Odense is de stad van Hans Christian Andersen en dat merk je overal
Hans Christian Andersen werd hier in 1805 geboren, in een klein huis in wat toen een achterbuurt was. Rond dat huis staat sinds 2021 het HC Andersens Hus, een museum dat als een tuin met ronde, half verzonken gebouwen is opgezet.
De stad is met ongeveer 180.000 inwoners de derde van Denemarken en compact genoeg om te belopen. Dit artikel gaat over Odense en Funen eromheen, met entreeprijzen in kronen en reistijden.
Het museum is nieuw, het huis is het origineel
Het museum werd ontworpen door de Japanse architect Kengo Kuma en gaat niet over feiten uit het leven van de schrijver maar over zijn verhalen, met zalen die als een sprookje zijn ingericht. Het geboortehuisje staat er middenin en is klein en sober.
Entree kost rond de 175 kronen voor volwassenen; kinderen tot achttien gaan doorgaans gratis naar binnen. Reken op ongeveer 7,5 kroon per euro. Er hoort een kinderdeel bij waar verhalen worden gespeeld. Reken op twee tot drie uur; in de zomer is een tijdslot verstandig. Op tien minuten lopen staat de Sint-Knudskerk, de kathedraal waar het skelet van koning Knoet in een schrijn achter het altaar ligt, en in Brandts, de oude textielfabriek, zit het kunstcentrum van de stad.
Het spoorwegmuseum is het grootste van Scandinavië
Foto: Ivan Dražić / Pexels
Naast het station staat het Danmarks Jernbanemuseum in een oude locomotiefloods, met tientallen locomotieven en rijtuigen, waaronder koninklijke salonwagens, en een deel waar kinderen zelf treintjes kunnen bedienen.
Entree kost rond de 120 kronen en het museum is dagelijks open. Reken op twee uur. Voor een regendag met kinderen is dit in deze stad de beste keuze, en het ligt op loopafstand van het station en het centrum. Aan de overkant van de sporen zit in Storms Pakhus een streetfoodmarkt met tientallen kraampjes, waar een maaltijd 100 tot 150 kronen kost.
Egeskov Slot staat in een meer
Foto: Friedrich Wilts / Pexels
Op ongeveer een half uur rijden ten zuiden van de stad ligt Egeskov Slot, een renaissancekasteel uit 1554 dat op eikenhouten palen in een meertje is gebouwd. Eromheen liggen tuinen, doolhoven en in de bijgebouwen een verzameling oude auto's, vliegtuigen en motoren.
Entree kost rond de 250 kronen voor volwassenen, minder voor kinderen, en het terrein is van april tot oktober open. Reken op een volle dag: er zijn klimparcoursen in de bomen, een groot heggendoolhof en speelplekken, wat het tot de meest complete gezinsbestemming van het eiland maakt.
Odense Zoo ligt langs de rivier in de stad
Aan de zuidkant van het centrum, op ongeveer twee kilometer van het station, ligt aan de Odense Å de Odense Zoo, die meerdere keren tot een van de beste dierentuinen van Europa is uitgeroepen. Het Oceanium met de zeeleeuwen en pinguïns en het Afrikaanse deel met de manenwolven zijn de onderdelen waar de dierentuin bekend om staat.
Entree kost rond de 220 kronen voor volwassenen en minder voor kinderen. In de zomer vaart er een bootje vanaf het centrum over de rivier naartoe, wat de heenweg tot onderdeel van het uitje maakt; dat kost enkele tientallen kronen per persoon. Aan dezelfde kant van de stad ligt Den Fynske Landsby, het openluchtmuseum met boerderijen uit de negentiende eeuw.
Bij Kerteminde en de Lillebælt zie je bruinvissen
In Kerteminde, een half uur noordoostelijk, zit Fjord&Bælt, waar onderzoek wordt gedaan aan bruinvissen en zeehonden en waar je de dieren door glas en van onder water ziet; het is verbonden aan de universiteit van Zuid-Denemarken. Entree kost rond de 180 kronen, en in hetzelfde stadje hangt in het Johannes Larsen Museum het werk van de schilder die deze kust vastlegde.
Aan de westkant van het eiland, bij Middelfart, loopt de Lillebælt, de zeestraat met volgens de onderzoekers een van de hoogste dichtheden bruinvissen van Europa; het Naturpark Lillebælt organiseert er in de zomer boottochten voor 200 tot 400 kronen per persoon. Garanties zijn er niet, maar de kans is hier groter dan vrijwel overal elders. Op het Hindsgavl-schiereiland ernaast lopen wandelpaden langs het water.
Het eiland is vlak genoeg om te fietsen
Funen is ongeveer 3.100 vierkante kilometer groot en licht glooiend, met een netwerk van gemarkeerde fietsroutes over rustige landwegen. Dagafstanden van 30 tot 60 kilometer zijn goed te doen, bijvoorbeeld van Odense naar Faaborg of Svendborg aan de zuidkust.
Onderweg liggen herenhuizen, kerken en dorpen met vakwerk. Fietsverhuur zit in de grotere plaatsen vanaf ongeveer 150 kronen per dag. Let op: op de open stukken staat de wind, en die komt hier meestal uit het westen; plan de heenweg tegen de wind in.
De archipel in het zuiden bereik je met veerboten
Foto: Jakob Andersson / Pexels
Voor de zuidkust ligt volgens de streekcijfers het Zuid-Funense eilandenrijk met ruim vijftig eilanden en eilandjes, waarvan een handvol bewoond is. Vanaf Svendborg en Faaborg varen veerboten naar Ærø met zijn gekleurde huizen in Ærøskøbing en naar de kleinere Drejø en Skarø; de overtochten duren tien minuten tot een uur en kosten enkele tientallen tot ruim honderd kronen per persoon.
Op de eilanden zijn auto's beperkt en fiets je van dorp naar dorp over afstanden van vijf tot vijftien kilometer; er liggen zwemstranden en aanlegsteigers. Dienstregelingen zijn buiten het hoogseizoen dun, dus controleer de laatste afvaart voordat je oversteekt. Voor een dag zonder programma is dit de aardigste bestemming van deze streek.
Praktisch
Odense ligt aan de spoorlijn tussen Kopenhagen en Jutland, met treinen die er in ongeveer anderhalf uur vanaf Kopenhagen naartoe rijden. Vanuit Nederland ben je met de auto acht tot negen uur onderweg; op de Grote Beltbrug geldt tol van rond de 250 kronen per auto.
Mei tot september is het aangenaamste seizoen met 17 tot 23 graden. In de zomervakantie is het bij de attracties druk. Denemarken betaalt met kronen en vrijwel overal met kaart; contant geld is zelden nodig. Musea zijn buiten het seizoen op maandag vaak gesloten.