Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Umbrië is de enige regio van Italië zonder kust en zonder buitengrens
Foto: Leander / Pexels
De regio meet ongeveer 8.456 vierkante kilometer en grenst aan Toscane, Marche en Lazio; aan zee of aan het buitenland komt ze nergens. Daardoor heeft ze een binnenlandklimaat met koudere winters en minder wind dan de kustregio's.
Wat er wel is: heuvels met olijfgaarden, een meer van ruim 120 vierkante kilometer, de Monti Sibillini aan de oostrand en een reeks steden op heuveltoppen die vrijwel allemaal Etruskisch of Romeins begonnen. Dit artikel behandelt die steden en het landschap, met entreeprijzen, openingstijden en afstanden. Italië betaalt met de euro.
Onder Perugia in Umbrië ligt een hele straat uit de zestiende eeuw
Paus Paulus III liet in 1540 na een opstand over het zout de wijk van de familie Baglioni platgooien en er een vesting op bouwen, de Rocca Paolina. De straten en huizen werden daarbij niet gesloopt maar dichtgemetseld, en toen de vesting in de negentiende eeuw werd afgebroken kwamen ze weer tevoorschijn.
Je loopt er nu doorheen over roltrappen die de benedenstad met het centrum verbinden, en dat is gratis en dag en nacht open. Boven staan het Palazzo dei Priori met de Galleria Nazionale dell'Umbria voor rond de 10 euro, en de Fontana Maggiore uit 1278 met reliëfs van de maanden en de ambachten. In juli draait hier tien dagen lang een jazzfestival.
De basiliek van Assisi in Umbrië is gratis en heeft twee kerken op elkaar
De bouw begon in 1228, twee jaar na de dood van Franciscus, met een onderkerk waarin zijn graf ligt en een lichte bovenkerk erop. Daar loopt een cyclus van achtentwintig taferelen over zijn leven, die traditioneel aan Giotto wordt toegeschreven; in de onderkerk hangt werk van Cimabue en Lorenzetti.
Toegang is gratis en de kerk is dagelijks open, met een pauze tussen de middag. Reken op anderhalf uur. Volgens Unesco staat Assisi sinds 2000 op de werelderfgoedlijst. Bij de aardbeving van september 1997 stortten twee gewelven van de bovenkerk in, waarbij vier mensen omkwamen; de fresco's zijn uit honderdduizenden scherven hersteld. Let op de kledingregel met bedekte schouders en knieën.
In Norcia in Umbrië wordt nog altijd herbouwd na de aardbeving van 2016
Op 30 oktober 2016 stortte de basiliek van San Benedetto in; van de kerk stond alleen de voorgevel nog overeind. Het herstel loopt nog en delen van de kern zijn afgezet, terwijl de stad zelf gewoon doordraait.
Het stadje is de bakermat van de varkensslagerij: in het Italiaans heet een slager die vleeswaren maakt nog altijd een norcino. Een ons ham of worst kost 3 tot 6 euro. Eind februari en begin maart draait er een markt voor de zwarte truffel. Op de hoogvlakte van Castelluccio erboven, op 1.450 meter, bloeien eind mei tot begin juli de linzenvelden met klaproos en korenbloem; die weg is in de winter vaak dicht.
De put van Orvieto in Umbrië is 54 meter diep met twee gescheiden trappen
Foto: Helena Jankovičová Kováčová / Pexels
Antonio da Sangallo groef hem tussen 1527 en 1537 in opdracht van paus Clemens VII, die na de plundering van Rome naar deze rots was gevlucht en water wilde zeker stellen. Er lopen twee spiraaltrappen van elk 248 treden omlaag die elkaar nergens raken, zodat ezels met lege vaten naar beneden konden terwijl volle vaten omhoog kwamen.
Entree kost rond de 5 euro en de put is dagelijks open. Reken op drie kwartier en houd er rekening mee dat het beneden koel en vochtig is. De Duomo van Orvieto heeft een gevel van mozaïek en in de Cappella di San Brizio een Laatste Oordeel dat Luca Signorelli tussen 1499 en 1504 schilderde; entree rond de 5 euro.
Het Trasimeense meer in Umbrië is groot maar nergens dieper dan zes meter
Foto: Rino Adamo / Pexels
Met ongeveer 128 vierkante kilometer is dit het vierde meer van Italië, maar het is een ondiepe kom zonder natuurlijke afvoer; op het diepste punt staat zes meter water. Daardoor warmt het in de zomer snel op tot 25 graden en zakt het peil in droge jaren zichtbaar.
Er liggen drie eilanden; naar het Isola Maggiore, waar nog een dertigtal mensen woont, vaart een veerboot vanaf Tuoro of Passignano in een kwartier voor rond de 8 euro retour. Om het meer loopt een fietsroute van ongeveer 50 kilometer, vlak. Aan de noordoever versloeg Hannibal in 217 voor Christus een Romeins leger in de mist; op het slagveld staan borden langs een wandelroute.
In Gubbio in Umbrië wordt elk jaar op 15 mei met houten torens gerend
De Corsa dei Ceri bestaat uit drie houten constructies van elk enkele honderden kilo's, met een heiligenbeeld erop, die door ploegen dragers door de stad en daarna in een uur de Monte Ingino op worden gedragen, ruim 300 hoogtemeters. De volgorde ligt vast en de uitslag ook: de ploeg van Sant'Ubaldo komt altijd als eerste boven.
Kijken is gratis, maar de straten zitten die dag vol en de stad is afgezet. De rest van het jaar breng je met een kabelbaantje bezoek aan de berg; je staat in een open korf voor twee personen, wat met hoogtevrees niets is, en dat kost rond de 6 euro retour. Het Palazzo dei Consoli uit 1332 kost rond de 7 euro.
De wijn uit het zuiden van Umbrië is dieprood en zwaar
De sagrantino uit Montefalco is een van de meest tanninerijke druiven van Italië en moet volgens het reglement minstens zevenendertig maanden rijpen, waarvan twaalf op hout. Het gebied is klein, ongeveer 800 hectare, en de flessen zijn daardoor niet goedkoop: 25 tot 60 euro bij het huis.
Een proeverij kost 15 tot 35 euro per persoon en gaat op afspraak, van maandag tot zaterdag. Daarnaast komen uit Umbrië de witte grechetto en de orvieto. Bij het eten horen de zwarte truffel uit Norcia en Spoleto, strangozzi, een dikke pasta zonder ei, en olijfolie van de hellingen rond Trevi en Spello.
Praktisch voor een vakantie in Umbrië
Umbrië heeft een kleine luchthaven bij Perugia; met meer keuze vlieg je op Rome of Florence en rijd je daarna anderhalf tot twee uur. Er loopt een spoorlijn van Perugia via Assisi, Spello en Foligno naar Spoleto en Terni, met ritten van enkele euro's; voor de dorpen en de wijnstreek heb je een auto nodig, voor 35 tot 70 euro per dag.
Let op de autoluwe zones in vrijwel elke heuvelstad: die worden met camera's bewaakt en een boete van 80 tot 150 euro komt maanden later thuis. Parkeer beneden en neem de roltrap of lift omhoog, die in Perugia, Orvieto en Assisi bestaat. April, mei, september en oktober geven 16 tot 26 graden; in juli en augustus is het 30 tot 36 graden en in januari 2 tot 10 graden met mist in de dalen.