Békés ligt op de Hongaarse laagvlakte en is vlak als een tafel
Deze provincie in het zuidoosten van Hongarije ligt volledig op de Grote Laagvlakte, met hoogteverschillen van hooguit enkele meters over tientallen kilometers. Er wonen ongeveer 340.000 mensen.
Wat hier is: rivieren met afgesneden bochten, thermaal water uit de diepte en dorpen met eigen tradities. Dit artikel behandelt de streek, met entreeprijzen, openingstijden en afstanden.
Het kasteel in het oosten is het enige bewaarde bakstenen kasteel van de laagvlakte
In een stadje in het oosten staat een kasteel uit de veertiende eeuw dat volgens de erfgoeddienst het enige middeleeuwse bakstenen kasteel is dat op de Hongaarse laagvlakte bewaard is gebleven.
Entree kost 2.000 tot 3.500 forint; het is van dinsdag tot zondag open, doorgaans van tien tot zes. Reken op anderhalf uur. In de zomer worden er in de binnenplaats voorstellingen gegeven; kaartjes daarvoor kosten 3.000 tot 8.000 forint.
Naast dat kasteel ligt een badcomplex in een oud park
Direct naast het kasteel ligt een thermaal badcomplex met ongeveer twintig bassins, aangelegd in een park van ruim 7 hectare uit de negentiende eeuw, gevoed door water van rond de 70 graden uit ruim 2.000 meter diepte.
Een dagkaart kost 4.500 tot 7.000 forint; het is dagelijks open, doorgaans van negen tot acht en in het weekeinde langer. Reken op een halve dag. De ligging in het park is wat dit bad onderscheidt van de vele andere thermaalbaden in dit land.
Het arboretum ten noorden is 82 hectare
Bij een stad aan de rivier ligt een arboretum van ongeveer 82 hectare met naar schatting anderhalfduizend soorten bomen en struiken, aangelegd vanaf het begin van de negentiende eeuw.
Entree kost 1.500 tot 2.500 forint; het is dagelijks open, doorgaans van acht tot zes en in de winter korter. Reken op twee tot drie uur. De paden zijn vlak en verhard en dus met kinderwagen te doen; er zijn picknickplekken en een rondvaart over de oude rivierarm.
De afgesneden rivierarmen zijn nu stille vaarwaters
De rivieren in deze streek zijn in de negentiende eeuw rechtgetrokken, waarbij tientallen bochten als losse waterlopen achterbleven. Die oude armen zijn nu stilstaand water met riet, wilgen en veel vis.
Toegang tot de oevers is gratis; een kano of kajak huren kost 3.000 tot 6.000 forint per dag en een visvergunning 2.000 tot 5.000 forint. Reken op vlakke tochten van 8 tot 20 kilometer. Dit is de rustigste watersport die u zich kunt voorstellen: geen stroming, geen golven en nauwelijks andere boten.
In het nationale park leeft een van de grootste populaties grote trappen van Europa
Het nationale park in deze streek beslaat tienduizenden hectares grasland en akker en herbergt volgens de parkbeheerder een van de grootste populaties van de grote trap in Europa, een zware steppevogel.
Toegang tot de bezoekgebieden kost 1.500 tot 3.000 forint. Kijken gaat vanaf uitkijkpunten of met een gids, doorgaans tussen vijf en acht uur 's ochtends; de vogels wegen tot 16 kilo en zijn daarmee een van de zwaarste vliegende vogels ter wereld. Let op: de kerngebieden zijn gesloten en dat wordt gehandhaafd; deze vogel verlaat zijn nest bij verstoring en dat kost een broedsel.
In de hoofdstad van de provincie draait alles om worst
De grootste stad van deze provincie is bekend van een gekruide, gerookte worst met paprika, waarvan het recept uit deze streek komt. In oktober is er een festival dat enkele dagen duurt.
Een toegangskaartje voor het festivalterrein kost 2.000 tot 5.000 forint; er wordt in tientallen tenten gemaakt, gerookt en geproefd. Let op: in die dagen zijn hotels in de wijde omtrek vol. Buiten het festival kunt u het hele jaar door bij slagerijen en op de markt terecht, die van zes tot twaalf draait.
Dit is een streek waar u met een auto moet komen
Tussen de dorpen rijden bussen die op schooltijden zijn afgestemd, en de spoorlijnen verbinden alleen de grotere plaatsen.
Reken op een huurauto van 8.000 tot 15.000 forint per dag. De wegen zijn vlak en recht; 100 kilometer kost hier ruim een uur, wat in Hongarije uitzonderlijk snel is. Sinds de snelweg vanuit de hoofdstad is doorgetrokken, is de rit vanaf Boedapest teruggelopen tot ongeveer tweeënhalf uur.
Praktisch
Vanuit Nederland vliegt u in ongeveer twee uur op Boedapest en rijdt daarna 200 kilometer in tweeënhalf uur. Hongarije betaalt met de forint en niet met de euro; pinnen kan in de steden, maar op de markten en bij de kleine baden hebt u contant geld nodig.
Mei, juni en september geven 20 tot 28 graden. In juli en augustus is het 30 tot 36 graden op deze open vlakte, met weinig schaduw. In de winter is het rond het vriespunt en zijn de thermale baden juist op hun aangenaamst; het prijspeil ligt het hele jaar ver onder het Nederlandse.