Een eiland kiezen begint bij de vraag of er een vliegveld is
Foto: Patri Cimpan / Unsplash
Dat klinkt prozaïsch, maar het bepaalt alles: eilanden met een luchthaven zijn drukker, duurder en beter voorzien; eilanden waar je alleen met de boot komt, zijn stiller en vragen een extra reisdag.
Dit artikel zet een reeks eilanden in de Middellandse Zee naast elkaar op wat ze zijn, zodat je kunt kiezen op basis van wat je zoekt in plaats van op de foto's.
Santorini is spectaculair en dat weet iedereen
Santorini is volgens geologen de rand van een ingestorte vulkaan, en Fira en Oia op die rand kijken honderden meters de krater in. Dat levert het bekendste uitzicht van de Egeïsche Zee op en tegelijk de hoogste prijzen en de meeste bezoekers.
Wat het niet heeft, zijn goede stranden: het zand bij Kamari en Perissa is zwart en de kust is grotendeels rots. Wie hier heen wil, boekt maanden vooruit en kiest een dorp als Pyrgos in plaats van Fira of Oia; de veerboten komen aan in Athinios, waar de weg steil omhoog klimt. Reken op 200 tot 400 euro per nacht in het hoogseizoen, en op cruiseschepen die dagelijks duizenden mensen aan land zetten.
Paxos heeft geen luchthaven en dat is het punt
Dit eiland van ongeveer 19 vierkante kilometer in de Ionische Zee bereik je alleen met de boot, in ongeveer een uur vanaf Corfu. Er wonen een paar duizend mensen, er zijn drie dorpen, Gaios, Lakka en Loggos, en verder olijfgaarden.
Het water is helder en de westkust bestaat uit krijtkliffen met grotten. Er zijn nauwelijks zandstranden; je zwemt vanaf kiezel of vanaf de rotsen, of je vaart in twintig minuten naar Antipaxos met zijn twee zandbaaien. Voor wie rust zoekt en geen behoefte heeft aan uitgaan of veel keuze in restaurants, is dit een van de aantrekkelijkste eilanden van Griekenland.
Malta is een eiland waar je geen auto nodig hebt
Met ongeveer 316 vierkante kilometer en een half miljoen inwoners is dit het dichtstbevolkte land van de Europese Unie. Er rijden bussen over het hele eiland voor een paar euro per dag, en Engels is er een officiële taal.
Valletta staat sinds 1980 op de werelderfgoedlijst en de tempels van Ħaġar Qim en Mnajdra zijn ouder dan de piramides, net als de Ggantija op het buureiland Gozo. Stranden zijn er beperkt: de meeste kust is rots, met een handvol zandbaaien die in de zomer vol staan, en het bootje naar de Blue Lagoon bij Comino vaart dan in een file. Kies Malta voor geschiedenis en gemak, niet voor een strandvakantie.
Corsica is een berggebied dat toevallig in zee ligt
Foto: Allyson Beaucourt / UnsplashCorsica is ongeveer 8.700 vierkante kilometer groot en heeft met de Monte Cinto een top van 2.706 meter. Daarover loopt de GR20, een trektocht die als een van de zwaarste van Europa geldt, met vijftien etappes over de ruggengraat van het eiland.
Aan de kust liggen zandstranden als Palombaggia bij Porto-Vecchio en granietrotsen, met Bonifacio op de zuidpunt die op Sardinië uitkijkt. De afstanden zijn bedrieglijk: honderd kilometer over bergwegen kost hier drie uur. Wie kust en bergen wil combineren, boekt op twee plekken in plaats van elke dag heen en weer te rijden.
Menorca en Naxos zijn de rustige varianten van hun buren
Menorca is met ongeveer 700 vierkante kilometer het rustigste van de Balearen en sinds 1993 als biosfeerreservaat beschermd, met de Camí de Cavalls van ruim 180 kilometer rond het hele eiland en met honderden talayots in het binnenland, waarvan de Naveta des Tudons de bekendste is; Ciutadella en Mahón zijn de twee steden.
Naxos is het grootste eiland van de Cycladen en het enige met echte landbouw: aardappelen, kaas en vee. In Chora staat de Portara, de marmeren poort van een nooit afgebouwde tempel, en Apiranthos in de bergen is het mooiste dorp. Dat maakt het minder afhankelijk van toerisme en merkbaar goedkoper dan de buren, met bovendien lange zandstranden aan de westkust waar het water ondiep afloopt.
Amorgos en Elba zijn de eilanden voor wie wil lopen
Amorgos ligt aan de oostrand van de Cycladen, is langgerekt en steil, met het klooster Hozoviotissa dat in een rotswand boven zee is gebouwd; Aegiali en Katapola zijn de twee havens. Er zijn weinig stranden en veel oude voetpaden tussen de dorpen; het eiland is met de veerboot vanuit Athene in vijf tot negen uur bereikbaar.
Elba, voor de Toscaanse kust, is ongeveer 224 vierkante kilometer groot en vooral bekend omdat Napoleon er in 1814 en 1815 verbleef. Het heeft baaien, met de Monte Capanne een bergtop van 1.019 meter en een veerboot van een uur vanaf Piombino naar Portoferraio, wat het een van de best bereikbare eilanden van deze lijst maakt.
De Franse eilanden liggen dichterbij dan je denkt
Voor de kust bij Hyères liggen de Îles d'Hyères: Porquerolles, Port-Cros en Levant. Porquerolles is vrijwel autovrij: je komt er met een veerboot van een kwartier en verplaatst je te voet of op een gehuurde fiets. Er liggen zandstranden aan de noordkant en beschermd natuurgebied daarachter.
Het is met de trein tot Toulon en dan de boot goed te doen zonder vliegtuig, wat het tot de meest bereikbare optie maakt voor wie vanuit Nederland reist. Dagbezoekers zijn er in juli en augustus talrijk; wie blijft slapen, heeft het eiland na vijf uur vrijwel voor zich.
Praktisch
Let op: bij eilanden zonder luchthaven kost de reis heen en terug een extra dag, en bij harde wind vallen veerboten uit zonder dat er een alternatief is. Boek de overtocht in het hoogseizoen vooruit, zeker met een auto. Op veel kleine eilanden is een auto overbodig of zelfs lastig; scooters en bussen zijn er goedkoper en praktischer.
Mei, juni, september en begin oktober zijn overal de beste maanden: 22 tot 28 graden, zee vanaf juni warm genoeg en aanzienlijk minder volk dan in de zomervakantie. In juli en augustus liggen de prijzen twee tot drie keer hoger. Buiten het seizoen sluiten op de kleinere eilanden veel restaurants en varen de boten minder vaak.