Ærøskøbing ligt niet op Funen maar op een eiland ervoor
Foto: Ivan Dražić / Pexels
Dat stadje met de gekleurde deuren ligt op het eiland Ærø, dat u met de veerboot vanaf de zuidkust bereikt in ongeveer vijfenzeventig minuten.
Het is de moeite waard, maar het is een aparte dag. Dit artikel behandelt Funen zelf, met openingstijden, prijzen en afstanden.
Het waterslot bij Kværndrup staat sinds 1554 op eiken palen
Dit renaissanceslot is in een meer gebouwd, op een fundering van eikenstammen, en geldt als een van de best bewaarde waterkastelen van Europa.
Entree kost 25 tot 35 euro voor volwassenen en minder voor kinderen; het is van april tot oktober open, doorgaans van 10.00 tot 17.00 uur. Reken op een hele dag: bij de prijs zitten de tuinen, een oldtimermuseum en een boomkroonpad in.
In Odense staat sinds 2021 een nieuw museum over de sprookjesschrijver
Hans Christian Andersen werd in 1805 in deze stad geboren. Het museum over zijn leven en werk is in 2021 heropend in een nieuw gebouw dat deels ondergronds ligt.
Entree kost 15 tot 25 euro; het is doorgaans dagelijks open van 10.00 tot 17.00 uur. Reken op twee uur. Zijn kinderwoning staat een paar straten verderop en is met hetzelfde kaartje te bezoeken. Koop online, want in de zomer zijn de tijdsloten vroeg vol.
Voor de zuidkust liggen tientallen eilanden
De zuidelijke archipel bestaat uit ruim vijftig eilanden en eilandjes, waarvan een handvol bewoond is en met veerboten bereikbaar.
Een overtocht kost 5 tot 20 euro per persoon, afhankelijk van de afstand. Vanaf de havenstadjes vertrekken ook rondvaarten van 15 tot 30 euro. Kijk de dienstregeling na, want naar de kleinste eilanden varen maar enkele boten per dag en die vallen bij storm uit.
Faaborg en Svendborg zijn oude havenstadjes met scheve huizen
Foto: Silvan Schuppisser / Unsplash
Beide plaatsen aan de zuidkust hebben een kern met vakwerkhuizen, een haven met houten schepen en een klokkentoren.
Rondlopen kost niets; de musea vragen 8 tot 14 euro en zijn doorgaans van dinsdag tot zondag open. Reken op een halve dag per stadje. Vanuit Svendborg vertrekken de veerboten naar de eilanden; vanuit Faaborg is dat aanbod kleiner maar wel rustiger.
Het zuiden is heuvelachtig, wat voor Denemarken uitzonderlijk is
Waar de rest van het land vlak is, ligt hier een heuvellandschap met glooiende akkers, bossen en zicht op zee, ontstaan door de ijstijd.
Fietsen en wandelen kost niets. Reken op lussen van 20 tot 50 kilometer met 200 tot 400 hoogtemeters, wat naar Deense maatstaven stevig is. Op het eiland ligt volgens de toeristische dienst meer dan duizend kilometer bewegwijzerde fietsroute.
Op het schiereiland in het westen staat een vuurtoren aan een vogelgebied
Aan de westkant ligt een smal schiereiland met een vuurtoren, kwelders en een baai waar in het voor- en najaar trekvogels rusten.
Toegang is gratis en de paden zijn dag en nacht open. Reken op routes van 4 tot 8 kilometer. Neem een verrekijker mee. Let op: de weg ernaartoe loopt over een smalle dam van ruim 1 kilometer met water aan beide kanten, en die kan bij storm en hoogwater worden afgesloten.
Bij verschillende kastelen zijn alleen de tuinen te bezoeken
Op het eiland staan tientallen herenhuizen en kastelen, waarvan de meeste particulier bewoond zijn. Bij een deel kunt u wel het park of de tuin in.
Toegang tot zo'n park kost 5 tot 12 euro en is doorgaans van april tot oktober mogelijk. Kijk vooraf na wat er open is: bij veel adressen staat op de kaart een kasteel, maar komt u niet verder dan het hek. Alleen het grote waterslot in het midden is volledig ingericht op bezoek.
Praktisch
Vanaf de Nederlandse grens rijdt u zes tot acht uur; met de trein bent u vanuit Kopenhagen in anderhalf uur in Odense. Denemarken betaalt met de kroon, niet met de euro; pinnen kan overal.
Mei tot september geeft 15 tot 23 graden. De grote bruggen naar het eiland zijn tolwegen; reken op 30 tot 40 euro per auto voor de brug vanaf Seeland. Buiten het seizoen sluiten het waterslot en een deel van de musea of hebben ze beperkte tijden.