Foto: Esmerald Heqimaj / Pexels
Vakantiepark huren in Gerolstein
19 van 24 huizen in Gerolstein
Vakantieappartement
43 foto's
Appartement, douche, Wc, begane grond
Vakantiehuis
26 foto's
Vakantiehuis voor 4 personen met terras
Vakantieappartement
44 foto's
Appartement, douche, Wc, 1 slaapkamer
Vakantieappartement
13 foto's
Vakantieappartement voor 2 personen met tuin
Vakantieappartement
18 foto's
Appartement direct aan het bos op een rustige, afgelegen locatie in het hart van de Vulkaneifel
Vakantieappartement
35 foto's
Appartement, douche, Wc, 2 slaapkamers
Vakantiehuis
45 foto's
Ferienparadies in der Vulkaneifel
Vakantieappartement
16 foto's
Vakantieappartement voor 2 personen met tuin
Vakantieappartement
18 foto's
Vakantieappartement voor 4 personen met tuin
Vakantieappartement
21 foto's
Vulkaneifel Type L-C6
Vakantiehuis
15 foto's
Vakantiehuis voor 6 personen met terras
Vakantieappartement
21 foto's
Vulkaneifel Type L-A4
Vakantieappartement
34 foto's
Vakantieappartement voor 3 personen met tuin
Vakantiehuis
28 foto's
Vakantiehuis voor 4 personen met tuin
Vakantieappartement
20 foto's
Vulkaneifel Type B
Vakantieappartement
43 foto's
Appartement, douche, Wc, balkon
Vakantieappartement
26 foto's
Appartement, douche, Wc, niet-roker
Vakantieappartement
18 foto's
2-Bett-Ferienwohnung Dusche/Wc, 1 Schlafraum
Camping
14 foto's
Appartement, douche, Wc, bergkant
In en om Gerolstein
Wat doe je hier? —
Echte plekken met de afstand tot het centrum. Klik door naar de huizen in de buurt.
Kasteel
Kasteel
Dierentuin
Museum
Dierentuin
Museum
Andere plaatsen in Eifel
Type vakantiehuis in Gerolstein
Wat je moet weten over Gerolstein
Gerolstein ligt in de Vulkaneifel, in het noorden van Rijnland-Palts, in het dal van de Kyll.
Wat het is: een stadje van ongeveer zevenduizend inwoners, ingeklemd tussen bleke rotswanden, met een station, een mineraalwaterfabriek en daaromheen bos, weiden en vulkaankraters.
Waarom mensen hier zoeken: het is een van de goedkoopste vakantiestreken binnen drie uur rijden vanaf de Nederlandse grens, en het landschap is er anders dan overal elders in Duitsland.
Wat er te kiezen valt: een vakantiepark met bungalows of chalets aan de rand van het stadje, een vrijstaand vakantiehuis in een van de dorpen in de omgeving, een appartement in een Gasthof, of een vakantiewoning op een boerderij. Zo'n huisje kun je hier per week huren en buiten het seizoen ook voor een lang weekend.
Wat je hier niet vindt: een zee, een groot meer of een pretpark. Wat je wel vindt: kraters waarin je kunt zwemmen, rotswanden waar je fossielen uit de riffen van een verdwenen oceaan in ziet zitten, en een van de rustigste hoeken van West-Duitsland.
Wat deze pagina doet: uitleggen wat een vakantiepark in deze streek in de praktijk is, wat er om je heen ligt en waar je op let voordat je boekt.
Wat een vakantiepark in de Vulkaneifel is
De term dekt hier iets soberder dan in Nederland, en dat verschil is de moeite waard om vooraf te weten.
Wat je hier vindt: terreinen met vrijstaande bungalows of chalets tegen een helling of aan een bosrand, met een receptie die een deel van de dag open is, een speeltuin en soms een binnenbad of een sauna.
Wat er meestal niet is: een subtropisch zwemparadijs, animatie of een supermarkt op het terrein. Die voorzieningen liggen in het stadje.
Wat er vaak wel is: een gedeeld grasveld, een barbecueplek en uitzicht. De terreinen liggen hier zelden in het vlakke, dus je zit bijna altijd tegen een helling.
Wat er naast staat: veel losse vakantiehuizen en appartementen bij particulieren in de dorpen eromheen, en een aantal boerderijen die verhuren. Zo'n vakantiehuisje of een half huis bij een gezin is de goedkoopste categorie van deze streek.
Wat je nakijkt voor je boekt: of het huisje geschikt is voor de winter en hoe het verwarmd wordt, of het zwembad in jouw periode open is en op welke uren, en hoe steil de toegangsweg is.
Wat er los bij komt: de Kurtaxe of gastenbelasting, per persoon per overnachting, ter plaatse te betalen. Daar krijg je een gastenkaart voor, die op sommige plekken korting geeft.
Overnachten kan hier het hele jaar door, en voor één losse overnachting onderweg naar het zuiden ligt deze streek precies goed.
Waar het woord maar vandaan komt
Dit is het aardigste feit van de hele streek, en het is een woord dat je waarschijnlijk al kende zonder te weten waar het vandaan kwam.
Wat een maar is: een vulkanische krater die is ontstaan toen opstijgend magma grondwater raakte. Dat water verdampte explosief en blies een trechter in het landschap, zonder dat er een berg werd opgebouwd. Wat overblijft is een ronde kom, vaak volgelopen met water.
Waar het woord vandaan komt: uit het dialect van de streek rond Daun, twintig minuten hiervandaan. Boeren noemden die ronde meertjes zo, en toen geologen het verschijnsel in de negentiende eeuw gingen beschrijven, namen ze het plaatselijke woord over.
Wat daarvan is geworden: maar is de internationaal geldende geologische term voor dit type vulkaan, gebruikt in vrijwel alle talen ter wereld. Een Japanse of Argentijnse geoloog schrijft over maars, en dat woord komt uit dit dal.
Hoeveel het er zijn: in de Vulkaneifel liggen ruim driehonderdvijftig uitbarstingscentra, waarvan een deel als maar te herkennen is. Sommige zijn volgelopen met water, andere zijn dichtgegroeid tot veen of weiland.
Wat de bekendste zijn: de drie Dauner Maare, het Pulvermaar, het Meerfelder Maar en het Weinfelder Maar, allemaal binnen een half uur rijden.
Wat de status is: de hele streek is UNESCO Global Geopark, en dat is geen etiket maar een programma met bezoekerscentra, geleide wandelingen en informatiepunten in het landschap.
De jongste vulkaan van Midden-Europa
De Eifel is geen dood gebergte, en dat is voor bezoekers een verrassend gegeven.
Wat de tijdlijn is: het vulkanisme kwam hier in twee golven. De eerste tussen vijfenveertig en vijfendertig miljoen jaar geleden, de tweede vanaf ongeveer een miljoen jaar geleden.
Wanneer het ophield: de laatste uitbarsting was die van het Ulmener Maar, ongeveer tienduizend negenhonderd jaar geleden. Dat is de jongste vulkaan van Midden-Europa, en hij staat op de lijst van honderd belangrijkste geologische erfgoedplekken ter wereld.
Wat dat betekent: mensen woonden hier al toen dat gebeurde. In geologische termen is elfduizend jaar niets, en geologen beschouwen de Eifel dan ook niet als uitgedoofd maar als slapend.
Wat je ervan merkt: koolzuur. Op tientallen plekken in de streek borrelt er gas uit de grond, in bronnen, in beekjes en in droge gasbronnen. Dat gas is de restwarmte van het vulkanisme, en het is ook de reden dat het mineraalwater van deze streek van nature bruist.
Wat er te zien is: bij enkele bronnen borrelt het water zichtbaar en hoorbaar, en er zijn plekken waar het gas als bellen door een plas komt.
Wat er nog meer onder ligt: de sedimentlagen op de bodem van de maren vormen het belangrijkste klimaatarchief van Midden-Europa. Boorkernen daaruit reiken zo'n honderddertigduizend jaar terug, jaarlaag voor jaarlaag.
Waar je dat verhaal krijgt: in de bezoekerscentra van het geopark, waarvan er een in Gerolstein zelf zit.
Gerolstein zelf: rotsen van een koraalrif
Het stadje ligt tussen twee bleke rotswanden, en die zijn ouder dan alle vulkanen bij elkaar.
Wat je ziet: de Gerolsteiner Dolomiten, steile lichte rotswanden boven het dal van de Kyll, met de Munterley en de Auberg als bekendste toppen.
Waar ze van gemaakt zijn: kalksteen van een koraalrif dat hier zo'n driehonderdtachtig miljoen jaar geleden in een tropische zee groeide, lang voordat de Eifel bestond. Het rif is later door aardbewegingen omhooggeduwd en door erosie blootgelegd.
Wat je erin ziet: fossielen. In de gesteentelagen zitten koralen, brachiopoden en zeelelies, en op enkele plekken mag je onder toezicht zelf zoeken.
Wat er bovenop staat: uitzichtpunten waar je over het hele dal kijkt, bereikbaar via een wandelpad vanaf het stadje.
Wat er in de rots zit: de Buchenloch, een grot in de wand waar sporen van bewoning uit de ijstijd zijn gevonden.
Wat het water is: Gerolstein is in Duitsland vooral bekend om zijn mineraalwater, dat door het vulkanische koolzuur van nature bruist. De bronnen liggen in en om het stadje.
Wat er verder staat: een opvallende kerk in Byzantijnse stijl uit het begin van de twintigste eeuw, en de ruïne van een burcht op een rots boven het dal.
Zwemmen in een vulkaan
Dit is het uitje dat kinderen zich herinneren, en het is bijzonder genoeg om er een dag voor te reserveren.
Wat het is: enkele van de watergevulde maren zijn ingericht als zwemplek, met een strandbadje, een ligweide, een steiger en een kiosk. Je zwemt dan letterlijk in een vulkaankrater.
Wat het water doet: maren zijn diep en de wanden lopen steil af. Het water is helder maar koud, en het warmt langzamer op dan een gewone plas.
Wat je moet nakijken: het verschilt per maar of zwemmen is toegestaan. Sommige zijn beschermd natuurgebied en daar mag het niet, andere hebben een aangelegd bad. Kijk het na per meer, want ze liggen soms op een paar kilometer van elkaar met tegengestelde regels.
Wat er verder mag: op de meeste maren zijn motorboten verboden, en op sommige is roeien of suppen wel toegestaan.
Wat er rond de maren ligt: wandelpaden die het hele meer rondgaan, meestal in een uur tot anderhalf uur, met uitzicht vanaf de kraterrand.
Wat het mooiste beeld is: een maar bij mist in de vroege ochtend, wanneer de damp precies binnen de kraterrand blijft hangen.
Wat er nog meer aan water is: de stuwmeren van de Eifel liggen wat noordelijker, en dat zijn grotere wateren met meer voorzieningen.
Wandelen: waar deze streek in uitblinkt
Dit is de hoofdactiviteit, en het pad-net hoort tot de beste van Duitsland.
De lange route: de Eifelsteig loopt van Aken naar Trier over ruim driehonderd kilometer, in vijftien etappes, en gaat dwars door deze streek. Je hoeft hem niet in zijn geheel te doen; losse etappes zijn met de trein of de bus goed te combineren.
De korte routes: rondwandelingen van vijf tot vijftien kilometer, bewegwijzerd met eigen symbolen, met borden die de looptijd geven. Vanaf vrijwel elk dorp begint er een.
Wat de geologische routes doen: er zijn paden die speciaal langs vulkanische verschijnselen zijn uitgezet, met borden die uitleggen wat je ziet: een lavastroom, een gasbron, een kraterrand.
Wat de moeilijkheid is: de Eifel is een middelgebergte met flinke dalen. Je klimt hier per rondje makkelijk tweehonderd tot driehonderd meter, en de paden zijn rotsig en na regen glad.
Wat je meeneemt: stevige schoenen en een regenjas, want het regent in de Eifel meer dan in de omliggende laagvlaktes.
Wat er voor fietsers is: de Kylltal-Radweg volgt de rivier en het oude spoortracé, en dat is een van de weinige echt vlakke routes van de streek. Er zijn verder mountainbikeroutes over de hoogtes.
Wat handig is: de treinlijn door het Kylldal bedient meerdere dorpen, dus je kunt heen lopen en terug met de trein.
Met kinderen
Deze streek is met kinderen beter dan hij op papier lijkt, en het meeste is goedkoop.
Het zwemmen: een maar met een strandbad is voor kinderen een vakantie op zich, en het verhaal dat ze in een vulkaan zwemmen doet de rest.
De fossielen: op enkele plekken mogen kinderen onder begeleiding zelf in het gesteente naar koralen en schelpen zoeken. Wat ze vinden mogen ze houden.
De adelaarshow: in de Eifel zijn meerdere roofvogelparken waar demonstraties met arenden, uilen en gieren worden gegeven.
De wildparken: er zijn dierparken met inheemse dieren waar je herten en zwijnen kunt voeren.
De grotten en de mijnen: in de bredere Eifel liggen bezoekbare grotten en oude leisteenmijnen, waar het koel is en waar je met een helm rondloopt.
De speeltuinen: vrijwel elk dorp heeft er een, en ze zijn beter onderhouden dan het straatbeeld doet vermoeden.
Wat je meeneemt: laarzen en regenkleding, en een rugzak, want de meeste uitjes hier zijn buiten.
Wat je moet weten: er is geen pretpark in de directe omgeving. Het dichtstbijzijnde grote park ligt ruim een uur weg.
Wat er verder binnen een uur ligt
Gerolstein ligt centraal in de Eifel, en dat maakt een week hier gevarieerder dan verwacht.
De Nürburgring: het beroemde circuit met de Nordschleife ligt op ongeveer drie kwartier. Er zijn rondritten voor publiek, een museum en evenementen.
Het nationale park Eifel: verder naar het noorden, in Noordrijn-Westfalen, met bos, stuwmeren en een sterrenpark waar je de Melkweg kunt zien.
Manderscheid: twee burchtruïnes tegenover elkaar in een diep dal, met een wandelpad ertussen. Een van de mooiste plekken van de Eifel.
Monschau: een vakwerkstadje in een nauw dal, ruim een uur naar het noordwesten.
Trier: op ongeveer een uur naar het zuiden, de oudste stad van Duitsland, met de Porta Nigra, thermen, een amfitheater en een basiliek uit de Romeinse tijd. Meerdere daarvan staan op de werelderfgoedlijst.
De Moezel: net achter Trier begint het wijngebied, met steile wijngaarden boven de rivier en dorpen aan het water.
Luxemburg: de grens ligt op drie kwartier, en de hoofdstad met zijn kazematten en ravijnen is een dag waard.
Wat dat betekent voor je week: je kunt hier drie dagen wandelen, een dag Romeinen doen, een dag aan het water zitten en een dag naar een ander land, zonder ooit meer dan een uur te rijden.
Eten en drinken
De Eifel is geen streek van sterrenrestaurants, en dat is precies de charme.
Wat er op de kaart staat: stevige kost met wild, rundvlees en aardappelen, en in het najaar paddenstoelen en wildgerechten uit de eigen bossen.
Wat de streekspecialiteit is: Döppekooche, een gebakken aardappelschotel uit de oven, en verder de worsten en hammen uit de streek.
Wat je drinkt: het mineraalwater dat hiervandaan komt, en verder de wijnen van de Moezel en de Ahr, allebei op een uur rijden. De Ahr is een van de weinige Duitse gebieden dat vooral rode wijn maakt.
Waar je zit: in de Gasthöfe in de dorpen, waar de prijzen laag zijn en de porties groot, of op een terras aan de Kyll.
Wat je moet weten over de tijden: keukens sluiten vroeg, vaak al om acht of negen uur, en veel zaken hebben een Ruhetag. In kleine dorpen is er soms maar één restaurant, dus kijk dat na op je aankomstdag.
Waar je boodschappen doet: in Gerolstein zelf, want de dorpen eromheen hebben lang niet allemaal een winkel. Op zondag is alles dicht.
Wat handig is: contant geld meenemen, want kleinere zaken en berghutten nemen niet overal een pinpas aan.
Rijden en kosten
Dit is een van de dichtstbijzijnde Duitse vakantiestreken vanuit Nederland, en dat is het grootste argument.
De rit: vanuit Zuid-Nederland tweeënhalf uur, vanuit het midden van het land drie tot drieënhalf, vanuit het noorden vier tot vijf.
De route: via Venlo of Maastricht en dan over Aken en de Eifel-autosnelweg, of via Keulen. Geen tol en geen vignet.
Wat je nodig hebt: een milieusticker als je Keulen of Aken in wilt. Voor de Eifel zelf niet.
Wat de wegen doen: de doorgaande wegen zijn goed, maar de dalen zijn nauw en de wegen kronkelen. Reken op langzamer rijden dan de kaart aangeeft, en in de winter op gladheid op de hoogtes.
Wat het ter plaatse kost: dit is een van de goedkopere hoeken van Duitsland. Boodschappen, restaurants en huurprijzen liggen onder het Duitse gemiddelde, en de meeste natuur is gratis.
Wanneer het duur en vol is: de lange weekenden rond Pasen, Hemelvaart en Pinksteren, en de weekenden met een groot evenement op de Nürburgring. Dan is in de wijde omtrek geen bed te krijgen. Kijk de racekalender na voor je een weekend boekt.
Wat er bij de huurprijs komt: eindschoonmaak, bedlinnen en de Kurtaxe. Tel die drie erbij op voor je vergelijkt.
Praktisch, en de eerlijke nadelen
Wat je vraagt voordat je boekt: hoe het huisje verwarmd wordt, of het zwembad open is in jouw periode, hoe steil de toegangsweg is, hoe ver het is naar een supermarkt, en of er een evenement op de Nürburgring in jouw week valt.
Wat je meeneemt: regenkleding, stevige schoenen, badkleding voor de maren, en contant geld.
Wat je moet weten over de rust: in de dorpen gebeurt 's avonds niets. Wie uitgaan wil, moet naar Trier of Keulen.
Wat de eerlijke nadelen zijn: het regent in de Eifel meer dan in de omliggende laagvlaktes en de zomers zijn er koeler. Er is geen zee en geen groot meer met voorzieningen; de maren zijn klein en het water is koud. Het is een middelgebergte, dus wie bergen verwacht komt bedrogen uit. Zonder auto kom je in de dorpen nergens. En het is er buiten het seizoen echt stil, met veel horeca dicht.
Wat daar tegenover staat: je bent er vanuit Zuid-Nederland in tweeënhalf uur, je betaalt weinig, en je loopt door een landschap dat wereldwijd de naam heeft geleverd voor een vulkaantype. Je zwemt in een krater, je vindt koralen van driehonderdtachtig miljoen jaar oud in de rotswand achter het stadje, en de jongste vulkaan van Midden-Europa ligt op twintig minuten. Voor een lang weekend of een week wandelen zonder lange rit is dat een sterke ruil.
Samengesteld uit ons actuele woningaanbod, OpenStreetMap, Wikipedia en Wikivoyage (CC BY-SA) en Open-Meteo-klimaatdata.