Drie kuuroorden in deze streek staan sinds 2021 op de werelderfgoedlijst
Foto: Karolina / Pexels
Ze horen bij een reeks van elf Europese kuursteden die samen als één werelderfgoed zijn erkend; het gaat om de badcultuur van de negentiende eeuw.
De bossen eromheen horen bij dat verhaal. Dit artikel behandelt de wandelroutes, met afstanden, hoogtemeters en bronnen.
Rond het bekendste kuuroord loopt een net van kuurpaden
In de negentiende eeuw werden op de hellingen rond de stad paden aangelegd waarover kuurgasten wandelingen van vaste lengtes maakten, met banken en uitkijkpunten.
Wandelen is gratis en de paden zijn bewegwijzerd met kleuren. Reken op lussen van 3 tot 12 kilometer met 150 tot 350 hoogtemeters. Vanaf het dal klimt u meteen 100 meter; er is ook een kabelspoor voor 60 tot 120 kronen.
De hete bron in die stad spuit twaalf meter hoog
Uit de geiser in de wandelhal komt water van rond de 73 graden dat volgens de kuurdienst tot 12 meter omhoog wordt gedreven; in de zuilengangen eromheen tapt u water uit dertien bronnen.
Drinken is gratis, maar u hebt een tuitbeker nodig die 100 tot 400 kronen kost. Let op: het water is warm, zout en niet lekker; het is bedoeld als kuur, niet als verfrissing.
Het beschermde bosgebied tussen de kuuroorden is dunbevolkt
Foto: Karolina / Pexels
Tussen de drie steden ligt een beschermd landschap van bos, veen en granietheuvels van 700 tot 980 meter, met vrijwel geen dorpen.
Toegang is gratis en er lopen routes van 6 tot 20 kilometer. Bij een gehucht in het midden ligt een hoogveen met een vlonderpad van 1,5 kilometer, gratis toegankelijk. Neem waterdichte schoenen mee; de paden blijven na regen lang nat.
Bij het tweede kuuroord liggen honderd bronnen in de bossen
Foto: Magda Ehlers / Pexels
Rond die stad komen tientallen minerale bronnen aan de oppervlakte; sommige zijn gevat in paviljoentjes langs de wandelpaden in het bos.
Wandelen is gratis en de bronnen zijn vrij toegankelijk. Reken op lussen van 4 tot 14 kilometer. In het park in de stad staat een fontein die op vaste tijden met muziek speelt; dat is gratis en gebeurt van april tot oktober elk oneven uur.
Bij het derde kuuroord borrelt gas uit de grond
Op enkele kilometers van dat stadje ligt een moerasgebied waar koolzuurgas door plassen omhoog borrelt en waar de bodem zout en kaal is; het lijkt op een maanlandschap.
Entree kost 100 tot 180 kronen en er loopt een vlonderpad van rond de 1,5 kilometer, van april tot oktober van 9.00 tot 17.00 uur. Let op: van het pad af mag niet, want de korst is dun en eronder zit modder.
Het stadje met de burcht in de rivierlus ligt op zeventien kilometer
Dat stadje ligt in een lus van de rivier met een burcht op de rots; er loopt een pad langs het water naar het grote kuuroord.
De burcht kost 100 tot 200 kronen entree, dagelijks van 9.00 tot 17.00 uur. Het pad van 17 kilometer volgt de rivier en is vrijwel vlak; de bus terug kost 30 tot 60 kronen. Reken op vier tot vijf uur lopen.
Het bergland in het noorden was tot 1990 mijngebied
De heuvelrug langs de Duitse grens leverde eeuwenlang zilver, tin en later uranium; het mijnlandschap staat sinds 2019 aan beide kanten van de grens op de werelderfgoedlijst.
Toegang tot de paden is gratis en er lopen routes van 5 tot 20 kilometer. In een van de mijnsteden zijn schachten te bezoeken voor 150 tot 300 kronen. Let op: buiten de paden liggen oude, deels onbeveiligde schachten.
Uit een van die mijnsteden komt het woord dollar
In een dal in dat gebergte werden vanaf 1520 zilveren munten geslagen die naar het dal werden genoemd; die naam verbasterde via het Duits tot de munteenheid die nu op de wereldmarkt geldt.
Het museum in die stad kost 100 tot 200 kronen. In dezelfde stad werd in de jaren vijftig uranium gewonnen door dwangarbeiders; langs de bospaden staan gedenktekens bij de voormalige kampen.
Het bos van de folders ligt in het zuiden van het land
Het grote grensbos dat vaak bij deze streek wordt genoemd, ligt in Zuid-Bohemen, op ruim 150 kilometer.
Reken op twee uur rijden. Wie hier wandelt, heeft aan het beschermde bosgebied tussen de kuuroorden en aan het mijngebergte in het noorden genoeg; beide zijn gratis en aanzienlijk minder druk dan het park in het zuiden.
Praktisch
Vanuit Nederland rijdt u in acht tot tien uur; deze streek ligt vlak bij de Duitse grens en is daarmee het dichtstbijzijnde deel van Tsjechië. Betalen gaat met de kroon.
Op de snelweg hebt u een digitaal vignet nodig van rond de 10 euro voor tien dagen. Mei tot september geeft 16 tot 26 graden; op 900 meter is het 3 tot 5 graden koeler. In de winter ligt er in het noorden sneeuw en zijn er langlaufloipes.