Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Vanuit Chamonix zit je in een half uur in twee andere landen
Het dal van Chamonix ligt ingeklemd tussen Zwitserland en Italië. Via Vallorcine ben je in een half uur over de Zwitserse grens en door de Mont-Blanc-tunnel van 11,6 kilometer in ongeveer dezelfde tijd in Italië.
Dat maakt de dagtrips hier gevarieerder dan in de meeste Alpendalen. Dit artikel zet ze op een rij, met reistijden, prijzen en de maanden waarin de passen open zijn.
Het Meer van Émosson ligt op 1.930 meter achter een stuwdam
Foto: Gabriele Battimelli / Pexels
Vlak over de Zwitserse grens ligt het stuwmeer van Émosson op 1.930 meter, achter een dam van bijna 180 meter hoog. Op twee uur lopen vanaf het meer liggen volgens de geologen voetsporen van dinosauriërs in de rotsplaat, ongeveer 250 miljoen jaar oud.
Met de auto ben je er in een uur via Vallorcine en Le Châtelard. Wie liever niet rijdt, neemt de kabelbaantrein vanaf Finhaut, een combinatie van kabelspoor en panoramatreintje, voor 30 tot 45 euro retour. Reken op een hele dag. Let op: de weg naar het meer is van november tot mei gesloten.
De passen rond het dal zijn niet allemaal het hele jaar open
De Col des Montets op 1.461 meter aan de noordkant van het dal is doorgaans het hele jaar open en is de route naar Zwitserland. De Col de la Forclaz op 1.527 meter aan de Zwitserse kant en de Col des Aravis op 1.486 meter ten westen zijn zomerpassen die bij sneeuwval dichtgaan.
Rijden kost alleen benzine. Reken op een half uur per pas vanaf het dal. Let op: de wegbeheerders publiceren dagelijks welke passen open zijn; ga daar op af en niet op de kaart of de navigatie, want die houden geen rekening met winterafsluitingen.
Vanuit Les Houches rijdt een kabelbaan naar het uitzichtbalkon
Foto: Walter Coppola / Pexels
Les Houches ligt 8 kilometer ten zuiden van Chamonix op 1.000 meter. De Bellevue-kabelbaan brengt je naar 1.800 meter, waar je aansluit op het bergtreintje dat vanaf Saint-Gervais naar 2.372 meter klimt, het hoogste punt dat je hier zonder te lopen bereikt.
De kabelbaan kost 20 tot 28 euro retour en het treintje rond de 40 euro. Reken op een halve dag. Bij het dorp liggen het Lac des Chavants om te picknicken en het Merlet-dierenpark met alleen alpiene dieren, voor 8 tot 11 euro.
De meren voor een picknick liggen lager dan je denkt
Foto: Manon Ridet / Pexels
Niet elk bergmeer vraagt een klim. Het Lac des Gaillands aan de rand van Chamonix ligt aan de weg en heeft een klimrots ernaast; het Lac Vert bij Passy ligt in een dennenbos met de bergketen erin weerspiegeld, op een half uur rijden.
Beide zijn gratis en dag en nacht toegankelijk; parkeren kost bij het Lac Vert enkele euro's. Reken op een halve dag, met een half uur rijden vanaf Chamonix. Let op: zwemmen mag niet in elk bergmeer en in het Lac Vert is het verboden; de meren rond Annecy op vijf kwartier rijden zijn daar wel geschikt voor.
Over de grens liggen twee dorpen met een heel ander karakter
Het Zwitserse Trient is een gehucht met een opvallend roze geschilderde kerk, aan de voet van de Trient-gletsjer en aan de route van de Tour du Mont Blanc. In Martigny verderop zit de Fondation Gianadda met wisselende kunsttentoonstellingen en een Romeins museum.
Trient bekijken kost niets; de Fondation vraagt rond de 20 euro en is dagelijks open. Reken op een halve dag. Let op: in Zwitserland betaal je met frank, en de snelwegvignetplicht geldt ook voor korte ritten over de autosnelweg.
Naar Italië ga je door de tunnel van elf kilometer
Courmayeur ligt aan de Italiaanse kant van de Mont Blanc, op een half uur rijden door de tunnel. Vanaf daar gaat de Skyway in twee stappen naar 3.466 meter, met draaiende cabines die onderweg rondgaan.
De tunnel kost rond de 55 euro enkele reis en 70 euro retour als je binnen drie dagen terugkomt; de Skyway kost rond de 55 euro retour. Reken op een hele dag. Let op: in de tunnel geldt een verplichte tussenafstand van 150 meter en een snelheid van 70 kilometer per uur, met camera's die daarop controleren.
De trein door het dal rijdt naar twee kanten
De Mont-Blanc-Express rijdt van Saint-Gervais via Chamonix en Vallorcine naar Martigny in Zwitserland, over een spoorlijn met tandradstukken die langs de Arve-rivier en door de kloof klimt.
Een kaartje binnen het dal kost 3 tot 6 euro en naar Martigny rond de 30 euro. Wie in de gemeente overnacht, reist met de gastenpas gratis binnen het dal. Reken op anderhalf uur naar Martigny. Dit is de goedkoopste manier om de dalwandelingen aan één kant te beginnen en aan de andere te eindigen.
De bekendste bergwandeling begint bij een kabelbaan
Vanaf het bovenstation van de Flégère loop je in twee uur naar het Lac Blanc op 2.352 meter. Wie verder wil, gaat door naar de Aiguillette des Posettes of beklimt vanaf Vallorcine de Buet, met 1.700 hoogtemeters de zwaarste dagtocht van het dal.
De kabelbaan kost 35 tot 45 euro retour en lopen is gratis. Reken op vier uur heen en terug naar het meer. Let op: tot in juli ligt er op de laatste hellingen sneeuw, en bij het Lac Blanc staat een berghut waar je alleen met reservering kunt overnachten.
Praktisch
Frankrijk betaalt met de euro, Zwitserland met de frank en Italië weer met de euro; pinnen kan overal. Naar Annecy rijd je in vijf kwartier over 95 kilometer, naar Genève in anderhalf uur. Vanaf Utrecht is het negen uur rijden.
Neem op elke dagtrip een jas, lange broek en water mee, want op 2.000 meter is het tien graden kouder dan in het dal en slaat het weer in een uur om. Let op: voor Zwitserland heb je een snelwegvignet nodig en voor Italië de tunnelkosten; reken die bij een dagtrip vooraf mee, want samen lopen ze op tot 80 euro per auto.