Gent, Dendermonde en de Leiestreek zijn drie tempo's Vlaanderen
Foto: Mayumi Maciel / Pexels
Oost-Vlaanderen wisselt van tempo per rivier: het bruisende Gent aan de samenvloeiing van Leie en Schelde, het processietrotse Dendermonde stroomafwaarts en de schilderachtige Leiestreek waar kunstenaars al ruim een eeuw hun ezels planten. Dit artikel maakt er drie dagtochten van.
De afstanden zijn Vlaams klein: alles ligt binnen 40 kilometer van elkaar, en de fiets is op elk traject een volwaardig alternatief.
Gent stapelt torens en meesterwerken
De Gentse binnenstad rijgt zijn beroemde torenrij aaneen: Sint-Niklaaskerk, het belfort van 91 meter dat sinds 1999 op de werelderfgoedlijst staat, en de Sint-Baafskathedraal waar volgens de kathedraal het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck uit 1432 in zijn bezoekerscentrum hangt.
Het Gravensteen, de waterburcht uit 1180 midden in de stad, en de kades van Graslei en Korenlei maken de klassieke wandeling rond. Kom doordeweeks en start voor 10.00 uur; Gent is populair maar verrassend leefbaar buiten de piekuren.
Dendermonde leeft naar zijn tienjaarlijkse ommegang toe
Dendermonde, aan de samenvloeiing van Dender en Schelde op zo'n 30 kilometer van Gent, draagt zijn geschiedenis op het marktplein: het belfort op het stadhuis staat op de werelderfgoedlijst, en de stad leeft van ommegang naar ommegang, want eens per tien jaar trekt het Ros Beiaard door de straten, gedragen door pijnders en bereden door vier broers uit één gezin, erkend als immaterieel werelderfgoed.
Tussen de ommegangen door is Dendermonde een rustige begijnhof- en marktstad; het begijnhof staat eveneens op de UNESCO-lijst. Een halve dag volstaat, met de paardenlegende als rode draad.
De Leiestreek is geschilderd landschap
Foto: Alex Vasey / Unsplash
De Leie meandert ten zuidwesten van Gent door het landschap dat rond 1900 de Latemse kunstenaarsscholen voedde: Sint-Martens-Latem en Deurle zijn nog altijd galeriedorpen, en het museum Dhondt-Dhaenens in Deurle toont de moderne meesters bij het licht dat hen inspireerde.
Kasteel Ooidonk, in zijn slotgracht verderop, maakt de streekdag af. Het mooiste vervoer is de fiets langs de oevers, met de veerpontjes als schakels; wie in de zomer komt, ziet de rivier vol sup-planken en bootjes.
De Vlaamse Ardennen zijn de heuvelige bonus
Zuidelijk golft de provincie de Vlaamse Ardennen in, het heuvelland van de wielerklassiekers: kasseihellingen als de Koppenberg met stroken tot 22 procent, de Muur van Geraardsbergen met zijn kapel en dorpen vol wielercafés.
Wie niet fietst, proeft: de mattentaart van Geraardsbergen voor een euro of 3, de streekbieren en de brasseries op de heuveltoppen. De combinatie van een klimmetje te voet en een terras met uitzicht is de toegankelijke versie van de koersmythe.
Praktisch bij de drie dagtochten
Gent doe je met de trein of vanaf een randparking; de binnenstad is grotendeels autovrij. Dendermonde en de Leiedorpen parkeren eenvoudig, en de fietsknooppunten verbinden alles voor wie de auto wil laten staan.
Houd er rekening mee dat het Lam Gods en het Gravensteen met tijdsloten werken; boek die online. De Vlaamse dagschotel rond de 15 tot 18 euro is de vaste lunchnorm, en reserveren is alleen in het weekend echt nodig.
Wanneer je gaat
April tot en met oktober is de volle tijd, met de Leie op haar mooist in mei en juni en de heuvels in het voorjaar vol koersverkeer rond de klassiekers. De Gentse Feesten in juli zetten de hoofdstad tien dagen op stelten rond het belfort van 91 meter; plan daar bewust voor of omheen.
De winter maakt van Gent een verlichte museumstad en van de streekcafés warme havens. En wie het Ros Beiaard wil zien, plant ver vooruit; de eerstvolgende ommegang is telkens een decenniumafspraak.