Umbrië is de enige regio van Italië zonder kust en zonder buitengrens
Foto: Leander / Pexels
Deze regio van ongeveer 8.400 vierkante kilometer ligt volledig ingesloten door andere Italiaanse regio's en heeft geen zee. Dat is uniek op het schiereiland en het verklaart de bijnaam: heuvels, eiken en akkers in plaats van stranden.
Er wonen ongeveer 860.000 mensen, verdeeld over tientallen ommuurde stadjes op heuveltoppen. Dit artikel loopt ze af, met entreeprijzen, openingstijden en afstanden.
Onder Perugia ligt een hele straat uit de zestiende eeuw
De pauselijke troepen bouwden in 1540 een vesting bovenop een woonwijk, waarbij de huizen en straten niet werden gesloopt maar dichtgemetseld. Bij de sloop van de vesting in de negentiende eeuw kwam die wijk weer tevoorschijn.
U loopt er nu doorheen via een reeks roltrappen die de hoogstad met de parkeerterreinen beneden verbindt. Toegang is gratis en het is dagelijks open van 6.15 tot 1.45 uur. Reken op een half uur. Dit is de eenvoudigste manier om in het centrum te komen: parkeren beneden kost rond de 2 euro per uur.
De basiliek in Assisi is gratis en heeft twee kerken boven elkaar
De kerk uit 1228 bestaat uit een onderkerk en een bovenkerk, met fresco's uit de dertiende en veertiende eeuw. Bij de aardbeving van 1997 stortten delen van het gewelf in en gingen fresco's verloren; die zijn uit tienduizenden scherven gereconstrueerd.
Toegang is gratis en de kerken zijn dagelijks open, doorgaans van 6.00 tot 18.45 uur. Fotograferen mag binnen niet en er wordt op toegezien. Schouders en knieën bedekt. Reken op anderhalf uur. Vanaf Perugia is het 25 kilometer, een half uur, en er rijdt een trein naar het station beneden de stad.
In Norcia wordt nog altijd herbouwd na de aardbeving van 2016
In het oosten van de regio werd in augustus en oktober 2016 een reeks zware aardbevingen gevoeld die de basiliek in het centrum vrijwel volledig deed instorten; alleen de voorgevel bleef staan. Aan de herbouw wordt nog gewerkt.
Het stadje is bereikbaar en de ommuurde kern grotendeels toegankelijk, maar reken op steigers, tijdelijke bebouwing en gesloten gebouwen. Wie hier komt, komt voor de bergen erachter en voor de charcuterie waar de plaats om bekendstaat. Vanaf Perugia rijdt u 100 kilometer, ruim anderhalf uur.
De put in Orvieto is drieënvijftig meter diep met twee gescheiden trappen
Foto: Helena Jankovičová Kováčová / Pexels
Na de plundering van Rome in 1527 liet de paus in deze rotsstad een put graven voor het geval van belegering. Er lopen twee wenteltrappen van elk 248 treden omheen, een voor het afdalen en een voor het omhoog komen, zodat ezels elkaar nooit tegenkwamen.
Entree kost rond de 5 euro en het is dagelijks open van 9.00 tot 19.45 uur, in de winter korter. Reken op drie kwartier. De kathedraal boven, met een gevel van gouden mozaïeken uit de veertiende eeuw, kost eveneens rond de 5 euro.
Het meer in het westen is groot maar nergens dieper dan zes meter
Foto: Rino Adamo / Pexels
Het vierde meer van Italie beslaat volgens het waterschap ruim 120 vierkante kilometer, maar het is een ondiepe kom: op het diepste punt haalt het rond de 6 meter. Daardoor warmt het snel op en staat er zelden hoge golfslag.
Er liggen drie eilanden waarvan er één bewoond is, met dertien inwoners. De veerboot vaart in ongeveer 20 minuten en kost rond de 8 euro retour. Om het meer loopt een vlakke fietsroute van ongeveer 50 kilometer. Zwemmen mag; het water haalt in augustus 24 tot 26 graden.
In Gubbio wordt elk jaar op 15 mei met houten torens gerend
In dit grijze stadje van kalksteen dragen ploegen op 15 mei drie houten constructies van elk honderden kilo's door de straten en de berg op. Het gebeurt sinds de middeleeuwen en is geen opvoering voor bezoekers.
Kijken is gratis, maar het stadje zit die dag stampvol en de wegen eromheen zijn afgesloten. De rest van het jaar neemt u de open kabelbaan naar het klooster boven de stad, waarin u rechtop in een mandje staat; dat kost rond de 6 euro en duurt zes minuten. Hoogtevrees is dan geen goed idee.
De wijn uit het zuiden is dieprood en zwaar
Rond een heuvelstadje in het midden van de regio wordt een inheemse blauwe druif verbouwd die een van de tanninerijkste wijnen van Italië oplevert. Sinds 1992 heeft die de hoogste Italiaanse herkomstbenaming.
Proeverijen op de wijngoederen kosten 15 tot 30 euro en gaan doorgaans op afspraak, van maandag tot zaterdag. Reken op anderhalf uur. Let op: deze wijn wordt jaren gerijpt en is niet bedoeld als terraswijn; vraag ook naar de lichtere variant, die eerder drinkbaar is en de helft kost.
Praktisch
Vanuit Nederland vliegt u in ongeveer twee uur op Perugia of Rome; vanaf Rome rijdt u in twee uur noordwaarts. Italië betaalt met de euro. Vrijwel elk heuvelstadje heeft een autoluwe zone met camerabewaking: parkeer op de terreinen buiten de muren, waar roltrappen of liften naar boven gaan.
Mei, juni, september en oktober geven 20 tot 28 graden en zijn het aangenaamst. In juli en augustus loopt het naar 33 graden en is het in de dalen benauwd. In de winter is het 5 tot 12 graden en ligt er op de hoogvlakten in het oosten sneeuw.