De oudste metrolijn van het vasteland ligt hier vlak onder de straat
De gele lijn onder de statige boulevard is in 1896 aangelegd en is daarmee de oudste elektrische ondergrondse van het Europese vasteland. Volgens Unesco staat hij sinds 2002 op de werelderfgoedlijst.
De stations liggen maar enkele meters diep, met houten interieurs en tegelwerk. Een rit kost rond de 450 forint. Dat is meteen de goedkoopste bezienswaardigheid van de stad. Dit artikel behandelt de minder bekende kanten, met prijzen, openingstijden en afstanden.
De eerste ruïnebar zit sinds 2004 in een leegstaand pand
In de zevende wijk werd in 2004 een verlaten gebouw met binnenplaats ingericht als kroeg zonder het op te knappen: afgebladderde muren, tweedehands meubels en een uitgeholde auto als zitbank. Daar is een hele categorie kroegen uit voortgekomen.
Binnenkomen is gratis en het is dagelijks open van het middaguur tot diep in de nacht. Een bier kost 1.200 tot 2.000 forint. Op zondagochtend staat er van 9.00 tot 14.00 uur een boerenmarkt in dezelfde binnenplaats, en dan is het er rustig en zonder rijen.
Boven de kroegen wonen mensen
De uitgaanswijk is een gewone woonwijk waar bewoners boven de bars slapen. Er gelden geluidsregels, er zijn beperkingen op nieuwe zaken en er wordt op straat gecontroleerd.
Praktisch betekent dat: buiten na middernacht zacht praten, geen drank mee de straat op nemen en niet in portieken staan. In de smalle straten weerkaatst het geluid tot op de vierde verdieping. Wie het rustiger wil, wijkt uit naar de achtste wijk op 10 minuten lopen, waar de kroegen kleiner zijn, tot 2.00 uur open blijven en een bier 800 tot 1.200 forint kost.
De grote markthal uit 1897 is op zondag gesloten
De ijzeren hal aan de rivier telt ruim 10.000 vierkante meter met groente, vlees, paprika en kruiden op de begane grond en eetkramen en souvenirs op de eerste verdieping.
Toegang is gratis; het is van maandag tot zaterdag open, maandag tot 17.00 uur, dinsdag tot vrijdag tot 18.00 uur en zaterdag tot 15.00 uur. Op zondag is hij dicht. Let op de prijzen boven: die liggen twee tot drie keer hoger dan bij de kramen beneden voor hetzelfde product. Koop paprikapoeder beneden.
De wijkmarkthallen zijn waar de stad zelf boodschappen doet
Verspreid over de stad staan nog een stuk of vijf overdekte markten uit dezelfde periode, zonder souvenirkramen en zonder bezoekers. Er zitten groentekramen, een slager, een bakker en een eethoek.
Toegang is gratis en ze zijn doorgaans van maandag tot zaterdag open van 6.00 tot 17.00 uur, op zaterdag tot 13.00 uur. Een warme maaltijd bij de eethoek kost 1.500 tot 2.500 forint. Dit is de eenvoudigste manier om voor de helft van de prijs te eten wat in het centrum als streekgerecht wordt verkocht.
Achter de gevels liggen doorlopende binnenplaatsen
De negentiende-eeuwse huizenblokken hebben binnenplaatsen met omlopende galerijen, en in sommige blokken lopen die van de ene straat naar de andere door. Een paar daarvan zijn overdag vrij toegankelijk.
Doorlopen kost niets. In één blok liggen zeven binnenplaatsen achter elkaar, nu vol met terrassen; in een ander staat een glasoverdekte passage uit 1913 die na een restauratie in 2019 hotel is geworden, waar u de hal in mag kijken. Reken op twee uur voor een ronde langs een stuk of vijf.
Het Turkse badhuis heeft dagen voor mannen en dagen voor vrouwen
Aan de voet van de heuvel aan de westoever ligt een badhuis met een achthoekig bassin onder een koepel uit 1550, uit de Ottomaanse tijd. Dat oudste deel is op de meeste dagen niet gemengd.
Een dagkaart kost 4.500 tot 9.000 forint, afhankelijk van de dag en het deel. Kijk het schema vooraf na, want doordeweeks is het historische bad op vaste dagen alleen voor mannen en op één dag alleen voor vrouwen; in het weekeinde is het gemengd en dan is een badpak verplicht.
Op het plein in de oude Joodse wijk staat de op een na grootste synagoge ter wereld
In dezelfde wijk als de kroegen staat een synagoge uit 1859 met ruim drieduizend zitplaatsen, na die in New York de grootste ter wereld. In de tuin ernaast liggen graven van mensen die in de winter van 1944 en 1945 in het getto omkwamen.
Entree kost rond de 12.000 forint inclusief rondleiding en museum; het is van zondag tot vrijdag open en op zaterdag gesloten. Reken op anderhalf uur. Mannen krijgen bij de ingang een keppeltje en schouders moeten bedekt zijn.
Praktisch
Vanuit Nederland vliegt u in ongeveer twee uur; vanaf de luchthaven rijdt bus 100E in 40 minuten naar het centrum voor rond de 2.200 forint. Hongarije betaalt met de forint en niet met de euro; wisselen doet u niet op de luchthaven en niet bij de kantoren in de toeristenstraten.
Een enkele rit met metro of tram kost rond de 450 forint en een dagkaart rond de 2.500 forint. Mei, juni en september geven 20 tot 27 graden. In juli en augustus is het 30 tot 35 graden en zijn de binnenplaatsen en de badhuizen aangenamer dan de straat.