De kust rond Varna is gevarieerder dan de badplaats-reputatie doet vermoeden: het stadsstrand onder de Zeetuin, de gouden baaien van Zlatni Pyasatsi noordwaarts, het versteende bos van Pobiti Kamani landinwaarts en de kliffen met het rotsklooster van Aladzha erin. Sinds begin 2026 betaalt Bulgarije met de euro; vrijwel alles in dit artikel is gratis of kost een paar euro.
Dit artikel loopt de kust en het ommeland af, van stadszand tot kaap.
Het stadsstrand is de dagelijkse basis
Onder de Zeetuin, het Morska Gradina met zijn dolfinarium en sterrenwacht, ligt het stadsstrand van Varna: kilometers breed zand, badmeesters in het seizoen, zeewater van volgens de metingen 24 tot 26 graden in juli en augustus en een boulevard vol visrestaurants en bars. Bedjes kosten enkele euro's; het zand is gratis.
De zonering wijst zichzelf: het noordelijke deel bij de baden is het levendigst, de zuidkant bij de haven en Asparuhovo aan de overkant van de brug ruimer en lokaler. Houd er rekening mee dat de populaire vakken in augustus voor 10.00 uur vollopen; de vroege ochtend is er goud, met zwemmers, vissers en een zee als spiegel.
Noordwaarts glanzen de gouden baaien
De kustweg noordwaarts rijgt de badbaaien aan elkaar: eerst Fichoza en de strandjes van Trakata en Kabakum, dan het kuuroord Sveti Konstantin i Elena en het park van Euxinograd, het tsarenpaleis met zijn botanische tuin boven zee, en daarna Zlatni Pyasatsi, in de reisbureaus Golden Sands, met zijn gouden zand op 17 kilometer, waar het water ondiep afloopt en de waterparken en watersporten zich verzamelen.
De bus doet er vanaf het centrum een half uur over voor ruim een euro; de terugweg rijdt tot laat. De vuistregel: hoe verder van de liften en hotels, hoe rustiger het zand. Verder noordwaarts liggen Kranevo en Albena met nog breder strand, en de kleine baaien ertussen zijn de geheimtips van de kustbewoners zelf.
Pobiti Kamani is een wandeling door vijftig miljoen jaar
Twintig kilometer landinwaarts bij Beloslav staat Pobiti Kamani, het stenen bos: kalksteenzuilen tot boven manshoogte, zo'n vijftig miljoen jaar geleden op de bodem van een oerzee gevormd en nu verspreid over een zandvlakte vol legendes. De entree kost zo'n 3 euro en de paden zijn vlak.
De sfeer is onaards: zand, zuilen en stilte, met hagedissen als enige bewoners. Ga bij laag licht, vroeg of tegen zonsondergang, wanneer de zuilen lange schaduwen werpen; de middagzon maakt de vlakte schaduwloos heet, en water mee is dan geen advies maar noodzaak.
Kliffen, klooster en kaap vormen de noordroute
De natuurroute noordwaarts stapelt hoogtepunten: het rotsklooster van Aladzha in zijn klifwand, twaalfde-eeuws en met fresco's, het natuurpark Zlatni Pyasatsi met zijn beboste kliffen en wandelpaden erboven, en verder noordwaarts Kaap Kaliakra waar de steppe in zee valt, met ruïnes van een middeleeuwse vesting en dolfijnen voor de kust.
Kaliakra ligt zo'n 70 kilometer noordwaarts, ruim een uur rijden; het Aladzha-klooster op 17 kilometer is een halve middag. Sveti Konstantin i Elena is het oudste kuuroord van de kust, met warmwaterbaden in het bos. Beide vragen dichte schoenen en hoofddeksel; de kliffenpaden zijn open en de zeewind bedrieglijk. De beloning is de mooiste kustfoto van Bulgarije, met azuur water tegen rode rots.
Meren en moerassen zijn het stille binnenland
Achter de stad liggen de meren van Varna en Beloslav, verbonden met zee en omzoomd door rietvelden waar reigers, pelikanen en ijsvogels jagen; ze liggen op de Via Pontica, de trekroute langs de Zwarte Zee, en de trektijden in april, mei, september en oktober zijn kijkersgoud. De oeverpaden zijn gratis.
Dit is het domein van vissers en vogelaars: rustig, onopgesmukt en zonder voorzieningen, dus verrekijker en proviand mee. Dertig kilometer zuidelijker ligt bij de monding van de Kamchiya het biosfeerreservaat Kamchiya, met het langste oeverbos van Europa en een strand dat in het reservaat overgaat; het Baltata-reservaat bij Albena is de noordelijke tegenhanger. De contrastdag is de mooiste: ochtend aan het meer met de vogels, middag aan zee met de badgasten, en beide werelden liggen nog geen 10 kilometer uit elkaar.
Praktisch langs kust en natuur
De logistiek is eenvoudig: stadsbussen dekken de kustlijn tot Zlatni Pyasatsi, taxi's kosten 3 tot 6 euro per stadsrit en een huurauto vanaf zo'n 30 euro per dag opent Kaliakra, de meren en Pobiti Kamani in eigen tempo. Parkeren kost buiten het centrum weinig tot niets.
De strandregels: vlaggen van de badmeesters zijn wet, de Zwarte Zee kent bij aflandige wind stroming, en de wilde strandjes zwem je alleen bij kalme zee. Zonnebrand, water en een schaduwplan horen van juni tot en met september bij de standaarduitrusting.
Wanneer je gaat
Half juni tot half september is het zwemseizoen, met juli en augustus als warme, volle piek en juni en september als slimme randen. Het water houdt zijn warmte lang; september zwemt met 22 tot 24 graden zachter dan mei.
Voor de natuurkant winnen de trekmaanden april, mei, september en oktober: vogels boven de meren en de Kamchiya, lege paden bij Aladzha en Kaliakra en mild wandelweer. De winter is voor stormkijkers en stiltezoekers; de zuilen van het stenen bos onder sneeuw zijn het zeldzaamste plaatje van de streek.