Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Bezoek Gyula in Békés voor de enige gotische bakstenen burcht van de vlakte
De burcht van Gyula werd in de vijftiende eeuw van baksteen opgetrokken en is als enige in dit vlakke deel van Centraal-Europa in die vorm bewaard gebleven; elders zijn ze afgebroken of tot ruïne vervallen. Hij hield stand tegen de Ottomanen tot 1566 en kwam later in Habsburgse handen.
De burcht staat midden in een park met daarnaast een badcomplex op thermaal water. Dit artikel behandelt de burcht, de baden en de stad, met entreeprijzen, openingstijden en afstanden.
De burcht van Gyula in Békés is van binnen als museum ingericht
Binnen loop je door de kelders, de kapel en de verdedigingsgangen, langs wapens en maquettes, met een uitkijkpunt op de toren. De rondgang is met borden en beeldschermen ingericht en duurt ongeveer anderhalf uur.
Entree kost rond de 4.000 forint, omgerekend zo'n 10 euro, en het is van dinsdag tot zondag open, doorgaans van tien tot zes en in de winter korter. In juli en augustus speelt het Gyulai Várszínház in de open lucht bij de burcht, een festival dat al sinds 1964 bestaat; kaarten kosten 3.000 tot 8.000 forint.
Het thermale water van Gyula in Békés komt van 2.500 meter diepte
Naast de burcht ligt het Várfürdő, waar water van ruim zeventig graden uit de diepte wordt opgepompt en in de bassins tot 32 tot 38 graden wordt teruggekoeld. Er zijn binnen- en buitenbaden, waaronder een deel met glijbanen voor kinderen.
Een dagkaart kost 6.000 tot 8.000 forint, ongeveer 15 tot 20 euro. Het complex is dagelijks open van negen tot zeven en in het weekend langer. Let op, want in de heetste bassins wordt aangeraden niet langer dan twintig minuten te blijven, en voor kinderen gelden aparte, koelere baden.
Het park rond de baden is zeven hectare groot
De baden en de burcht liggen in een oud parkbos met eiken en platanen die volgens de gemeente meer dan tweehonderd jaar oud zijn. Er lopen brede paden en er staan banken, en toegang tot het park is gratis.
Aan de rand staat het achttiende-eeuwse Almássy-kastély van de familie die hier de grond bezat, nu ingericht met interieurs uit die tijd. Entree kost rond de 2.500 forint en het is van dinsdag tot zondag open; reken op een uur. In de stad zelf toont het Ladics-huis hoe een burgerfamilie in de negentiende eeuw woonde, en in Gyula werd in 1810 componist Ferenc Erkel geboren, die het Hongaarse volkslied schreef.
De Gyulai kolbász uit Békés heeft een Europese beschermde naam
De met paprika op smaak gebrachte droge worst uit deze stad, de Gyulai kolbász, mag sinds 2010 alleen die naam dragen als hij hier volgens het vastgelegde recept is gemaakt. Er is een fabriek met een winkel en een klein museum erbij.
Een kilo kost 6.000 tot 9.000 forint. In oktober is er een worstfestival van enkele dagen op het plein, met proeverijen en wedstrijden. Wie er zelf mee naar huis wil: gedroogde worst mag gewoon mee binnen de Europese Unie en gekoeld vervoerd houdt hij het een dag of twee prima uit.
Het oude centrum van Gyula in Békés is in een uur rond te lopen
Rond het hoofdplein en de Városház utca staan een classicistisch stadhuis, de Sint-Michielkerk en de Százéves Cukrászda, een koffiehuis uit 1840 dat als een van de oudste banketbakkerijen van Hongarije geldt. Rondlopen kost niets.
Een dobostaart met koffie kost er 2.000 tot 3.000 forint. De weekmarkt is op zaterdagochtend, met groente, kaas en paprika in alle scherptes, en achter de bar staat pálinka naast een fles Egri Bikavér. Prijzen liggen hier merkbaar onder die in Boedapest, want een maaltijd kost 3.500 tot 6.000 forint per persoon.
Op een half uur rijden van Gyula in Békés ligt Nationaal Park Körös-Maros
Ten westen van de stad ligt Nationaal Park Körös-Maros, ongeveer 50.000 hectare groot, in 1997 ingesteld en bestaand uit steppeweiden, moerassen en rivierbossen. Er leeft een van de laatste populaties grote trappen van Europa, vogels die tot zestien kilo wegen en daarmee tot de zwaarste vliegende vogels ter wereld horen.
Toegang tot de wandelroutes is gratis en begeleide excursies kosten 2.000 tot 4.000 forint per persoon, vooral in het voorjaar. Blijf op de paden en houd afstand, want de vogels vliegen op zodra mensen te dichtbij komen en dat kost ze in het broedseizoen hun nest.
De Körös-rivieren in Békés zijn traag en geschikt om te kanoën
Door de streek stromen de Fehér-Körös en de Fekete-Körös, die bij Gyula samenkomen en zo langzaam lopen dat je er in beide richtingen op kunt varen. Er zijn kanoverhuurders die tochten van 10 tot 25 kilometer uitzetten, met ophaalservice.
Een dag kanoën kost 5.000 tot 9.000 forint per persoon inclusief materiaal, van mei tot september. De oevers zijn begroeid met wilgen en er broeden ijsvogels. Het is hier vlak, dus fietsen werkt net zo goed, met verhuur voor 2.000 tot 3.500 forint per dag.
Praktisch voor een bezoek aan Gyula in Békés
Vanuit Boedapest rijd je er in tweeënhalf tot drie uur naartoe over ongeveer 220 kilometer, en er rijden ook treinen met een overstap in ongeveer drie uur. Vanuit Nederland vlieg je in twee uur op Boedapest. Hongarije betaalt met de forint en niet met de euro, al accepteren de baden en hotels vaak wel kaarten in euro's.
Mei, juni en september zijn de aangenaamste maanden met 20 tot 27 graden. In juli en augustus loopt het op naar 33 tot 37 graden en zijn de buitenbaden vol. In de winter is het koud met mist, maar dan zijn de thermale baden juist op hun best en is het er rustig.