Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Wandelen in Aspromonte in Calabrië gaat van zee tot bijna 2.000 meter
Foto: merwak. raw / Pexels
Nationaal Park Aspromonte in de zuidpunt van Calabrië beslaat ongeveer 64.000 hectare en komt tot 1.955 meter, terwijl de Tyrreense en de Ionische Zee op nog geen twintig kilometer liggen. Sinds 2021 is het gebied ook als geopark erkend.
Dat betekent steile dalen, oude herderspaden en dorpen die halverwege de helling hangen. Dit artikel behandelt de routes, met hoogteverschillen, looptijden en de risico's die hier reëel zijn.
Op de Montalto in Calabrië staat een bronzen Christusbeeld
Foto: Davide Comunian / Pexels
De Montalto, met 1.955 meter de hoogste top, is vanaf het bergdorp Gambarie in ongeveer drie tot vier uur heen en terug te lopen, met 400 tot 600 hoogtemeters. Boven staat een bronzen beeld dat over de Straat van Messina uitkijkt.
Wandelen kost niets. Bij helder weer zie je vanaf de top Sicilië liggen, inclusief de rokende Etna, en noordelijk bij goed zicht de Eolische Eilanden. Gambarie zelf ligt op ongeveer 1.300 meter en is vanaf Reggio Calabria in een uur te bereiken over een bochtige weg van 35 kilometer.
De Cascate del Maesano in Calabrië bereik je in een half uur
Foto: Manfredi Taglialavoro / Pexels
Vanaf een parkeerplaats even buiten Gambarie loopt een pad van ongeveer anderhalve kilometer naar de Cascate del Maesano, een reeks watervallen die samen enkele tientallen meters vallen. Het pad daalt en klimt door beukenbos.
Wandelen is gratis. Het water staat het hoogst van november tot mei en in een droge augustus valt er weinig. Let op dat de laatste meters naar de voet over natte rotsen gaan die glad zijn van het mos, en dat er geen leuningen staan.
Pietra Cappa in Calabrië is meer dan honderd meter hoog
In het midden van het gebied, bij San Luca, staat Pietra Cappa, een losstaande rots die ruim honderd meter boven het bos uitsteekt en die als de grootste monoliet van Zuid-Italië geldt. Rondom liggen resten van kluizenaarsgrotten uit de Byzantijnse tijd.
De wandeling erheen is 4 tot 6 kilometer heen en terug en kost twee tot drie uur, met ongeveer 300 hoogtemeters. Toegang is gratis. Er zijn hier meerdere van die rotsformaties die als torens in het landschap opduiken; ze zijn ontstaan doordat zachter gesteente eromheen is weggesleten. Dieper in hetzelfde dal ligt het Santuario della Madonna di Polsi, waar in september een bedevaart naartoe trekt.
In Bova en Gallicianò in Calabrië wordt nog Grieks gesproken
Aan de oostkant van het massief liggen dorpen als Bova en Gallicianò, waar ouderen het Grieks-Calabrische dialect spreken dat teruggaat op de Griekse kolonisatie in de oudheid. Er staan tweetalige plaatsnaamborden en er zijn taalcentra die het dialect proberen te behouden.
Rondlopen in die dorpen kost niets. De wegen erheen zijn smal en bochtig, dus reken op een uur voor dertig kilometer. Er zijn kleine musea die enkele euro's vragen en doorgaans van dinsdag tot zondag open zijn. Dit is de reden dat een wandeldag hier vaak op een dorpsplein eindigt.
Roghudi en Africo in Calabrië zijn na overstromingen verlaten
In dezelfde hoek staan Roghudi Vecchio en Africo Vecchio leeg, twee dorpen die na noodweer in 1951 en 1973 zijn ontruimd; de bewoners zijn naar nieuwbouw aan de kust verhuisd, tien tot vijftien kilometer lager. De huizen staan er nog, met daken die instorten.
Het terrein is vrij toegankelijk, maar de gebouwen zijn dat niet: ga niet naar binnen, want vloeren en balken zijn verrot. De wandeling erheen is 5 tot 8 kilometer over een onverharde weg. Neem water mee, want er is niets, en dat geldt hier letterlijk.
De bergamot van deze streek groeit vrijwel nergens anders
Op de smalle kuststrook onder het massief wordt bergamot geteeld, waarvan volgens de telersvereniging het overgrote deel van de wereldproductie hier vandaan komt. De schil levert de olie die in parfum en in thee wordt gebruikt.
De oogst loopt van november tot februari en in die maanden ruikt de hele kuststrook ernaar. Enkele bedrijven geven rondleidingen voor 5 tot 15 euro per persoon. Als je in de zomer komt, zie je alleen groene vruchten aan de boom. Aan de Ionische kant staan verder de Byzantijnse Cattolica di Stilo uit de tiende eeuw en het klooster San Giovanni Theristis bij Bivongi, allebei op een uur rijden.
Neem kaart en water mee, want er is weinig bereik
De paden hier zijn wisselend gemarkeerd en op veel plekken is er geen telefoonbereik. Er lopen wolven, maar die vormen geen gevaar; de echte risico's zijn oriëntatieverlies, hitte en losliggend gesteente.
Neem daarom een offline kaart, minstens twee liter water per persoon en stevige schoenen mee, en laat weten waar je loopt. Let op dat van juni tot september bij hoog brandgevaar een verbod geldt om bosgebieden in te gaan, en dat wordt met boetes gehandhaafd. De Valle dell'Argentino, die vaak in hetzelfde rijtje wordt genoemd, ligt overigens niet hier maar in het noorden van Calabrië, ruim driehonderd kilometer verderop.
Praktisch voor wandelen in Calabrië
Vanuit Nederland vlieg je in ongeveer drie uur op Lamezia Terme of Reggio Calabria, en met de auto ben je twintig uur onderweg. Binnen het gebied heb je een auto nodig, want bussen rijden er nauwelijks. Italië betaalt met de euro.
April, mei, juni, september en oktober zijn de beste maanden met 15 tot 26 graden op hoogte. In juli en augustus is het aan de kust 33 tot 38 graden en op 1.300 meter aangenaam, maar dan geldt vaak het brandverbod. In de winter ligt er sneeuw boven de duizend meter en draait er bij Gambarie een kleine skilift.