Tolna is de Hongaarse provincie waar bijna geen bezoeker komt
Tolna ligt in het zuidwesten van Hongarije, tussen de Donau en de heuvels, en telt ongeveer 220.000 inwoners op ruim 3.700 vierkante kilometer. Het is een van de minst bezochte provincies van het land: geen Balatonmeer, geen hoofdstad, wel wijnheuvels, thermaalbaden en dorpen waar de tijd stilstaat.
Dit artikel gaat over wat er te doen is, wat het kost en waarom je hier komt in plaats van bij het meer.
Szekszard is de oudste rode wijnstreek van het land
Szekszard, de provinciehoofdstad met ongeveer 32.000 inwoners, ligt tegen de heuvels aan en maakt al sinds de Romeinse tijd wijn. Het is een van de weinige Hongaarse streken die vooral rood produceert, met de inheemse druif kadarka en de zware bikaver als bekendste.
De heuvels eromheen staan vol kleine kelders die in de lösswand zijn uitgegraven. Een proeverij bij een familiebedrijf kost doorgaans 10 tot 20 euro, inclusief brood en spek, en een fles goede wijn kost aan de deur 6 tot 12 euro. Reken erop dat er weinig Engels wordt gesproken; een vertaalapp helpt hier meer dan elders.
De Donau vormt de oostgrens
De Donau is met 2.850 kilometer de op een na langste rivier van Europa en is bij Tolna enkele honderden meters breed, met aan de oostkant een strook uiterwaarden vol wilgenbos, zijarmen en zandbanken. Er lopen dijkpaden waarover je tientallen kilometers kunt wandelen of fietsen zonder een auto te horen; het hoogteverschil is nul.
Vanaf de plaats Tolna en vanaf Gerjen zijn er aanlegplekken en veerponten naar de overkant, doorgaans voor enkele euro's. Houd er rekening mee dat het water in het voorjaar hoog staat en dat delen van de uiterwaarden dan onder lopen; de dijk zelf blijft begaanbaar, de paden erlangs niet.
Het Gemenc-woud is het bijzonderste natuurgebied
Ten zuiden van Szekszard ligt Gemenc, een van de grootste aaneengesloten ooibossen van Europa en onderdeel van Nationaal Park Duna-Drava, dat in totaal ruim 50.000 hectare beslaat. Het is een doolhof van oude rivierarmen, moerasbos en weiden.
Volgens de parkbeheerders leven er edelherten, everzwijnen, zeearenden en zwarte ooievaars. Het gebied is deels alleen te bezoeken met de smalspoorbaan die er doorheen rijdt, een treintje van enkele tientallen kilometers waarvan de rit een tot twee uur duurt voor rond de 8 euro. Dat is meteen de beste manier om er te komen, want met de auto is het grootste deel niet toegankelijk.
Thermaalbaden in Tamasi en omgeving
Hongarije heeft ruim 1.300 aangeboorde warmwaterbronnen en Tolna heeft er zijn deel van. In Tamasi in het noorden van de provincie ligt een badencomplex met binnen- en buitenbaden waar het water rond de 30 tot 38 graden uit de grond komt; entree ligt rond de 8 tot 12 euro voor een dagkaart.
Zulke baden zijn hier geen wellnessuitje maar een gewone gewoonte: je zwemt tussen de plaatselijke bevolking, met een schaakbord op de rand van het bad. Neem badslippers en een muts mee, want die zijn in sommige binnenbaden verplicht. Op zaterdag is het er het drukst.
Kastelen en dorpen
De burcht van Simontornya in het noorden van Tolna gaat terug tot de 13e eeuw en werd later tot renaissancepaleis verbouwd; het is een van de best bewaarde middeleeuwse gebouwen van de streek, met entree van enkele euro's en een bezoek van ongeveer een uur.
Daaromheen liggen de dorpen met hun witgekalkte boerderijen, langgerekte erven en het typische zuilenportiek aan de straatkant. In Ozora staat een burcht uit het begin van de 15e eeuw, en in verschillende plaatsen wonen nog Duitstalige gemeenschappen, de Donauzwaben, die hier vanaf de 18e eeuw werden gevestigd en hun eigen bouwstijl en feesten meebrachten.
De keuken is stevig en goedkoop
De Hongaarse keuken draait hier om paprika, vet en zoetwatervis. Halaszle, de vissoep van de Donau met karper en veel paprika, is het streekgerecht; die is fors pittiger dan bezoekers verwachten. Een portie kost rond de 6 tot 9 euro.
Verder zijn er de gulyas als soep in plaats van als stoofpot, de pörkölt met rundvlees, en in het najaar de zure kool met varkensvlees. Een volledige maaltijd in een dorpsrestaurant blijft onder de 15 euro per persoon, en dat is de belangrijkste reden dat een week in Tolna goedkoper uitpakt dan een week aan de Balaton.
Vissen, fietsen en de rustige buitenkant
De oude rivierarmen en de meren bij Gerjen en langs de Donau zijn viswater voor karper, snoek en meerval. Een dagvergunning kost doorgaans 10 tot 20 euro en is bij de plaatselijke hengelsportvereniging of online te regelen; vissen zonder papieren levert een boete op.
Fietsen kan over de dijk langs de Donau, die deel uitmaakt van de internationale Donauroute en vlak is over tientallen kilometers. Houd er rekening mee dat de bewegwijzering en de voorzieningen hier veel spaarzamer zijn dan in Oostenrijk of Duitsland; neem eten en water mee en reken niet op een café om de tien kilometer.
Praktisch en wanneer je gaat
Tolna ligt op ongeveer anderhalf uur rijden van Boedapest en twee uur van het Balatonmeer; vanuit Nederland is het met de auto veertien tot zestien uur. Hongarije betaalt met forint, ongeveer 390 forint per euro, en de snelwegen vereisen een digitaal vignet van rond de 15 euro voor tien dagen.
Mei, juni en september zijn de aangenaamste maanden. Juli en augustus zijn heet, met temperaturen tot boven de 35 graden, al is dat in de wijnkelders en de bossen goed te doen. Houd er rekening mee dat het toeristische aanbod hier dun is: buiten het seizoen zijn veel kleine musea en kelders alleen op afspraak open, dus bel of mail vooruit.