Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Békés in Hongarije ligt op de laagvlakte en is vlak als een tafel
Deze provincie in het zuidoosten van Hongarije ligt volledig op de Grote Laagvlakte, met hoogteverschillen van hooguit enkele meters over tientallen kilometers. Er wonen ongeveer 340.000 mensen.
Wat hier is: de Körös-rivieren met afgesneden bochten, thermaal water uit de diepte en dorpen met eigen tradities. Dit artikel behandelt de streek, met entreeprijzen, openingstijden en afstanden.
Het kasteel van Gyula in Békés is het enige bewaarde bakstenen kasteel
In Gyula, tegen de Roemeense grens, staat een kasteel uit de veertiende eeuw dat volgens de erfgoeddienst het enige middeleeuwse bakstenen kasteel is dat op de Hongaarse laagvlakte bewaard is gebleven; het hield in 1566 twee maanden stand tegen een Ottomaans beleg.
Entree kost 2.000 tot 3.500 forint; het is van dinsdag tot zondag open, doorgaans van tien tot zes. Reken op anderhalf uur. In de zomer worden er op de binnenplaats voorstellingen gegeven; kaartjes daarvoor kosten 3.000 tot 8.000 forint.
Naast dat kasteel in Békés ligt een badcomplex in een oud park
Direct naast het kasteel ligt een thermaal badcomplex met ongeveer twintig bassins, aangelegd in een park van ruim 7 hectare uit de negentiende eeuw, gevoed door water van rond de 70 graden uit ruim 2.000 meter diepte.
Een dagkaart kost 4.500 tot 7.000 forint; het is dagelijks open, doorgaans van negen tot acht en in het weekeinde langer. Reken op een halve dag. De ligging tussen de oude bomen van het park is wat dit bad onderscheidt van de vele andere thermaalbaden in dit land.
Het arboretum bij Szarvas in Békés is tweeëntachtig hectare
Bij Szarvas aan de Körös ligt een arboretum van ongeveer 82 hectare met naar schatting anderhalfduizend soorten bomen en struiken, aangelegd vanaf het begin van de negentiende eeuw op een landgoed aan een afgesneden rivierarm.
Entree kost 1.500 tot 2.500 forint; het is dagelijks open, doorgaans van acht tot zes en in de winter korter. Reken op twee tot drie uur. De paden zijn vlak en verhard en dus met kinderwagen te doen; er zijn picknickplekken en een rondvaart over de oude rivierarm.
De afgesneden rivierarmen in Békés zijn nu stille vaarwaters
De Körös-rivieren zijn in de negentiende eeuw rechtgetrokken, waarbij tientallen bochten als losse waterlopen achterbleven. Die oude armen zijn nu stilstaand water met riet, wilgen en veel vis.
Toegang tot de oevers is gratis; een kano of kajak huren kost 3.000 tot 6.000 forint per dag en een visvergunning 2.000 tot 5.000 forint. Reken op vlakke tochten van 8 tot 20 kilometer. Dit is de rustigste watersport die je je kunt voorstellen: geen stroming, geen golven en nauwelijks andere boten.
In het Körös-Maros Nationaal Park in Békés leeft de grote trap
Het Körös-Maros Nationaal Park werd in 1997 opgericht, beslaat tienduizenden hectares grasland en akker tussen de Körös en de Maros en herbergt volgens de parkbeheerder een van de grootste populaties van de grote trap in Europa.
Toegang tot de bezoekgebieden kost 1.500 tot 3.000 forint. Kijken gaat vanaf uitkijkpunten of met een gids, doorgaans tussen vijf en acht uur 's ochtends; de mannetjes wegen tot 16 kilo en zijn daarmee een van de zwaarste vliegende vogels ter wereld. Let op: de kerngebieden zijn gesloten en dat wordt gehandhaafd; deze vogel verlaat zijn nest bij verstoring en dat kost een broedsel.
In Békéscsaba in Békés draait alles om worst
Békéscsaba, met ongeveer 58.000 inwoners de hoofdstad van de provincie, is bekend van de csabai kolbász, een gekruide gerookte worst met paprika waarvan het recept uit deze streek komt; in het naburige Gyula wordt een mildere variant gemaakt die eveneens een beschermde naam heeft. In oktober draait in Békéscsaba een worstfestival dat enkele dagen duurt.
Een toegangskaartje voor het festivalterrein kost 2.000 tot 5.000 forint; er wordt in tientallen tenten gemaakt, gerookt en geproefd. Let op: in die dagen zijn hotels in de wijde omtrek vol. In dezelfde stad staat de lutherse Grote Kerk uit 1824, die met ruim drieduizend plaatsen als de grootste lutherse kerk van Midden-Europa geldt; de stad heeft van oudsher een Slowaakse gemeenschap.
Dit is een streek in Békés waar je met een auto moet komen
Tussen de dorpen rijden bussen die op schooltijden zijn afgestemd, en de spoorlijnen verbinden alleen de grotere plaatsen als Békéscsaba, Gyula en Szarvas.
Reken op een huurauto van 8.000 tot 15.000 forint per dag. De wegen zijn vlak en recht; 100 kilometer kost hier ruim een uur, wat in Hongarije uitzonderlijk snel is. Sinds de snelweg vanuit de hoofdstad is doorgetrokken, is de rit vanaf Boedapest teruggelopen tot ongeveer tweeënhalf uur.
Praktisch voor een vakantie in Békés
Vanuit Nederland vlieg je in ongeveer twee uur op Boedapest en rijdt daarna 200 kilometer in tweeënhalf uur. Hongarije betaalt met de forint en niet met de euro; pinnen kan in de steden, maar op de markten en bij de kleine baden heb je contant geld nodig.
Mei, juni en september geven 20 tot 28 graden. In juli en augustus is het 30 tot 36 graden op deze open vlakte, met weinig schaduw. In de winter is het rond het vriespunt en zijn de thermale baden juist op hun aangenaamst; het prijspeil ligt het hele jaar ver onder het Nederlandse.