de kust is in de winter spectaculair leeg.

Wat je moet weten over juli: begin juli is er een periode met optochten die in sommige plaatsen tot spanningen leidt. Dat is voor bezoekers zelden een probleem, maar het is goed te weten waarom er dan zoveel vlaggen hangen.

Wat het licht doet: in juni is het tot na tienen licht, in december om vier uur donker.

De eerlijke nadelen

Er zijn duidelijke redenen waarom dit gebied niet voor iedereen is.

Het is klein: van kust tot kust rijd je in twee uur. Voor twee weken op één plek is het voor de meeste mensen te weinig.

Het weer: zeventien regendagen in augustus, achttien graden. Droger dan de rest van het eiland, maar dat is een lage lat.

Het aanbod: elfhonderd adressen. In het hoogseizoen is de keuze aan de Causeway Coast snel op.

De bereikbaarheid: twee keer het water over met de auto, of vliegen via Dublin.

De drukte op de bekende plekken: de Causeway, de touwbrug en de Dark Hedges zijn in de zomer overvol, terwijl de rest van het gebied leeg is.

En de geschiedenis: die is recent en zichtbaar. Voor de meeste bezoekers is dat juist interessant, maar wie een onbezorgde zonvakantie zoekt zonder die context, zit hier verkeerd.