Foto: luis Peralta / Pexels
Villa huren in San Sebastián
Vakantiehuizen per plaats in San Sebastián
4 plaatsen in San Sebastián
Elke plaats heeft een eigen gids met huizen en lokale tips.
Mooiste huizen in San Sebastián
10,0
10,0
10,0
9,9
9,8
9,7
Andere regio's in Spanje
Misschien ook iets voor jou
Type vakantiehuis in San Sebastián
Wat je moet weten over San Sebastián
San Sebastián, in het Baskisch Donostia, ligt aan de Golf van Biskaje, twintig kilometer van de Franse grens, en telt ongeveer honderdtachtigduizend inwoners.
Wat de stad is: een baai met een strand van anderhalve kilometer, een heuvel aan weerszijden, een oude stad vol bars, en een reputatie als een van de beste eetsteden ter wereld.
Het weer is Atlantisch en dus nat: augustus komt op 24,7 graden bij 13,1 regendagen, juli op 23,8 bij 11,2 en dat is de droogste maand, september op 23,4 bij 13,8, en juni op 22,1 bij 16,6. December is met 17,1 dagen de natste maand en januari blijft op 12,3 graden.
Wat er te kiezen valt: overnachten in een hotel of pension in het centrum, een appartement in een van de wijken, een villa in de heuvels of aan de kust, of een vakantiehuis in de dorpen erachter. Een losse overnachting is er het hele jaar te boeken, al is het aanbod in de zomer schaars; een vakantiehuisje huren doe je hier eerder buiten de stad dan erin.
Wie hier een vakantie plant, moet weten dat het aanbod klein is en de vraag groot, en dat de stad daar regels voor heeft.
De stad die in 1813 afbrandde
Om te begrijpen waarom deze stad er zo uitziet als hij eruitziet, moet je één datum kennen.
Wat er gebeurde: in de zomer van 1813 belegerden Brits-Portugese troepen de stad, die door een Frans garnizoen werd gehouden. Op 31 augustus werd de stormaanval ingezet en viel de stad.
Wat er daarna gebeurde: de overwinnende troepen trokken plunderend door de straten, er brak brand uit, en San Sebastián brandde vrijwel volledig af. Er bleef een handvol huizen over, aan één straat.
Wat het gevolg is: de stad die je nu ziet, is herbouw. De Parte Vieja, die middeleeuws aanvoelt, dateert grotendeels uit de negentiende eeuw, en de rest van het centrum is nog jonger, uit de tijd dat de stad een badplaats voor de Spaanse hofhouding werd.
Wat er nog van herinnert: de stad herdenkt 31 augustus jaarlijks, met kaarsen in de straten van de oude stad.
Wat er daarna kwam: koningin Isabel II en later María Cristina kwamen hier zomers baden, en de adel volgde. Daar komen de Belle Époque-gebouwen, het casino dat nu het stadhuis is, en de brede boulevards vandaan.
En dat verklaart ook waarom een stad die zo oud aanvoelt zo weinig echt oude gebouwen heeft.
De drie stranden
De stad heeft drie stranden binnen de bebouwing, en ze zijn alle drie anders.
De Concha is de bekendste: een boog van fijn zand van ongeveer anderhalve kilometer, met aan weerszijden een heuvel en met het eiland Santa Clara in het midden van de baai. Doordat de baai bijna gesloten is, staat er geen golfslag en is het water rustig genoeg voor kleine kinderen.
Ondarreta ligt in het verlengde, aan de kant van de Monte Igueldo, is iets breder en rustiger, en is de kant waar de families zitten.
Zurriola ligt aan de andere kant van de rivier de Urumea, ligt open op de oceaan en heeft wél golven; dat is het surfstrand, met scholen en met een jonger publiek.
Wat je moet weten over het tij: bij vloed verdwijnt een groot deel van de Concha onder water, en dan is er nauwelijks zand over. Kijk de tijden na, want dat scheelt of je ligt of staat.
Wat er aan voorzieningen is: douches, toiletten, bewaking in het seizoen, en verhuur van bedden en parasols.
Wat het water doet: de Golf van Biskaje is fris; in augustus rond de tweeëntwintig graden en in juni een stuk kouder.
En je kunt in de zomer met een bootje naar het eiland Santa Clara, dat een eigen strandje heeft dat bij eb droogvalt.
Waar je overnacht
Het aanbod in deze stad is klein en de vraag is groot, en dat merk je meteen aan de prijs.
Wat de wijken zijn: de Parte Vieja is de oude stad met de pintxosbars; centraal en levendig, maar tot diep in de nacht luidruchtig.
Het Centro, tussen de Concha en het station, is negentiende-eeuws, rustig en de meest praktische keuze.
Gros ligt aan de overkant van de rivier bij het Zurriola-strand, is jonger, goedkoper en heeft eigen pintxosbars die minstens zo goed zijn.
El Antiguo ligt achter Ondarreta en is een woonwijk, met de bus of te voet in een kwartier in het centrum.
Wat er buiten de stad is: de dorpen langs de kust en in de heuvels, waar de villa's en de vakantiehuizen staan.
Wat je nagaat: of het pand aan een uitgaansstraat ligt, want in de Parte Vieja is het tot vier uur 's nachts rumoerig; of er een lift is; en of er parkeergelegenheid bij hoort, want parkeren in het centrum is duur en schaars.
En reken op de verblijfsbelasting die Baskenland per persoon per nacht heft.
Een villa of appartement huren
Wie hier een heel huis wil, moet buiten de stad kijken, en wie in de stad blijft, huurt een appartement.
Wat er in de stad is: appartementen in de negentiende-eeuwse blokken, meestal op een verdieping, vaak zonder lift, en in de zomermaanden maanden vooruit weg.
Wat een villa hier is: een vrijstaand huis in de heuvels van Igueldo, Ulia of Ayete, of in de dorpen langs de kust zoals Zarautz, Getaria en Orio. Die villas hebben een tuin, soms een zwembad, en uitzicht op zee.
Wat er verder is: de caseríos, de Baskische boerderijen in het achterland, waarvan een deel als agrotoerisme verhuurt onder de naam nekazalturismoa, met vaste eisen aan wat er geboden wordt; zo'n vakantiewoning of los huisje voor twee is er een fractie van een appartement in de stad. Een vakantiepark in de Nederlandse zin bestaat er niet; wat erop lijkt zijn campings met bungalows bij Zarautz en Orio.
Wat je nagaat: hoeveel trappen er zijn; of er parkeergelegenheid bij hoort; hoe je in de stad komt als je buiten zit, want de bussen rijden goed maar de laatste rit is vroeg; en of het zwembad verwarmd is, want in dit klimaat is een onverwarmd bad zelden warm.
Wat je verder nagaat: Baskenland kent een registratieplicht voor toeristische verhuur, met een registratienummer dat de verhuurder moet kunnen tonen. Vraag ernaar bij een particulier, want de gemeente handhaaft op illegale verhuur en een boeking die ter plekke sneuvelt is een reëel risico.
En vraag om een bevestiging op papier met de prijs, de aankomsttijd en wat er bij zit.
Pintxos: hoe het hier werkt
Dit is de reden dat mensen speciaal hierheen komen, en het werkt anders dan tapas.
Wat het verschil is: pintxos staan op de bar, je pakt ze zelf of je bestelt wat warm gemaakt wordt, en je eet ze staand met een glas erbij. Daarna loop je door naar de volgende bar; dat rondgaan heet txikiteo.
Hoe je afrekent: je houdt zelf bij wat je hebt gehad en je zegt het aan het eind. Dat vertrouwen is hier de norm.
Wat je bestelt: een gilda, de prikker met olijf, ansjovis en pepertje; een txakoli, de licht bruisende witte wijn die van hoogte wordt geschonken; en de warme pintxos die op een bordje op de bar staan, want die zijn bijna altijd beter dan wat er koud ligt.
Waar je het doet: de Calle 31 de Agosto en de Fermín Calbetón in de Parte Vieja, en de straten rond de Calle Zabaleta in Gros, waar de Donostiarras zelf zitten.
Wat het kost: een pintxo tussen de twee en vijf euro, en een avond met een stuk of zes plus wijn komt onder een gewone restaurantrekening uit.
Wat je moet weten over de tijden: het begint rond acht uur en loopt tot een uur of elf; wie om zes uur komt, staat in een lege bar.
En eet niet in één bar door: twee pintxos en dan verder is hier de bedoeling.
De sterren en de eetcultuur
De reputatie van deze stad is niet alleen straatvoedsel, en de cijfers zijn opmerkelijk.
Wat er is: een van de hoogste dichtheden aan Michelinsterren ter wereld, met meerdere driesterrenrestaurants in en direct rond de stad, waaronder Arzak, Akelarre en het nabijgelegen Martín Berasategui in Lasarte.
Wat dat verklaart: de nieuwe Baskische keuken van de jaren zeventig, waarin een groep koks de streekkeuken opnieuw uitvond, en de kookcultuur die daaronder ligt.
Wat de txokos zijn: gesloten kookclubs waar leden zelf koken voor elkaar. Ze zitten in kelders door de hele stad, en er zijn er tientallen. Als bezoeker kom je er niet in, maar ze verklaren waarom hier iedereen kookt.
Wat je zelf doet zonder ster: naar de markt van La Bretxa of naar de vismarkt, en zelf koken als je een appartement hebt; de vis is er van een kwaliteit die je thuis niet krijgt.
Wat je nagaat: voor de sterrenzaken reserveer je maanden vooruit, en een lunchmenu is er aanzienlijk goedkoper dan een diner.
Wat er verder is: de sagardotegi, de ciderhuizen rond Astigarraga, van januari tot april, waar je aan lange tafels eet en zelf uit het vat tapt.
En de Baskische kaas Idiazábal komt uit de bergen hier vlakbij.
De Tamborrada
Als er één dag is waarop deze stad zichzelf laat zien, is het 20 januari.
Wat het is: de Tamborrada, een etmaal trommelen. Om middernacht op 19 januari wordt op de Plaza de la Constitución de vlag gehesen en beginnen duizenden mensen in kostuum op trommels en vaatjes te slaan; vierentwintig uur later gaat de vlag weer neer.
Waar het vandaan komt: uit de negentiende eeuw, toen inwoners bij de fontein met emmers en pannen de dagelijkse parade van de soldaten in het bezette garnizoen nadeden. Die spot groeide uit tot het belangrijkste feest van de stad.
Wie er meedoet: honderd tot honderdvijftig groepen, met koks- en soldatenkostuums, en er is een kindertamborrada met duizenden kinderen.
Wat je moet weten als je erheen wilt: de stad zit vol, de hotels zijn maanden vooruit weg, en het is midden in de winter.
Wat er verder op de kalender staat: de Semana Grande in augustus met een internationale vuurwerkwedstrijd boven de baai; het filmfestival in september, dat tot de belangrijkste van Europa hoort; en het jazzfestival in juli.
Wat dat voor je boeking betekent: in die weken zijn de prijzen het hoogst en is er nauwelijks aanbod.
En op 31 augustus herdenkt de stad de brand van 1813 met kaarsen in de oude stad.
De heuvels en het uitzicht
De stad ligt tussen drie heuvels, en die zijn alle drie de moeite waard.
De Monte Urgull staat direct achter de oude stad, met een fort erop en een groot Christusbeeld; je loopt er in twintig minuten omhoog en het is gratis.
De Monte Igueldo ligt aan de westkant van de baai, met een kabeltreintje uit 1912 en een klein pretpark op de top dat er nog net zo bij ligt als toen. Vanaf daar heb je het uitzicht dat op elke ansichtkaart staat.
De Monte Ulia ligt aan de oostkant, is beboste en het stilst, met een wandelpad langs de kust naar Pasaia.
Wat er aan het einde van Ondarreta staat: de Peine del Viento, de Kam van de Wind, drie stalen sculpturen van Eduardo Chillida die in de rotsen zijn verankerd. Bij storm slaat het water door de gaten in het plaveisel omhoog.
Wat je verder doet: de wandeling over de boulevard van de Concha, met de witte balustrade die het beeldmerk van de stad is.
Wat je nagaat: de kabeltrein naar Igueldo rijdt niet het hele jaar even vaak; buiten het seizoen is het beperkt.
En de zonsondergang vanaf Igueldo over de baai is de reden dat de meeste mensen terugkomen.
Wanneer ga je
Augustus is met 24,7 graden de warmste maand en telt 13,1 regendagen; juli komt op 23,8 graden bij 11,2 dagen en is daarmee de droogste maand van het jaar.
Wat dat betekent: zelfs in de droogste maand regent het hier op elf dagen. Wie een gegarandeerd zonnige week wil, moet niet aan deze kust zijn.
September geeft 23,4 graden bij 13,8 regendagen en juni 22,1 bij 16,6; juni is daarmee opvallend nat.
December is met 17,1 regendagen de natste maand en januari blijft op 12,3 graden.
Wat de regen hier is: sirimiri, een fijne motregen die uren kan aanhouden en die je nauwelijks nat maakt maar wel grijs.
Wat het seizoen bepaalt: de Semana Grande in augustus, het filmfestival in september en de Tamborrada in januari; in die weken is de stad vol en zijn de prijzen op hun hoogst.
Wat de beste maanden zijn: juli en september, met de kanttekening dat september drukker is door het festival.
En het zeewater is in september op zijn warmst, want de oceaan volgt de zomer met vertraging.
Wat het kost
San Sebastián is de duurste stad van Baskenland en een van de duurdere van Spanje.
Wat de accommodatie kost: het aanbod is klein en de vraag groot, met juli en augustus, de Semana Grande en het filmfestival als uitschieters. In november tot maart zakt het fors.
Wat er bij komt: de verblijfsbelasting per persoon per nacht die Baskenland heft, en de eindschoonmaak bij een appartement of villa.
Wat meevalt: eten. Een avond pintxos komt onder een restaurantrekening uit, en het lunchmenu tussen één en vier is overal een vaste, redelijke prijs.
Wat tegenvalt: parkeren, dat in het centrum per uur wordt gerekend en waarvoor de garages prijzig zijn.
Waar je op bespaart: in Gros of El Antiguo slapen in plaats van in de Parte Vieja; buiten juli, augustus en september komen; en in Zarautz of Orio zitten en met de trein of de bus naar de stad, wat een kwartier tot een half uur is.
Wat het vervoer kost: de stadsbussen zijn goedkoop en het net is dicht; met de trein bereik je de kustplaatsen.
En vliegen kan op Bilbao met een bus van anderhalf uur, of op Biarritz net over de Franse grens.
Wat je nagaat en de eerlijke nadelen
Deze punten bepalen of een verblijf hier bevalt.
Ligt je appartement in de Parte Vieja, want daar is het tot vier uur 's nachts luid.
Is er een lift, en op welke verdieping zit je.
Heeft de verhuurder een registratienummer voor toeristische verhuur.
Hoort er parkeergelegenheid bij, en wat kost een garage per dag.
Valt je bezoek samen met de Semana Grande, het filmfestival of de Tamborrada.
En als je buiten de stad zit: hoe vaak rijdt de bus of de trein, en hoe laat is de laatste.
Wat de eerlijke nadelen zijn: het regent hier veel, ook in de zomer; de stad is duur en het aanbod is klein; de Concha verdwijnt bij vloed grotendeels onder water; en in augustus is het er zo vol dat de oude stad 's avonds nauwelijks te belopen is.
Wat daar tegenover staat: een van de mooiste stadsbaaien van Europa, een eetcultuur die je in geen enkele andere stad van dit formaat vindt, drie stranden binnen de bebouwing, en heuvels waar je in twintig minuten boven de stad staat. Voor een lang weekend buiten het hoogseizoen is dat moeilijk te verslaan.
Samengesteld uit ons actuele woningaanbod, OpenStreetMap, Wikipedia en Wikivoyage (CC BY-SA) en Open-Meteo-klimaatdata.