Foto: Engjell Gjepali / Unsplash
Tot die tijd bestond het schiereiland uit koninkrijken, hertogdommen en een pauselijke staat, elk met een eigen hoofdstad, munt en bouwstijl. Dat is de reden dat de steden hier zo van elkaar verschillen en dat de keuken per honderd kilometer een andere is.
Het land telt twintig regio's over ruim 300.000 vierkante kilometer. Dit artikel loopt er acht af, van de Alpen tot de hak, met entreeprijzen, openingstijden en de regels waar reizigers op stukbijten.
In Rome drinkt u gratis uit de straatfonteintjes
Door de stad staan volgens het waterbedrijf ongeveer 2.500 gietijzeren fonteintjes waar dag en nacht koud drinkwater uit loopt, aangevoerd door leidingen die deels op Romeinse tracés liggen. U houdt de onderkant van de tuit dicht en er spuit een straaltje omhoog.
Dat scheelt in de zomer een paar euro per persoon per dag. Let op de regels die er sinds 2019 zijn bijgekomen: op de bekende trappen bij het pleintje in het noorden mag u niet zitten, en daar staan boetes op die kunnen oplopen tot enkele honderden euro's.
In Milaan boekt u het beroemde muurschilderij maanden vooruit
De muurschildering van het laatste avondmaal hangt in een voormalige kloostereetzaal en wordt in groepjes van beperkte omvang toegelaten, met tijdvakken van een kwartier. Een kaartje kost rond de 15 euro en de plaatsen zijn doorgaans maanden van tevoren weg.
Wat wel spontaan kan: het dak van de kathedraal. Daar loopt u tussen de pinakels en de ruim 3.000 beelden; met de trap kost dat rond de 15 euro en met de lift rond de 20 euro, dagelijks van 9.00 tot 19.00 uur.
Het klifpad tussen twee dorpen aan de Ligurische kust is sinds 2024 weer open
Het bekendste wandelpad tussen twee van de vijf dorpen lag na een steenlawine in 2012 twaalf jaar dicht en ging in de zomer van 2024 opnieuw open, met een gereserveerd tijdslot en een beperkt aantal wandelaars per dag.
Een dagkaart voor de paden kost rond de 7,50 euro en met de treinen erbij rond de 32 euro. Let op: op de kustpaden is stevig schoeisel verplicht en er wordt op teenslippers beboet; de boetes lopen in de honderden euro's.
Boven de Amalfikust loopt een pad met vijftienhonderd treden naar beneden
Over de bergrug boven de kust loopt een route van ongeveer 8 kilometer die op ruim 600 meter begint en in een van de kustdorpen eindigt. Het laatste stuk is een trap van ongeveer 1.500 treden.
Lopen kost niets en de bus naar het startpunt enkele euro's. Reken op vier uur. Loop de route van boven naar beneden en niet andersom, en doe hem niet in juli of augustus: er is nauwelijks schaduw en het loopt naar 33 graden. Terug gaat met de boot langs de kust.
Op Sardinië is zand meenemen een misdrijf
Het meenemen van zand, schelpen of kiezels van de stranden is bij wet verboden en er wordt op de luchthavens op gecontroleerd; boetes beginnen rond de 500 euro en lopen op tot enkele duizenden.
Daarnaast geldt op enkele beroemde stranden een dagelijkse bezoekerslimiet met verplichte reservering en een bedrag van enkele euro's, en zijn strandlakens er verboden ten gunste van matjes. Dat klinkt streng, maar het is de reden dat dat zand er nog ligt: er verdween jaarlijks tonnen van.
De grootste waterval van Umbrië wordt op tijden aangezet
De val van 165 meter in het zuiden van deze regio is niet natuurlijk: hij is in 271 voor Christus door de Romeinen gegraven om een moeras droog te leggen. Het water gaat nu door een waterkrachtcentrale en wordt op vaste tijden losgelaten.
Entree kost 10 tot 13 euro en de lozingen duren doorgaans een tot twee uur, enkele keren per dag; buiten die tijden staat er een straaltje. Kijk het schema na voordat u rijdt. Verderop in dezelfde regio ligt een bedevaartsstad met een gratis toegankelijke basiliek met fresco's uit de dertiende eeuw.
In de hak van de laars staat een barokke stad van zachte kalksteen
De stad in het uiterste zuidoosten is opgetrokken uit een lokale kalksteen die zo zacht is dat hij met een mes te bewerken valt, en die daarna in de lucht verhardt. Daardoor staan hier gevels vol met beeldhouwwerk dat elders niet te maken was.
Rondlopen kost niets. Midden op het hoofdplein ligt een Romeins amfitheater dat voor een deel onder de omliggende gebouwen doorloopt en maar gedeeltelijk is opgegraven; toegang kost enkele euro's. De stad ligt op 40 kilometer van twee verschillende zeeën.
De kleinste regio ligt tussen de hoogste bergen en is tweetalig
De bergregio in het noordwesten meet ruim 3.200 vierkante kilometer en heeft naast Italiaans ook Frans als officiële taal. Hier ligt het oudste nationale park van het land, in 1922 ingesteld om de steenbok te redden.
Een kabelbaan brengt u vanaf het dal in etappes naar 3.466 meter, met draaiende cabines; een retour kost rond de 57 euro en hij rijdt dagelijks van 7.30 tot 16.30 uur. Let op: boven is het ook in juli rond het vriespunt en de lucht is ijl.
Praktisch
Vanuit Nederland vliegt u in twee tot drie uur op vrijwel elke grote stad. Italië betaalt met de euro. De belangrijkste valkuil voor wie rijdt, zijn de autoluwe zones in de historische centra: die worden met camera's bewaakt en een boete komt maanden later thuis, per keer dat u erin reed.
April tot juni en september tot oktober geven 20 tot 28 graden en zijn overal het aangenaamst. In juli en augustus is het in het zuiden 33 tot 38 graden en zijn veel winkels en restaurants twee weken rond half augustus dicht. Op maandag zijn de meeste musea gesloten.