Het hele rif rond Bonaire is sinds 1979 beschermd gebied
Het eiland meet 288 vierkante kilometer en telt ongeveer 24.000 inwoners. Het water eromheen is sinds 1979 nationaal park: vanaf de vloedlijn tot 60 meter diepte, rondom het hele eiland en rond het onbewoonde eilandje ervoor.
Dat is de reden dat het rif hier in betere staat is dan op de meeste Caribische eilanden. Dit artikel behandelt het duiken, het snorkelen en de zoutvlaktes, met tarieven, regels en afstanden.
U betaalt jaarlijks een natuurbijdrage voordat u het water in gaat
Iedereen die hier het water in gaat, betaalt een natuurbijdrage aan de parkbeheerder: ongeveer 45 dollar per kalenderjaar voor duikers en rond de 25 dollar voor snorkelen en andere watersport. Kinderen onder de 12 jaar zijn vrijgesteld; de bijdrage loopt per kalenderjaar, dus van 1 januari tot en met 31 december.
U koopt hem online of bij een van de duikscholen, doorgaans open van acht tot vijf, en krijgt een bandje of code die op het water wordt gecontroleerd. Datzelfde bewijs geeft toegang tot het nationale park op het noordelijke deel van het eiland. Betalen gaat hier in Amerikaanse dollars: dat is op dit eiland het wettige betaalmiddel, niet de euro.
De duikstekken zijn vanaf de kant bereikbaar en met gele stenen gemarkeerd
Langs de westkust liggen tientallen duikplekken die u zonder boot bereikt: u parkeert langs de weg bij een gele steen met de naam erop, loopt het water in en bent binnen twintig meter bij het rif.
Dat maakt duiken hier goedkoper dan elders: een pickup met tanks huren kost 60 tot 90 dollar per dag, tegenover 120 tot 160 dollar voor een dag boottochten. De duikscholen vullen tanks voor 8 tot 12 dollar per stuk. Voor beginners is de kustlijn kalm; alleen aan de noordkant staat vaker branding.
Aanraken, oprapen en handschoenen zijn verboden
In het park geldt een streng reglement: u raakt niets aan, u neemt niets mee, u ankert niet en u draagt geen handschoenen, juist om aanraken te ontmoedigen. Speervissen is verboden en dat wordt gehandhaafd.
Let op: sinds 2021 zijn zonnebrandmiddelen met bepaalde chemische filters op dit eiland verboden omdat ze koraal beschadigen. Neem een minerale zonnebrand mee of koop die ter plekke; bij aankomst wordt dit gecontroleerd. Een duikbriefing begint hier standaard met deze regels, en dat is de reden dat het rif er nog is.
Naar het eilandje voor de kust vaart een watertaxi
Anderhalve kilometer uit de kust ligt een onbewoond eilandje van ongeveer 6 vierkante kilometer met rif langs de hele omtrek en enkele zandstranden.
Een watertaxi kost rond de 25 dollar heen en terug en vaart meerdere keren per dag, doorgaans tussen negen en vier. Er is geen water, geen schaduw en geen horeca: neem alles mee. Voor snorkelaars is dit de beste plek van het eiland, omdat het rif er dicht onder de oppervlakte ligt.
In het zuiden staan zoutpiramides en slavenhutten uit 1850
Het zuidelijke derde deel van het eiland bestaat uit zoutpannen waar nog altijd zeezout wordt gewonnen; het water kleurt er roze door algen en er staan witte zoutbergen van tientallen meters.
Rijden langs de kustweg is gratis. Langs de weg staan rijen stenen hutjes van rond 1850, waarin tot slaaf gemaakte arbeiders van de zoutpannen sliepen; ze zijn nauwelijks anderhalve meter hoog. Er is geen entree en geen begeleiding. Reken op een uur en lees de borden: dit is het zwaarste stuk geschiedenis van het eiland.
Bij het zuidelijke binnenmeer broeden flamingo's
Achter de zoutpannen ligt een ondiep binnenmeer van enkele vierkante kilometers, nergens dieper dan een meter, dat sinds 1969 als broedgebied is afgesloten. Het geldt volgens de natuurbeheerder als een van de weinige vaste broedplaatsen van flamingo's in het Caribisch gebied.
Het broedgebied zelf is verboden terrein en dat wordt gecontroleerd; u kijkt vanaf de openbare weg, gratis, het best met een verrekijker. Tussen zes en acht uur 's ochtends en in het laatste uur voor zonsondergang vliegen de vogels tussen het meer en de kust heen en weer, soms in groepen van tientallen. Blijf in de auto of aan de wegkant, want opvliegende vogels verlaten hun nest.
Het is hier het hele jaar 27 tot 31 graden
Het eiland ligt buiten de gebruikelijke orkaanbaan en heeft een droog klimaat met ongeveer 500 millimeter regen per jaar, vrijwel alles tussen oktober en januari. De passaatwind waait vrijwel constant.
Het water is het hele jaar 26 tot 29 graden, met het beste zicht van april tot juni. Die wind is verraderlijk: hij maakt de hitte draaglijk terwijl u toch verbrandt. Drink meer dan u denkt nodig te hebben, want op de zoutvlaktes en in het park is geen schaduw en geen drinkwater.
Praktisch
Vanuit Nederland vliegt u in ongeveer negeneneenhalf uur rechtstreeks. Dit is een bijzondere gemeente van Nederland: u hebt geen visum nodig, de zorgpas werkt anders dan thuis en er wordt Nederlands en Papiaments gesproken. Betalen gaat in dollars, ook al is het Nederlands grondgebied.
Een huurauto is noodzakelijk, want de duikplekken liggen verspreid over 30 kilometer kust; reken op 45 tot 70 dollar per dag voor een pickup. In het nationale park in het noorden is de weg onverhard en zijn gewone personenauto's niet toegestaan; dat park sluit om vijf uur en de laatste toegang is om half drie.