Gelderland bestaat uit vier stukken die niets op elkaar lijken
Gelderland is de grootste provincie van Nederland en valt uiteen in vier landschappen: de Veluwe met bos en zandverstuivingen, de Achterhoek met houtwallen en kleine dorpen, het rivierengebied van Rijn, Waal en IJssel, en het heuvelland rond Nijmegen.
Wie hier een week is, kan die vier op één basis doen, want de provincie is van noord naar zuid ongeveer 100 kilometer. Dit stuk gaat langs de belangrijkste bestemmingen per gebied, met wat ze zijn en wat je er vindt.
In de Hoge Veluwe staan 1.800 gratis fietsen
Foto: Dick Scholten / Pexels
Nationaal Park De Hoge Veluwe stelt volgens het park zelf ongeveer 1.800 witte fietsen gratis ter beschikking, die bij de ingangen, het museum en het bezoekerscentrum klaarstaan. Je pakt er een, rijdt ermee door het park en zet hem weer neer waar je uitstapt; de ingangen liggen bij Otterlo, Hoenderloo en Schaarsbergen.
Dat is geen ludiek gebaar maar het vervoerssysteem van het park: er ligt ongeveer 40 kilometer fietspad door bos, heide en zandverstuiving over een terrein van ruim 5.000 hectare. Reken op een dagkaart voor het park zelf en op een aparte kaart voor het museum, of koop ze gecombineerd.
Het Kröller-Müller heeft de op een na grootste Van Gogh-collectie
Foto: Esteban Jaramillo Muñoz / Unsplash
Midden in dat park staat het Kröller-Müller Museum, met ruim 90 schilderijen en ongeveer 150 tekeningen van Vincent van Gogh: na het Van Gogh Museum in Amsterdam de grootste verzameling ter wereld.
Daarbij hoort een beeldentuin van 25 hectare, een van de grootste van Europa, waar je tussen het werk door wandelt. Reken op twee tot drie uur voor het museum en de tuin samen, en op drukte in het weekend en de schoolvakanties.
Paleis Het Loo ging in april 2023 weer open
Foto: Ilse Orsel / Unsplash
Het koninklijke paleis in Apeldoorn was sinds 2013 gesloten voor een verbouwing waarbij een grote uitbreiding onder het voorplein is gegraven, zodat het historische gebouw van buiten onveranderd bleef. Sinds april 2023 is het weer open.
De tuinen achter het paleis zijn in barokke stijl hersteld en apart de moeite waard. Reken op een halve dag voor paleis en tuinen, en houd er rekening mee dat het in de vakanties vol is; kaartjes koop je vooraf met een tijdslot. In dezelfde stad zit de Apenheul, die van april tot oktober open is.
Het Openluchtmuseum bestaat sinds 1912
Foto: Thomas Bormans / Unsplash
Aan de rand van Arnhem ligt het Nederlands Openluchtmuseum, in 1912 opgericht en uitgegroeid tot een terrein van 44 hectare met historische boerderijen, molens, werkplaatsen en woonhuizen uit het hele land.
Het gaat over het dagelijks leven vanaf ongeveer 1600 tot nu, en dat laatste stuk verrast de meeste bezoekers: er staat ook naoorlogse bebouwing. Even verderop liggen in de Veluwezoom de Posbank en kasteel Doorwerth aan de Rijn. Er rijdt een historische tram over het terrein, wat met kinderen de helft van het loopwerk scheelt.
In september 1944 werd hier slag geleverd
De omgeving van Arnhem, Oosterbeek en Nijmegen was in september 1944 het toneel van Operatie Market Garden, de mislukte geallieerde poging om via de bruggen over Rijn en Waal door te stoten naar Duitsland.
In Oosterbeek staat het Airborne Museum in Villa Hartenstein, tijdens de gevechten het Britse hoofdkwartier, en er ligt een oorlogsbegraafplaats vlakbij; in Nijmegen herinnert het Valkhof aan een veel oudere laag. Het is met oudere kinderen indrukwekkend en met jonge kinderen zwaar; reken op anderhalf uur.
De Biesbosch ligt niet in Gelderland
Nationaal Park De Biesbosch, dat in reisteksten over deze provincie regelmatig opduikt, ligt in Noord-Brabant en Zuid-Holland en niet in Gelderland. Het is ongeveer 80 kilometer rijden vanaf Arnhem.
Wat er wel ligt zijn de uiterwaarden langs Rijn, Waal en IJssel, met plassen, wilgenbossen en in de winter grote groepen ganzen: de Ooijpolder en de Millingerwaard bij Nijmegen zijn de bekendste. Die zijn vanuit vrijwel elk punt in de provincie binnen een halfuur te bereiken.
De Betuwe bloeit eind april
Foto: Vladislovas Sketerskis / Pexels
Het rivierengebied tussen Rijn en Waal is fruitstreek rond Geldermalsen, Tiel en Zaltbommel: appels, peren en kersen. De bloesem loopt ruwweg van half april tot begin mei, met de kersen als eerste en de appels als laatste.
Er zijn bewegwijzerde bloesemroutes van 30 tot 50 kilometer voor fietsers, en het exacte moment verschuift per jaar met een week of twee door het weer. In de Achterhoek liggen daarnaast de Achtkastelenroute bij Vorden, het Korenburgerveen bij Winterswijk en de Slangenburg bij Doetinchem, en langs de IJssel de Hanzesteden Zutphen, Doesburg, Hattem en Elburg. Kom doordeweeks, want in het bloesemweekend staan de dijkwegen vol.
Praktisch en wanneer
Arnhem en Nijmegen liggen op ongeveer 20 kilometer van elkaar en zijn beide met de trein goed bereikbaar; Harderwijk en Lochem ook, maar de dorpen op de Veluwe en in de Achterhoek vragen een auto of een fiets. De provincie meet van noord naar zuid ongeveer 100 kilometer.
April en mei zijn het mooist door de bloesem en het jonge blad, september en oktober door de bronst van het edelhert op de Veluwe en de herfstkleuren. In juli en augustus is het op de Veluwe druk; buiten de vakanties heb je de paden vrijwel voor jezelf.