Deze streek in het zuiden van Hongarije ligt op heuvels van löss, een fijn windafzettingsgesteente waarin sinds eeuwen wijnkelders zijn uitgegraven. Anders dan het grootste deel van het land draait het hier om rode wijn.
De stad zelf telt ruim dertigduizend inwoners en ligt op ongeveer 150 kilometer van Boedapest. Dit artikel behandelt de wijn, de stad en het rivierbos ernaast, met prijzen, openingstijden en afstanden.
De kelders zitten in de wand van de holle wegen
Rond de stad lopen zandwegen tussen de wijngaarden, met in de wanden rijen kelderdeuren naast elkaar. Achter elke deur ligt een gang van tientallen meters diep in de löss, waar het jaarrond rond de 12 graden is.
Een proeverij bij een familiebedrijf kost 3.000 tot 8.000 forint per persoon en duurt een tot anderhalf uur; bel een dag vooruit, want de meeste kelders hebben geen vaste openingstijden. Neem een trui mee, want binnen is het ook in augustus koel.
De streekdruif is licht van kleur en werd bijna vergeten
De oude rode druif van deze streek geeft een lichte, kruidige wijn en verdween in de twintigste eeuw grotendeels omdat hij lastig te telen is. De laatste decennia planten telers hem weer aan.
Een fles kost 2.500 tot 7.000 forint bij het huis. Daarnaast wordt hier een zwaardere melange gemaakt die naar de streek is genoemd. Vraag bij een proeverij expliciet naar de oude druif; op de standaardkaart staat hij niet altijd, terwijl juist die het verschil met andere Hongaarse streken laat zien.
Het centrum is klein en in een uur rond te lopen
Rond het hoofdplein staan een classicistisch bestuursgebouw uit het begin van de negentiende eeuw, een grote kerk en het geboortehuis van een dichter die hier in 1883 werd geboren en die tot de bekendste van het land hoort.
Rondlopen kost niets; het dichtershuis en het streekmuseum vragen elk enkele duizenden forint en zijn van dinsdag tot zondag open. Reken op twee uur voor beide. Onder het museum liggen resten van een middeleeuwse abdij die bij graafwerk zijn gevonden.
Naast de stad ligt een ooibos langs de Donau
Ten oosten van de stad ligt volgens het parkbestuur een uiterwaardenbos van ruim 17.000 hectare dat bij hoogwater onderloopt, met oude rivierarmen, wilgen en populieren. Het hoort bij een nationaal park.
Toegang tot de wandelpaden is gratis. In het bos leven edelherten, zeearenden en bevers; excursies met een boswachter kosten 3.000 tot 6.000 forint. Let op: bij hoogwater in het voorjaar zijn delen onbereikbaar en staan de paden onder water; kijk dat na voordat u rijdt.
Door dat bos rijdt een smalspoortreintje
Door het ooibos loopt een smalspoorlijn die oorspronkelijk voor het houttransport werd aangelegd en waarover nu passagiersritten worden gereden, dwars door het bos en langs de rivierarmen.
Een rit kost 2.000 tot 4.000 forint en duurt een tot twee uur, afhankelijk van het traject. De treinen rijden vooral van april tot oktober en in het weekend; buiten die periode is de dienst beperkt. Dit is de rustigste manier om het gebied te zien, want de wegen erdoorheen zijn er nauwelijks.
Langs de rivier loopt een internationale fietsroute
De doorgaande fietsroute die de Donau van de bron tot de Zwarte Zee volgt, komt hier langs. Het traject in deze streek is vlak en loopt deels over de dijk.
Fietsen kost niets; verhuur in de stad kost 2.000 tot 4.000 forint per dag. Een dagetappe van 40 tot 60 kilometer is hier gebruikelijk. Er is weinig schaduw op de dijk, dus neem water mee. Met de trein terug is mogelijk; een fiets meenemen kost enkele honderden forint.
Het wijnfeest valt in september
Elk jaar in september wordt in de stad een oogstfeest gehouden van enkele dagen, met een optocht, kramen en kelders die opengaan die de rest van het jaar op afspraak werken.
Toegang is meestal gratis; proeven gaat met muntjes van enkele honderden forint. In die dagen zijn de pensions in de stad vol en liggen de prijzen hoger; boek vooruit of slaap in een dorp op tien kilometer. Buiten die week is de streek stil en zijn de kelders alleen op afspraak open.
Praktisch
Vanuit Boedapest rijdt u in ongeveer twee uur over 150 kilometer; er rijden ook treinen, met een reistijd van tweeënhalf uur. Vanuit Nederland vliegt u in twee uur op Boedapest. Hongarije betaalt met de forint en op de snelwegen geldt een elektronisch vignet.
Mei, juni en september zijn de aangenaamste maanden met 20 tot 28 graden. Let op: voor bestuurders geldt in Hongarije nul promille, dus wie proeft, rijdt niet. In juli en augustus is het 30 tot 35 graden en zijn de kelders juist een aangename plek om de middag door te brengen.