Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
De muurschilderingen in Belfast zijn geen straatkunst
In de stad staan volgens de universiteit die ze documenteert enkele honderden politieke muurschilderingen, waarvan de oudste uit het begin van de twintigste eeuw stammen en de meeste uit de jaren zeventig en later. Ze zijn gemaakt om een standpunt uit te dragen, niet om een gevel te verfraaien.
Wie ze bekijkt, kijkt naar de geschiedenis van de Troubles, het conflict dat pas in 1998 met het Goede Vrijdag-akkoord werd beëindigd. Dit artikel legt uit waar ze staan, wat ze betekenen en hoe je er als bezoeker mee omgaat.
De Falls Road en de Shankill Road liggen op een kilometer van elkaar
In West-Belfast loopt de Falls Road, die als hart van de Iers-nationalistische gemeenschap geldt, en parallel daaraan de Shankill Road, die dat voor de Britsgezinde gemeenschap is. Er zit ongeveer een kilometer tussen, en langs de Falls staat de Gaeltacht Quarter met straatnaamborden in het Iers.
Beide zijn gewone woonstraten met winkels, en je loopt er vrij doorheen; kijken kost niets en kan dag en nacht. Vanaf het stadhuis is het twee kilometer lopen of tien minuten met de bus. Reken op twee tot drie uur voor beide straten met de zijstraten.
De peace walls staan er nog, en gaan 's avonds dicht
Tussen die wijken staan de peace walls van beton, staal en gaas, sommige tot acht meter hoog. De eerste werd in 1969 als tijdelijke maatregel neergezet; er zijn er in de stad nu tientallen, en de poorten erin gaan 's avonds dicht en 's ochtends weer open.
De overheid streefde ernaar ze in 2023 te hebben verwijderd; dat is niet gehaald, onder meer omdat een deel van de omwonenden ze wil houden. Op de Peace Wall aan de Cupar Way mag je met viltstift schrijven. Ga overdag; als een poort dicht is, moet je er ver omheen.
De schilderingen zeggen wat ze willen zeggen
Aan de kant van de Falls Road zie je portretten van Bobby Sands en de andere hongerstakers uit 1981, de International Wall met solidariteitsleuzen uit de hele wereld en verwijzingen naar de Ierse taal. Aan de kant van de Shankill staan gemaskerde figuren, koninklijke symbolen en herdenkingen van gevallen strijders.
Sinds het Goede Vrijdag-akkoord zijn er tientallen van de meest militante schilderingen vervangen door sport- en cultuurthema's. Wat je ziet is dus een momentopname: er wordt met enige regelmaat overheen geschilderd, wat maakt dat oude reisgidsen op dit punt vrijwel altijd achterlopen.
Met een black taxi tour krijg je het verhaal van één kant
De black taxi tours duren anderhalf tot twee uur en kosten 35 tot 50 pond voor twee personen, omgerekend rond de 50 euro. De chauffeur komt doorgaans zelf uit een van beide gemeenschappen en vertelt vanuit dat perspectief.
Sommige aanbieders combineren twee gidsen, één van elke kant, in dezelfde tocht. Dat kost meer maar levert een vollediger beeld. Wandelrondleidingen bestaan ook en kosten 15 tot 25 pond per persoon; ze duren twee uur en vertrekken doorgaans dagelijks vanaf het stadhuis aan Donegall Square.
Als bezoeker gelden er een paar ongeschreven regels
Dit zijn woonwijken. Fotografeer gevels en muren, geen mensen zonder te vragen, en ga niet in tuinen of opritten staan. Draag geen sjaals, shirts of vlaggen die aan een van beide kanten worden gelezen als partijkeuze; ook voetbalshirts vallen daaronder.
Let op: rond 11 en 12 juli, de Twelfth, is het marcheerseizoen, met honderden optochten en grote brandstapels. In die dagen is de sfeer in delen van de stad gespannen en zijn er wegafsluitingen. Wie dan komt, houdt afstand van de bijeenkomsten zelf; de politie meldt vooraf welke straten die dagen dicht zijn.
Oost-Belfast heeft schilderingen over C.S. Lewis
Aan de andere kant van de Lagan ligt de wijk waar in 1898 C.S. Lewis werd geboren, de schrijver van de Narnia-boeken. Aan de Newtownards Road is in 2016 C.S. Lewis Square ingericht met zeven bronzen beelden uit zijn boeken, en in de buurt staan schilderingen over zijn werk; de EastSide Visitor Centre ernaast heeft een wandelroute langs de plekken uit zijn jeugd.
Het plein is gratis en dag en nacht toegankelijk; vanaf het centrum ben je er in vijftien minuten met de bus. Ook deze wijk heeft politieke schilderingen, maar er staan er meer over de scheepsbouw, sport en literatuur, wat een ander beeld geeft dan West-Belfast. Aan dezelfde kant van de rivier liggen de Titanic Quarter met het museum uit 2012 en de Ballyhackamore-straat met zijn eetzaken.
In de Cathedral Quarter is de kunst wel decoratief
Rond de Saint Anne's Cathedral liggen de straten van de Cathedral Quarter vol hedendaagse muurkunst die tijdens het jaarlijkse Hit the North-festival wordt aangebracht: portretten, dieren en abstract werk, zonder politieke lading.
Rondlopen is gratis en het gaat om ongeveer tien straten binnen een halve vierkante kilometer, met de Commercial Court en de Duke of York als bekendste steeg. In dezelfde straten zitten de meeste cafés met livemuziek, waar doorgaans van woensdag tot zondag wordt gespeeld en waar geen entree wordt gevraagd. Dit is het deel van de stad waar het onderscheid tussen de twee gemeenschappen het minst zichtbaar is.
Praktisch
Vanuit Nederland vlieg je in ongeveer anderhalf uur; George Best Belfast City Airport ligt op vijf kilometer van het centrum, Belfast International op ruim 30. Noord-Ierland betaalt met ponden en sinds 2025 heb je voor een bezoek een digitale reisvergunning nodig. Een dagkaart voor de Glider-bus en de trein in de stad kost enkele ponden.
Mei tot september geeft 14 tot 19 graden en de langste dagen; de rest van het jaar is het nat en waait het. De stad is voor bezoekers overdag onproblematisch, ook in de wijken uit dit artikel; dat neemt niet weg dat het onderwerp voor bewoners levend is en dat een respectvolle toon op zijn plaats is. Voor de achtergrond: het Ulster Museum in het Botanic Gardens-park heeft een gratis afdeling over de Troubles.