Foto: Mick Kirchman / Unsplash
Vakantiehuis huren in Funchal
3 huizen bij Universo de Memórias João Carlos Abreu
Binnen 2 km van Universo de Memórias João Carlos Abreu. Toon alle huizen
Cottage
25 foto's
Cottage voor 2 personen met zwembad
Vakantieappartement
7 foto's
Vakantieappartement voor 2 personen met terras
Vakantieappartement
7 foto's
Vakantieappartement voor 2 personen met balkon
In en om Funchal
Wat doe je hier? —
Echte plekken met de afstand tot het centrum. Klik door naar de huizen in de buurt.
Museum
Museum
Kasteel
Uitzicht
Bezienswaardigheid
Bezienswaardigheid
Activiteiten in Funchal
Rondleidingen, tickets en dagtrips. Je boekt en betaalt op viator.com.
Funchal het jaar rond
Gemiddelde maximumtemperatuur per maand. Klimaatnormalen over 30 jaar.
Andere plaatsen in Madeira
Type vakantiehuis in Funchal
Wat je moet weten over Funchal
Funchal is de hoofdstad van Madeira, ligt aan de zuidkust in een natuurlijke kom tussen de bergen en telt ongeveer honderdduizend inwoners.
Wat de stad is: een havenstad die als een amfitheater tegen de helling op loopt, met een oude kern aan het water, wijken die tot zeshonderd meter hoogte klimmen, en een kabelbaan die je naar het dorp Monte boven de stad brengt.
Het weer is het argument om hier te zijn. Augustus komt op 27,2 graden bij 3,7 regendagen, juli op 25,5 bij 2,7, september op 25,1 bij 14,6 dagen en januari blijft op 18,4 graden bij 13,6 's nachts. Het is hier dus nooit koud en nooit echt heet, en dat maakt Funchal een bestemming voor het hele jaar.
Wat er te kiezen valt: een appartement in het centrum of aan de boulevard, een vakantiewoning in de wijken op de helling met uitzicht over de baai, of een vakantiehuis met zwembad in de dorpen buiten de stad. Een vakantiepark in de Nederlandse zin bestaat hier niet; het aanbod bestaat uit appartementen, hotels en losse huizen.
Een vakantie in Funchal is een wandelvakantie met een stad eronder. Wie een strandvakantie zoekt, moet verder lezen, want dat is precies het punt waarop deze bestemming anders is dan hij lijkt.
Het eerlijke verhaal over de stranden
Begin hiermee, want dit is de reden dat mensen soms teleurgesteld thuiskomen.
Wat er niet is: geel zandstrand. Madeira is een vulkanisch eiland dat steil de zee in duikt, en de kust bestaat uit kiezels, keien en zwarte rotsen.
Wat er in Funchal wel is: een reeks aangelegde badplekken aan de Lido-promenade, met betonnen platforms, trappen het water in, zwembaden en ligbedden. Dat werkt prima, maar het is zwemmen vanaf een steiger en niet vanaf een strand.
Wat er verder is: Praia Formosa aan de westkant van de stad, het grootste strand van Funchal, van kiezels en donker zand. En bij Calheta, drie kwartier westelijk, ligt een aangelegd strand met ingevoerd geel zand tussen twee pieren.
Waar het echte zand ligt: op Porto Santo, het buureiland, met negen kilometer aaneengesloten goudgeel strand. Daar vaar je in ongeveer twee en een half uur met de veerboot naartoe, of je vliegt in een kwartier.
Wat het water doet: de Atlantische Oceaan is hier het hele jaar aangenaam maar nooit warm zoals de Middellandse Zee. Er staat vaak deining, en de natuurlijke zwembaden en de badplatforms zijn daarom populairder dan de open kust.
Wat de conclusie is: kom je voor de zee en het zand, dan is dit niet je bestemming. Kom je om te wandelen, te kijken en te eten met een aangenaam klimaat het hele jaar, dan is er weinig dat hieraan tippen kan.
De levada's: het wandelnet dat een irrigatiesysteem is
Dit is waar Madeira wereldberoemd om is, en het is nooit als wandelpad bedacht.
Wat het is: een levada is een smal betonnen of gemetseld waterkanaal dat met een minimaal verval langs de berghelling loopt.
Waarom ze er zijn: vanaf de zestiende eeuw werd het regenwater van het natte noorden en de hoge bergen naar het droge zuiden geleid, waar suikerriet, bananen en wijnstokken groeiden. Zonder die kanalen was landbouw op de zuidkust onmogelijk.
Hoe groot het net is: alles bij elkaar ruim tweeduizend kilometer kanaal, dwars door bergen, langs kliffen en door tunnels die met de hand zijn uitgehakt.
Wat het voor jou betekent: naast elke levada loopt een onderhoudspad, en die paden vormen samen het wandelnet van het eiland. Ze zijn vlak, want het water moet stromen, en je loopt dus urenlang op hoogte zonder te klimmen.
Wat de bekendste zijn: de Levada das 25 Fontes en de Levada do Risco in het westen, de Levada do Caldeirão Verde in het noorden, en dichter bij Funchal de Levada dos Tornos en de Levada do Norte.
Wat je moet weten: sommige levada's lopen langs een afgrond zonder reling, en er zijn tunnels waar je een zaklamp nodig hebt. Neem een zaklamp, stevige schoenen en een regenjas mee, want boven in de bergen is het weer anders dan in de stad.
En kijk vooraf na welke paden open zijn: na zware regen of een brand worden ze afgesloten, soms voor maanden.
Monte en de rieten sleeën
Boven de stad ligt een dorp dat je met een kabelbaan bereikt, en de manier waarop je terugkomt is uniek in de wereld.
Hoe je erheen gaat: de kabelbaan vertrekt vanaf de oude stad aan het water en klimt in een kwartier naar Monte, op ongeveer vijfhonderdvijftig meter. Onderweg kijk je in de tuinen en op de daken van de wijken eronder.
Wat er boven is: de Igreja de Nossa Senhora do Monte, waar de laatste keizer van Oostenrijk-Hongarije begraven ligt, en de tropische tuin van Monte Palace met terrassen, vijvers en een verzameling Portugese tegels.
Wat de sleeën zijn: de carros de cesto, rieten manden op houten glijders, geduwd en gestuurd door twee mannen in het wit met een strohoed. Ze zijn in 1850 bedacht als vervoermiddel, om snel van Monte naar de stad te komen.
Hoe de rit gaat: twee kilometer over een gewone geasfalteerde straat naar beneden, in ongeveer tien minuten, van Monte naar Livramento. De twee carreiros rennen mee, remmen met hun schoenzolen en sturen met touwen.
Wat je moet weten: je komt niet in het centrum uit maar halverwege, en vanaf daar neem je een taxi of de bus. En het is niet goedkoop voor tien minuten.
Waarom het toch de moeite is: het is geen nagebouwde attractie maar een levend restant van hoe mensen hier vroeger reisden, en het beroep gaat van vader op zoon.
Wat het alternatief is: teruglopen kan ook, via de Levada dos Tornos of over de trappen, en dat is een uur wandelen door tuinen en bos.
Waar je slaapt in Funchal
De stad loopt tegen een helling op, en de hoogte waarop je slaapt bepaalt je vakantie meer dan de wijk.
Aan het water: de Zona Velha, de oude stad, met de smalle straten waarvan de deuren als kunstwerk zijn beschilderd, restaurants en de markthal om de hoek. Levendig en soms luidruchtig.
De Lido-strook: ten westen van het centrum, waar de hotels en de badplatforms liggen, met een lange promenade langs de kust. Praktisch, met alles op loopafstand en een vlakke wandeling naar het centrum.
De helling: de wijken die omhoog klimmen, met de beste uitzichten en de laagste prijzen. Het nadeel is letterlijk het verschil: naar beneden lopen is makkelijk, terug omhoog niet, en de bussen zijn hier je vriend.
Buiten de stad: Câmara de Lobos, een vissersplaatsje op tien minuten, of de dorpen richting Caniço en het oosten, waar de huizen met zwembad en tuin staan.
Wat je nakijkt voor je huurt: de hoogte en de helling. Een adres dat op de kaart driehonderd meter van de boulevard ligt, kan zestig hoogtemeters hoger liggen, en dat is met boodschappen of met kleine kinderen een dagelijks probleem.
Wat je verder nakijkt: of er een lift is, want oude panden in de oude stad hebben die vaak niet.
Overnachten kun je hier het hele jaar door en een losse overnachting is buiten de kerst- en nieuwjaarsweek makkelijk te boeken. Wil je een vakantiehuisje met een tuin en uitzicht, dan zit je eerder net buiten de stad dan erin; zo'n huisje met een eigen zwembad staat vrijwel altijd in de dorpen op de helling, en een heel huis huren is buiten de stad ook goedkoper.
Het weer per maand, en waarom dat hier zo bijzonder is
Madeira wordt het eiland van de eeuwige lente genoemd, en dat is voor Funchal terecht.
De zomer: augustus is met 27,2 graden overdag de warmste maand bij 3,7 regendagen, juli komt op 25,5 bij 2,7 dagen. Dat is warm zonder de hitte van het vasteland, en de nachten blijven rond de twintig graden.
Het najaar: september staat op 25,1 graden maar telt 14,6 regendagen, en oktober 24,4 bij 12,7. Dat is het patroon van dit eiland: het blijft warm terwijl de buien terugkomen. Ze zijn meestal kort.
De winter: januari blijft op 18,4 graden overdag en 13,6 's nachts, februari op 18,9. Voor Noord-Europese begrippen is dat gewoon voorjaarsweer, en dat is de reden dat Funchal in de winter volloopt.
Het voorjaar: april en mei zitten rond de twintig graden, met mei als een van de drogere maanden. Voor wandelen is dat de beste periode van het jaar.
Wat de cijfers niet vertellen: het weer verschilt binnen twintig kilometer enorm. De noordkust is veel natter en groener, de bergen krijgen mist en regen terwijl Funchal in de zon ligt, en boven de duizend meter kan het echt koud zijn.
Wat dat betekent voor je planning: kijk 's ochtends naar de bergen. Hangt er een wolkendek op de toppen, doe dan de stad of de zuidkust en bewaar de levada voor de volgende dag.
En neem altijd een laag extra mee de bergen in, ook als je in een T-shirt uit het hotel loopt.
De markt, de wijn en het eten
De keuken hier is Portugees met een eigen eilandsignatuur, en de markt is het beste startpunt.
De markthal: de Mercado dos Lavradores in het centrum, met bloemen op de binnenplaats, exotisch fruit op de eerste verdieping en een vishal met de degenvis. Ga er 's ochtends heen, en let op: verkopers bieden geproefde stukjes fruit aan tegen een prijs die je pas achteraf hoort. Vraag die vooraf.
De vis: espada, de zwarte degenvis, een diepzeevis met grote ogen en scherpe tanden die alleen op grote diepte wordt gevangen. Klassiek geserveerd met gebakken banaan, wat vreemder klinkt dan het smaakt.
Het vlees: espetada, grote stukken rundvlees aan een laurierstok, boven houtskool geroosterd en aan een haak boven de tafel gehangen.
Het brood: bolo do caco, een plat rond brood met knoflookboter, dat overal als voorafje op tafel komt.
De wijn: madeira is een versterkte wijn die bewust wordt verhit tijdens de rijping, een techniek die is ontstaan doordat vaten die als scheepsballast de tropen rondgingen beter bleken te smaken. Er zijn wijnhuizen in de stad waar je kunt proeven, met stijlen van kurkdroog tot zoet.
Het drankje: poncha, van suikerrietbrandewijn, honing en citroen, geroerd met een houten stamper. Het gaat makkelijk naar binnen en dat is precies de waarschuwing.
Wat het kost: Funchal is voor West-Europese begrippen goedkoop om te eten, zeker buiten de toeristische straten.
Cabo Girão en de rest van het eiland
Funchal is klein genoeg om als uitvalsbasis te dienen voor het hele eiland, want niets ligt verder dan anderhalf uur.
Cabo Girão: op een kwartier westelijk ligt een klif van vijfhonderdtachtig meter recht boven zee, met sinds 2012 een glazen uitkijkplatform waar je doorheen naar beneden kijkt. Het is een van de hoogste zeekliffen van Europa en de toegang is gratis.
Het westen: Câmara de Lobos, het vissersplaatsje waar Churchill kwam schilderen, en verder Ribeira Brava, Calheta en de zuidwestpunt bij Ponta do Pargo.
Het noorden: Porto Moniz met de natuurlijke lavazwembaden, São Vicente met grotten, en Santana met de rieten puntdakhuisjes. De noordkust is groener, ruiger en natter.
De bergen: het hoogste punt, Pico Ruivo, ligt op ruim achttienhonderd meter en is te belopen vanaf Achada do Teixeira. De route van Pico do Arieiro naar Pico Ruivo is de bekendste bergwandeling van het eiland, met trappen, tunnels en afgronden, en die is niet voor iedereen.
Het oosten: Ponta de São Lourenço, een kaal schiereiland van rood en oker gesteente dat totaal niet op de rest van het eiland lijkt.
Wat je nodig hebt: een auto of georganiseerde tochten. Er rijden bussen, maar het net is traag en de bergroutes zijn beperkt.
Wat je moet weten over rijden: de wegen zijn goed en er zijn veel tunnels, maar de oude kustwegen zijn smal en steil. Neem een auto met genoeg motor en let op je remmen bij de afdalingen.
Oud en nieuw in Funchal
Er is één datum waarop deze stad iets doet wat nergens anders op deze schaal gebeurt.
Wat het is: de vuurwerkshow van oudejaarsavond boven de baai van Funchal. De hele stad ligt als een amfitheater rond het water, en het vuurwerk wordt vanaf tientallen punten tegelijk afgestoken, ook vanaf de hellingen.
Wat het record is: de show van 31 december 2006 staat in het Guinness Book als de grootste vuurwerkshow ter wereld, met 66.326 stuks vuurwerk vanaf zevenendertig afsteekpunten verspreid over het eiland.
Wat er nu gebeurt: het is elk jaar nog steeds een van de grootste shows van Europa, en er liggen cruiseschepen in de baai speciaal voor deze avond.
Wat dat voor jou betekent: de laatste week van december is verreweg het drukste en duurste moment van het jaar in Funchal. Appartementen zijn maanden van tevoren weg en de prijzen zijn een veelvoud van normaal.
Wat de rest van de winter doet: januari en februari zijn juist rustig en betaalbaar, met hetzelfde milde weer.
Wat er verder aan feesten is: het bloemenfestival in het voorjaar, met een bloemenstoet en een muur van bloemen op het plein, en carnaval met een optocht door het centrum.
Wat een tip is voor oudejaarsavond: je hoeft niet aan het water te staan. Vanaf de hoger gelegen wijken en de uitzichtpunten kijk je op de hele baai neer, en daar sta je een stuk ruimer.
Hoe je er komt
Het eiland ligt bijna duizend kilometer ten zuidwesten van Lissabon, dus vliegen is de enige realistische optie.
De vlucht: vanuit Nederland en België zijn er directe vluchten van ongeveer vier uur, en anders vlieg je via Lissabon of Porto. Het vliegveld heet Cristiano Ronaldo Madeira Airport en ligt een half uur ten oosten van Funchal.
Wat er bijzonder is aan dat vliegveld: de landingsbaan was te kort en kon niet verder de berg in, dus is hij verlengd over een brug. Die brug ligt op honderdtachtig pilaren boven het terrein en de kust, en de baan meet nu 2.781 meter. Hij is in oktober 2002 in gebruik genomen.
Wat je daarvan merkt: de aanvliegroute is bochtig en de zijwind kan stevig zijn. Piloten hebben er een aparte training voor nodig. Landingen worden af en toe uitgeweken naar Porto Santo of Las Palmas, en dat is geen ramp maar wel goed om te weten.
Van het vliegveld naar de stad: er rijdt een luchthavenbus, er zijn taxi's met een vast tarief, en huurauto's zijn er ruim voorhanden.
Of je een auto nodig hebt: in Funchal zelf niet, want parkeren is er lastig en duur en de stad is te belopen. Wil je het eiland zien, dan wel, en dan is een auto voor een deel van de week de slimste oplossing.
Wat je verder moet weten: Madeira hoort bij Portugal en dus bij de EU, met de euro en zonder grenscontrole.
Wat het kost en wanneer je gaat
Funchal is een van de weinige Europese bestemmingen zonder echt laagseizoen, en dat maakt het prijspatroon anders dan je gewend bent.
De piek: de laatste week van december rond oud en nieuw, en verder de Nederlandse en Duitse schoolvakanties in de zomer.
Het rustigste en goedkoopste moment: januari, februari en november. Het weer is dan nog steeds mild, de wandelpaden zijn leeg en de prijzen liggen fors lager.
De beste periode om te wandelen: april tot juni en september tot oktober, met mei als de aangenaamste maand.
Wat het ter plaatse kost: eten en drinken zijn goedkoop voor West-Europese begrippen, en de bussen zijn spotgoedkoop. Een huurauto en de kabelbaan zijn de posten die tegenvallen.
Waar je op let bij het huren: de hoogte en de helling, een lift, en of er airco is. Dat laatste is hier minder nodig dan je denkt, want de nachten koelen af, maar in augustus in een appartement zonder ventilatie is het wel benauwd.
Wat er bij komt: toeristenbelasting per persoon per nacht in Funchal, ter plaatse te betalen, plus eindschoonmaak bij een vakantiewoning.
Wat de slimste boekstrategie is: vlucht en verblijf los boeken, want de vluchten zwabberen in prijs en het verblijf is er in overvloed.
Praktisch, en de eerlijke nadelen
Wat je meeneemt: stevige wandelschoenen, een zaklamp voor de levadatunnels, een regenjas en een extra laag voor de bergen.
Wat je vooraf nakijkt: welke levada's open zijn, en of er wegen of paden zijn afgesloten na regen of brand. Dat verandert per seizoen.
Wat handig is om te weten: het eiland is Portugees, dus met Engels kom je in de stad prima weg, en Duits wordt op veel plekken ook gesproken.
Wat de eerlijke nadelen zijn: er is geen zandstrand, en de badplekken zijn platforms en trappen. De stad ligt op een helling, dus je klimt de hele dag. Het regent in het najaar en de winter regelmatig, en boven in de bergen vaker dan dat. De bergwandelingen zijn spectaculair maar op sommige stukken echt smal en steil, en dat is niets voor mensen met hoogtevrees. En je bent er alleen per vliegtuig, met een landing die niet iedereen leuk vindt.
Wat daar tegenover staat: een klimaat waarin je het hele jaar in korte mouwen buiten zit, tweeduizend kilometer vlakke wandelpaden op berghoogte, een klif van vijfhonderdtachtig meter met een glazen vloer, een eetcultuur die goedkoop en eigen is, en een stad die op een uur rijden van kale rotsschiereilanden, lavazwembaden en een laurierwoud ligt. Voor een actieve vakantie in november, januari of maart is er in Europa weinig dat hiermee kan concurreren.
Samengesteld uit ons actuele woningaanbod, OpenStreetMap, Wikipedia en Wikivoyage (CC BY-SA) en Open-Meteo-klimaatdata.