De twee genoemde nationale parken liggen allebei buiten deze provincie
Het park met de zandruggen ten zuidwesten hoort bij de buurprovincie aan de andere kant van de Donau, en het grote poestapark ligt ruim honderd kilometer oostelijker in weer een andere provincie.
Wat deze provincie wel heeft, is een stuwmeer van 127 vierkante kilometer, twee rivieren die er samenkomen en twee volksgroepen met een eigen geschiedenis. Dit artikel behandelt dat, met entreeprijzen, openingstijden en afstanden.
Het grote meer in het noorden is in 1973 ontstaan
Door de aanleg van een stuwdam in de rivier liep in 1973 volgens het waterschap een gebied van ongeveer 127 vierkante kilometer onder. Daarmee is het na het bekende meer in het westen het grootste water van Hongarije, en het is nergens dieper dan een meter of vier.
Zwemmen mag bij de aangelegde strandjes, waar u enkele honderden forint entree betaalt; ze zijn van juni tot augustus dagelijks open van 9.00 tot 19.00 uur. Het water haalt in juli 24 tot 26 graden. Er zijn kanoroutes tussen de rieteilanden, met verhuur vanaf ongeveer 3.000 forint per dag.
Aan dat meer staat een zoetwateraquarium met een uitkijktoren
Bij het dorp aan de noordoever staat sinds 2012 een centrum met bassins waarin de vissen van de rivier zwemmen, van meerval tot steur, met een galerij die onder het water door loopt.
Entree kost rond de 3.500 forint voor volwassenen en minder voor kinderen; het is dagelijks open van 9.00 tot 18.00 uur, in de winter korter. Reken op twee uur. Op hetzelfde terrein staat een uitkijktoren over het rietmoeras en vertrekken er boottochten naar het vogelreservaat.
In het moeras broeden reigers, aalscholvers en zeearenden
Het noordelijke deel van het meer is vogelreservaat met rietvelden en dode bomen waarin kolonies broeden. Delen zijn in het broedseizoen gesloten en alleen per boot met een gids te bezoeken.
Een begeleide boottocht kost 4.000 tot 7.000 forint per persoon en duurt anderhalf tot twee uur; ze varen van april tot september. Neem een verrekijker mee. Let op: bij lage waterstand vaart de boot niet tot in het reservaat en wordt de route ingekort, wat u pas bij vertrek hoort.
De Jász zijn een volk dat hier in de dertiende eeuw neerstreek
De noordelijke helft van de provincie is genoemd naar een groep die in de dertiende eeuw uit de Kaukasus kwam, een Iraanse taal sprak en van de Hongaarse koning grond en voorrechten kreeg. Die voorrechten liepen tot 1876.
In het museum in de hoofdstad van dat gebied ligt een gesneden ivoren hoorn die als hun kostbaarste bezit geldt. Entree kost rond de 2.000 forint en het is van dinsdag tot zondag open van 9.00 tot 17.00 uur. Reken op anderhalf uur.
In de zuidelijke helft woont een tweede volk met een eigen verhaal
Het zuidelijke deel is genoemd naar de Kunnen, een steppevolk dat in 1239 voor de Mongolen vluchtte en hier werd opgenomen. In 1745 kochten zij hun vrijheid van de keizerin terug, met eigen geld.
In het stadje in het zuiden staat een streekmuseum daarover en een windmolen uit 1859 die nog draait; beide kosten enkele honderden tot tweeduizend forint en zijn van dinsdag tot zondag open. In hetzelfde stadje wordt een kleigoedtraditie voortgezet, met werkplaatsen waar u kunt kijken en kopen.
De provinciehoofdstad ligt op de plek waar twee rivieren samenkomen
De stad van ongeveer 70.000 inwoners ligt precies waar een zijrivier in de grote rivier uitkomt. Er is sinds 1902 een kunstenaarskolonie gevestigd, in houten ateliers aan het water.
De ateliers en de galerie zijn deels te bezoeken voor enkele duizenden forint, van dinsdag tot zondag. In dezelfde stad ligt een thermaalbad met water uit ruim duizend meter diepte; een dagkaart kost rond de 3.500 forint en het is dagelijks open van 9.00 tot 20.00 uur.
Op de poesta worden paardenshows voor bezoekers gehouden
Op enkele boerderijen in de vlakte worden demonstraties gegeven met paarden, grijze steppenrunderen en schapen met spiraalvormige hoorns, met een rit in een huifkar erbij.
Zo'n programma kost 5.000 tot 12.000 forint per persoon, duurt twee tot drie uur en gaat op afspraak. Let op: dit is uitdrukkelijk een voorstelling voor bezoekers en geen dagelijkse praktijk; de herderskleding is die van een eeuw geleden. Voor kinderen werkt het goed, mits u dat vooraf zo uitlegt.
Praktisch
Vanuit Nederland vliegt u in ongeveer twee uur op Boedapest; vanaf daar rijdt de trein in ruim een uur naar de provinciehoofdstad, 100 kilometer. Hongarije betaalt met de forint en niet met de euro.
Voor de snelweg hebt u een elektronisch vignet nodig van rond de 6.000 forint voor tien dagen. Mei, juni en september geven 20 tot 28 graden. In juli en augustus loopt het naar 33 tot 36 graden en is de vlakte overdag heet en schaduwloos; het meer is dan de enige aangename plek.