De Donau deelt Boedapest in een heuvel en een vlakte
De Donau is in de stad ongeveer 300 tot 500 meter breed en scheidt twee volkomen verschillende helften: aan de kant van Boeda heuvels met de Burchtheuvel erop, aan de kant van Pest een vlak rasterpatroon van negentiende-eeuwse straten.
Dat verschil bepaalt wat je aan welke oever doet. Dit artikel behandelt de routes langs en over het water, met afstanden, prijzen in forint en de plekken waar het fietspad ophoudt.
De promenade aan de vlakke kant is de wandelroute
Aan de Pest-zijde loopt tussen de Margaretha-brug en de Kettingbrug de Donaupromenade, een kade van ongeveer anderhalve kilometer met uitzicht op de Burchtheuvel aan de overkant. Halverwege staat het Parlementsgebouw uit 1902 aan het Kossuth Lajos-plein, ontworpen door Imre Steindl, met een gevel van 268 meter lang aan het water.
Rondleidingen daar duren ongeveer drie kwartier; inwoners van de Europese Unie betalen een lager tarief dan andere bezoekers, grofweg een derde. Reserveer online, want de tijdvakken zijn vaak dagen vooruit vol. Reken op ongeveer 390 tot 400 forint per euro.
Op de kade staan zestig paar ijzeren schoenen
Tussen het parlement en de Kettingbrug staat sinds 2005 het monument Schoenen aan de Donaukade, gemaakt door beeldhouwer Gyula Pauer en regisseur Can Togay: zestig paar schoenen van gietijzer, achtergelaten aan de waterkant. Het herdenkt de Joodse inwoners die hier in de winter van 1944 en 1945 werden gedwongen hun schoenen uit te trekken en vervolgens in de rivier werden geschoten.
Er is geen hek en geen kaartje; het staat gewoon op de stoep en je loopt er zo langs. Neem er even de tijd voor. Het is het meest ingetogen monument van de stad en het maakt duidelijk waarom de rivier hier niet alleen decor is.
De oudste vaste brug dateert uit 1849
De Széchenyi Lánchíd, bij ons bekend als de Kettingbrug, was de eerste permanente oeververbinding tussen beide stadshelften en is ongeveer 375 meter lang; hij is genoemd naar graaf István Széchenyi, die de bouw betaalde. Daarvoor ging het verkeer met veerboten of, in de winter, over het ijs.
De brug is recentelijk gerenoveerd, met bredere stoepen voor voetgangers. Overlopen kost niets en duurt vijf minuten; aan de overkant brengt de Budavári Sikló, het kabelspoor uit 1870, je in een minuut naar de Burchtheuvel, voor rond de 4.000 forint enkele reis. Lopen kan ook: dat is een klim van ongeveer een kwartier.
Het eiland in de rivier is grotendeels autovrij
Midden in de stad ligt het Margitsziget, het Margaretha-eiland, ongeveer 2,5 kilometer lang, waar alleen bussen en taxi's mogen komen. Eromheen loopt een hardlooppad van ongeveer 5,3 kilometer met een verende ondergrond, waar de stad dagelijks gebruik van maakt.
Je huurt er fietsen en driewielers voor 2.000 tot 4.000 forint per uur, of je loopt het rond in ruim een uur. Er liggen thermale bronnen, de ruïne van het dominicanenklooster waar Margaretha van Hongarije in de dertiende eeuw leefde, en een muziekfontein die op vaste tijden speelt. Dit is de rustigste groene plek binnen de stad.
Fietsen kan, maar niet overal even prettig
Langs de Pest-oever ligt een fietspad dat grotendeels doorloopt, onderdeel van de Donau-fietsroute van EuroVelo, en in de zomerweekenden wordt de lage kade van zaterdag 8.00 uur tot zondagavond voor autoverkeer afgesloten, waardoor er een autovrije strook van ruim twee kilometer ontstaat. Dat is het beste moment om te fietsen.
Let op: aan de Boeda-oever is de doorgaande route tussen het Batthyány-plein en de Margaretha-brug op verschillende stukken onderbroken en fiets je een eind langs een drukke doorgaande weg. Deelfietsen zijn er via MOL Bubi, het stadssysteem met een dagtarief van enkele honderden forint plus een ritprijs; gewone verhuur kost 4.000 tot 7.000 forint per dag.
De heuvel achter de burcht geeft het beste uitzicht
Ten zuiden van het kasteel ligt de Gellérthegy, de Gellértberg van 235 meter, met de Citadella en het Vrijheidsbeeld op de top, van waaruit je de hele bocht van de rivier overziet, van de Vrijheidsbrug tot de Margaretha-brug.
Vanaf de kade klim je er in twintig tot dertig minuten naartoe over paden en trappen; het is stevig maar niet technisch. Toegang is gratis en de heuvel is dag en nacht open. Bij zonsondergang is het er druk; een uur eerder heb je hetzelfde licht met de helft van de mensen.
Stroomopwaarts maakt de rivier een bocht
Ten noorden van de stad buigt de Donau in de Dunakanyar, de Donauknie, scherp naar het zuiden, met heuvels aan weerszijden en de stadjes Szentendre, Visegrád en Esztergom langs het water. Szentendre bereik je met de voorstadstrein HÉV vanaf het Batthyány-plein in ongeveer veertig minuten voor een paar euro.
Er varen ook boten vanaf het centrum, die er een tot twee uur over doen en 5.000 tot 9.000 forint kosten. Verder stroomopwaarts liggen de burcht van Visegrád op een heuvel en de basiliek van Esztergom, met een koepel die van ver zichtbaar is. Voor een dagtrip vanuit de stad is dit de meest voor de hand liggende richting.
Praktisch
Vanaf Nederland vlieg je in ongeveer twee uur; vanaf de luchthaven Liszt Ferenc ben je met bus 100E of met bus en metro in drie kwartier in het centrum. Hongarije betaalt met forint en niet met euro's, ook al worden die soms geaccepteerd tegen een ongunstige koers. Een dagkaart voor het openbaar vervoer kost rond de 2.500 forint.
April tot juni en september tot oktober zijn de aangenaamste maanden, met 18 tot 26 graden. In juli en augustus loopt het op naar boven de 33 graden en is er langs het water weinig schaduw; verplaats je wandeling dan naar de vroege ochtend of de avond. In de winter is het aan de rivier guur maar zijn de badhuizen Gellért en Széchenyi juist op hun best.