De Brandaris staat er sinds 1594 en is de oudste van het land
Foto: Sies Kranen / Unsplash
De vierkante toren in West-Terschelling is ongeveer 55 meter hoog en doet nog altijd dienst, niet alleen als vuurtoren maar ook als verkeerspost voor de scheepvaart op de Waddenzee.
U komt er niet in: hij is niet voor publiek toegankelijk en dat verandert ook niet. Dit artikel behandelt de iconen van het eiland, met wat u er wel van ziet, wat het kost en wanneer het open is.
Voor de kust ligt het beroemdste wrak van de Waddenzee
In de nacht van 9 oktober 1799 verging hier een Brits oorlogsschip dat een lading goud en zilver vervoerde. Vrijwel de hele bemanning kwam om en het grootste deel van de lading is nooit geborgen.
De scheepsbel is destijds opgedoken en hangt sindsdien bij de Londense verzekeringsmarkt, waar hij bij bijzondere gebeurtenissen wordt geluid. Het wrak zelf ligt onder het zand voor de kust en is niet te bezoeken. In de eilandmusea staan wel voorwerpen die er vandaan komen.
Het wrakkenmuseum bestaat uit wat er in tweehonderd jaar is aangespoeld
In een dorp midden op het eiland staat een museum met een verzameling voorwerpen die door duikers en jutters uit wrakken en van het strand zijn gehaald: scheepsklokken, ladingresten, kompassen.
Entree kost 8 tot 12 euro en het is doorgaans van maandag tot zaterdag open van 10.00 tot 17.00 uur, in de winter beperkt. Reken op anderhalf uur. Jutten is op het eiland eeuwenlang een tweede inkomen geweest, en dat verklaart waarom een particuliere verzameling zo groot kan worden.
De commandeurshuizen zijn gebouwd van het geld van de walvisvaart
In de dorpen staan tientallen laaggebouwde huizen met een gevelsteen waarin een jaartal uit de zeventiende of achttiende eeuw is gehakt. Ze zijn gebouwd door commandeurs, de kapiteins van walvisvaarders.
Ze zijn particulier bewoond; u bekijkt ze van de straat en dat kost niets. Let op de gevelstenen met een datum en soms een schip erin: dat is het eenvoudigste spoor van de tijd dat dit eiland tientallen kapiteins leverde aan de vaart op Groenland en Spitsbergen.
De bekendste zeevaarder van het eiland stierf op Nova Zembla
Foto: Thomas Bormans / Unsplash
Willem Barentsz werd rond 1550 op dit eiland geboren en zocht drie keer een noordelijke doorvaart naar Azië. Zijn derde tocht eindigde in 1596 met een overwintering op Nova Zembla en zijn dood op de terugweg in 1597.
Het eilandmuseum in West-Terschelling is naar het huis van die overwintering genoemd en kost rond de 8 euro entree; het is van dinsdag tot zaterdag open, doorgaans van 11.00 tot 17.00 uur. De zeevaartschool op het eiland draagt zijn naam en is er nog steeds gevestigd.
De Boschplaat is sinds 1970 Europees natuurreservaat
De oostelijke helft van het eiland bestaat uit ruim 4.000 hectare kwelder, duin en strand, ontstaan doordat een stuifdijk in de jaren dertig zandplaten met het eiland verbond.
Toegang is gratis, maar van 15 maart tot 15 augustus is het gebied wegens broedvogels grotendeels gesloten. De stuifdijk blijft dan begaanbaar. Buiten die maanden loopt u paaltjesroutes van 5 tot 12 kilometer. Er is geen enkele voorziening; neem water en een windjas mee, ook op een zomerse dag.
De cranberry is hier volgens de overlevering aangespoeld in 1845
Het verhaal wil dat een jutter een aangespoeld vat opende, de inhoud onbruikbaar vond en hem in de duinen leegkieperde. In de vochtige duinvalleien groeien de bessen sindsdien, en dit is de enige plek in Nederland waar ze voor de verkoop worden geoogst.
De velden zijn vanaf de paden te zien en dat kost niets; zelf plukken mag niet, want ze zijn in beheer. De oogst is eind september en oktober. Jam, sap en likeur kosten 6 tot 12 euro per pot of fles en zijn in vrijwel elke dorpswinkel te koop.
Kaas met de naam van het eiland komt niet altijd van het eiland
Op het eiland liggen enkele melkveebedrijven in de polder achter de dorpen, en daar wordt kaas van eigen melk gemaakt. Daarnaast bestaat er kaas die de naam van het eiland draagt maar elders wordt geproduceerd.
Let op dat verschil als u een streekproduct wilt kopen: vraag in de winkel of de kaas van een boerderij op het eiland komt. Een kilo boerenkaas kost 12 tot 18 euro. Hetzelfde geldt voor de cranberryproducten: een deel wordt met bessen van elders gemaakt.
Praktisch
De veerboot vanaf Harlingen doet er ongeveer twee uur over en de sneldienst drie kwartier; een retour kost rond de 30 euro per persoon. Het eiland telt vijftien dorpen en ongeveer 4.700 inwoners, verdeeld over een strook van 30 kilometer. Nederland betaalt met de euro.
De musea zijn in het hoogseizoen ruimer open dan in de winter, wanneer een deel alleen in het weekeinde draait; kijk dat na voor u fietst, want tussen West-Terschelling en Oosterend zit 25 kilometer. Mei, september en oktober geven 13 tot 20 graden en zijn voor deze route het aangenaamst.