Foto: Zakhar Vozhdaienko / Pexels
Vakantiehuis huren in Bilbao
Vakantiehuizen per plaats in Bilbao
2 plaatsen in Bilbao
Elke plaats heeft een eigen gids met huizen en lokale tips.
Mooiste huizen in Bilbao
10,0
10,0
10,0
9,9
9,7
9,5
Andere regio's in Spanje
Misschien ook iets voor jou
Type vakantiehuis in Bilbao
Wat je moet weten over Bilbao
Bilbao is de grootste stad van Baskenland, ligt tien kilometer landinwaarts aan de rivier de Nervión en telt met de omliggende gemeenten bijna een miljoen inwoners.
Wat het was: een havenstad met hoogovens, scheepswerven en een rivier waarin niets leefde. Wat het werd: een stad die zichzelf in dertig jaar opnieuw heeft uitgevonden, en die daarmee in stedenbouwkundige studieboeken staat.
Het weer is Atlantisch en dus nat: augustus komt op 26,2 graden bij 10,0 regendagen, juli op 25,3 bij 7,6 en dat is de droogste maand, september op 24,8 bij 13,6, en januari blijft op 12,7 graden bij 13,9 regendagen. December is met 17,3 dagen de natste maand van het jaar.
Wat er te kiezen valt: een appartement in een van de wijken, een hotel in het centrum, een vakantiehuis in de heuvels erachter, of een vakantiewoning aan de kust bij Sopelana en Plentzia op een half uur met de metro. Overnachten voor één nacht kan overal, waar een losse overnachting het hele jaar te boeken is; een vakantiehuisje huren doe je hier eerder buiten de stad dan erin.
Wie hier een vakantie plant, komt voor een stad die eet, en niet voor gegarandeerde zon.
Wat er met deze stad gebeurde
De omslag van Bilbao is het bekendste voorbeeld van stadsvernieuwing in Europa, en het verhaal is concreter dan de slogans.
Wat er misging: in de jaren tachtig sloten de scheepswerven en de hoogovens. De werkloosheid liep op tot boven de vijfentwintig procent, de rivier was dood, en in 1983 zette een overstroming het centrum onder water.
Wat er is gedaan: de industrie is van de rivieroevers verplaatst, de Nervión is schoongemaakt, er kwam een metro, een tramlijn, een nieuwe luchthaven en een reeks gebouwen van internationale architecten.
Wat het bekendste resultaat is: het Guggenheim, geopend in 1997, met de titaniumplaten van Frank Gehry.
Wat er verder staat: de metro van Norman Foster, met ingangen die de Bilbaïnos fosteritos noemen; de Zubizuri, een voetgangersbrug van Calatrava; en de Torre Iberdrola.
Wat de rivier nu is: schoon genoeg voor vis, met roeiers en met een wandelpad langs beide oevers.
En wat het de stedenbouw opleverde: de term Bilbao-effect, voor het idee dat één gebouw een stad kan omdraaien. Of dat elders werkt, wordt betwijfeld; hier werkte het.
De zweefbrug van Vizcaya
Dit is het bouwwerk waar de stad het minst mee adverteert en dat het meest bijzonder is.
Wat het is: de Puente de Vizcaya, tussen Portugalete en Getxo, geopend in 1893. Het is een zweefbrug: een hoge stalen constructie waaraan een gondel hangt die op kabels heen en weer rijdt.
Waarom die vorm: de riviermonding moest overgestoken kunnen worden zonder de scheepvaart naar de haven te hinderen. Een gewone brug zou te laag zijn en een ophaalbrug te traag.
Wat het bijzonder maakt: het is de oudste zweefbrug ter wereld die nog in bedrijf is, en hij staat sinds 2006 op de Werelderfgoedlijst. Er zijn er wereldwijd nog een handvol over.
Hoe het werkt: de gondel vaart doorlopend heen en weer, dag en nacht, en zet auto's, fietsers en voetgangers in ongeveer anderhalve minuut over. Een overtocht kost een klein bedrag.
Wat je er verder doet: je kunt met een lift naar het bovendek en over de loopbrug op vijfenveertig meter hoogte lopen, met uitzicht over de riviermonding en de zee.
Hoe je er komt: met de metro naar Portugalete of Areeta, in ongeveer een half uur vanuit het centrum.
En aan de Getxo-kant staat een rij herenhuizen van de negentiende-eeuwse industriëlen, langs een boulevard aan het water.
Het Casco Viejo en de pintxos
De oude stad is klein en de reden dat mensen langer blijven dan ze van plan waren.
Wat het is: de Zazpi Kaleak, de zeven straten waarmee de stad in de veertiende eeuw begon, nu een voetgangersgebied vol bars, winkels en de kathedraal.
Wat er verder staat: de Mercado de la Ribera aan de rivier, een overdekte markthal uit 1929 in art deco, die tot de grootste van Europa wordt gerekend, met een eetverdieping erboven.
Wat pintxos zijn: kleine gerechten die op de bar staan, die je staand eet met een glas erbij, waarna je doorloopt naar de volgende bar. Dat rondgaan heet txikiteo.
Hoe het werkt: je pakt van de bar of bestelt wat warm gemaakt wordt, je houdt zelf bij wat je hebt gehad en je rekent aan het eind af.
Waar je het doet: de Calle Somera en de Calle Barrenkale in het Casco Viejo, en in de wijk Indautxu aan de andere kant van de rivier, waar de Bilbaïnos zelf zitten.
Wat je bestelt: gilda, een prikker met olijf, ansjovis en pepertje, die hier is bedacht; bacalao al pil pil, kabeljauw in een geëmulgeerde saus van olie en knoflook; en txakoli, de licht bruisende witte wijn die van hoogte wordt geschonken.
En eten begint hier laat: om acht uur is het nog rustig, om half tien zit het vol.
Athletic Club
Om deze stad te begrijpen helpt het om te weten hoe de voetbalclub in elkaar zit.
Wat de regel is: Athletic Club stelt alleen spelers op die in Baskenland geboren of opgeleid zijn. Die filosofie geldt al meer dan een eeuw, en de club houdt hem vol.
Wat dat oplevert: Athletic is een van de drie clubs die nooit uit de hoogste Spaanse afdeling zijn gedegradeerd, samen met Real Madrid en Barcelona, en dat met een spelersbestand uit een streek van twee miljoen mensen.
Wat het stadion is: San Mamés, herbouwd op de plek van het oude stadion dat de Kathedraal werd genoemd. Er zijn rondleidingen en er is een museum.
Wat er in de stad gebeurt op een wedstrijddag: de bars rond het stadion en in het centrum lopen vol, en de sfeer is uitgesproken.
Wat je nagaat: kaarten zijn schaars, want het merendeel gaat naar leden; via het officiële kanaal komen er wel kaarten vrij.
Waarom dit meer is dan sport: de club is voor veel Basken een uiting van de eigen identiteit, net als de taal en het eten.
En de rivaliteit met Real Sociedad uit San Sebastián is de Baskische derby.
Musea en gebouwen
Bilbao heeft voor een stad van deze omvang veel te bieden, en niet alleen het bekendste museum.
Het Guggenheim is de trekker: het gebouw is de attractie, en de tentoonstellingen wisselen. De installaties van Richard Serra staan er permanent, net als de bloemenpuppy van Jeff Koons voor de deur en de spin van Louise Bourgeois erachter.
Het Museo de Bellas Artes ligt tien minuten verderop en heeft een verzameling van de middeleeuwen tot nu, met Baskische schilders en met El Greco en Goya; het is minder bezocht en volgens veel bezoekers interessanter.
Het Maritiem Museum ligt aan de oude werf en vertelt de geschiedenis van de haven.
Azkuna Zentroa is een oud wijnpakhuis dat door Philippe Starck is verbouwd tot cultuurhuis, met een zwembad met een glazen bodem waar je van onderaf doorheen kijkt.
Wat gratis is: de wandeling langs de rivier, de Zubizuri, het Doña Casilda-park, en de Funicular naar Artxanda, die klein geld kost en waarvandaan je over de hele stad kijkt.
Wat je nagaat: het Guggenheim is op maandag buiten het hoogseizoen gesloten, en tickets zijn online vooraf goedkoper.
En de Alhóndiga en het Guggenheim liggen op twintig minuten lopen van elkaar, met het park ertussen.
De kust op een half uur
Bilbao ligt niet aan zee, en dat verrast mensen die er aankomen.
Wat er wel is: de metro rijdt vanuit het centrum in ongeveer een half uur naar de kust, en die lijn is gewoon onderdeel van het stadsnet.
Waar je uitkomt: Sopelana en Plentzia hebben brede zandstranden met surfscholen; Getxo heeft de boulevard en de zweefbrug; en Bakio ligt verder westelijk, met het strand naast Gaztelugatxe.
Wat het water doet: de Golf van Biskaje is fris, in augustus rond de eenentwintig graden, en er staat branding.
Wat er te doen is: surfen, wandelen over het kustpad langs de kliffen, en de flysch-formaties bij Barrika bekijken, waar de gesteentelagen rechtop staan.
Wat er verder ligt: Gaztelugatxe op drie kwartier rijden, een kapelletje op een rots met een gemetselde brug en 241 treden, waarvoor je vooraf een gratis ticket reserveert.
Wat je nagaat: op zomerse dagen is de metro naar de kust vol en zijn de parkeerplaatsen bij de stranden bezet.
En de kust is hier steil, dus reken op trappen naar het strand.
Wat voor vakantiehuis huur je hier
Het aanbod in Bilbao is stedelijk, en dat betekent appartementen.
Wat je huurt in de stad: een verdieping in een negentiende- of twintigste-eeuws blok, meestal met lift, in het Casco Viejo, in Abando of in Indautxu.
Wat er buiten de stad is: een heel huis met tuin op het platteland achter de stad, in de heuvels van Bizkaia, waar het aanzienlijk goedkoper is en waar je een auto nodig hebt; zo'n huisje voor twee kost er een fractie van een appartement in het centrum. Een vakantiepark in de Nederlandse zin bestaat er niet; wat erop lijkt zijn campings met bungalows aan de kust.
Wat er aan de kust is: appartementen in Getxo, Sopelana en Plentzia, met de metro naar de stad.
Wat het agrotoerisme is: onder de naam nekazalturismoa verhuren boerenbedrijven in de provincie kamers en appartementen met vaste eisen aan kwaliteit; dat is de meest Baskische manier om hier te slapen.
Wat je nagaat in de stad: op welke verdieping het ligt en of er een lift is; of er airconditioning is, wat je hier zelden nodig hebt; en of het pand aan een uitgaansstraat ligt, want in het Casco Viejo is het tot laat rumoerig.
Wat je verder nagaat: Baskenland heeft strenge regels voor het toeristisch verhuren van woningen, met een registratieplicht; vraag bij een particulier om het registratienummer.
En parkeren in de stad is duur en schaars; kom met de trein of laat de auto in een garage aan de rand.
Hoe je er komt en rondkomt
Bilbao is vanuit Nederland goed bereikbaar en in de stad heb je niets nodig.
Wat de vliegtijd is: ongeveer twee uur en een kwartier naar de luchthaven van Bilbao, die van Santiago Calatrava is en die door de vorm van het dak de duif wordt genoemd.
Hoe je vanaf het vliegveld in de stad komt: met de bus in een klein half uur, voor een paar euro.
Wat het stadsvervoer is: drie metrolijnen, een tram langs de rivier, bussen, en de funiculars. Met een oplaadbare Barik-kaart reis je goedkoper dan met losse kaartjes.
Wat er verder rijdt: treinen naar San Sebastián in tweeënhalf uur over de smalspoorlijn langs de kust, en naar Madrid.
Wat je met een auto doet: die heb je nodig voor de dorpen in het achterland en voor de kust buiten de metrolijn, maar in de stad is hij een last.
Wat rijden vanaf Nederland betekent: ongeveer 1.300 kilometer, met tol in Frankrijk.
En de bus naar San Sebastián is sneller en goedkoper dan de trein, want die gaat over de snelweg.
Wanneer ga je
Augustus is met 26,2 graden de warmste maand en telt 10,0 regendagen; juli komt op 25,3 graden bij 7,6 dagen en is daarmee de droogste maand van het jaar.
Wat dat betekent: zelfs in de droogste maand regent het hier op meer dan zeven dagen. Dit is geen bestemming voor een gegarandeerd zonnige week.
Juni geeft 23,2 graden bij 14,6 regendagen en september 24,8 bij 13,6; september is aangenaam van temperatuur maar nat.
December is met 17,3 regendagen de natste maand, en januari komt op 12,7 graden.
Wat de regen hier is: sirimiri, een fijne motregen die uren kan aanhouden en die je nauwelijks nat maakt maar wel grijs.
Wat het seizoen bepaalt: de Semana Grande in augustus, een feestweek met concerten, vuurwerk en straatfeesten, waarin de stad vol is; en de Baskische feestdagen.
Wat het voordeel van het klimaat is: het wordt hier nooit heet en nooit koud, en dat maakt de stad het hele jaar door te bezoeken.
En wie voor het eten komt, komt in november, wanneer de paddenstoelen en het wild op de kaart staan.
Wat het kost
Bilbao is duurder dan Zuid-Spanje en goedkoper dan Barcelona of Madrid.
Wat de accommodatie kost: appartementen en hotels liggen op het niveau van een middelgrote West-Europese stad, met de Semana Grande in augustus als uitschieter.
Wat het eten kost: pintxos kosten per stuk tussen de twee en vijf euro, en een avond txikiteo met een paar glazen komt daarmee lager uit dan een restaurantmaaltijd.
Wat het menú del día is: een driegangenlunch met brood en wijn voor een vaste prijs, tussen één en vier uur, en dat is hier de goedkoopste warme maaltijd.
Wat het vervoer kost: de Barik-kaart maakt metro, tram en bus goedkoop, en de bus vanaf het vliegveld kost een paar euro.
Wat de musea kosten: het Guggenheim is de duurste; de andere musea zijn redelijk en een aantal is op bepaalde dagen gratis.
Waar je op bespaart: buiten augustus komen; in Indautxu of aan de kust slapen in plaats van in het Casco Viejo; en lunchen in plaats van dineren.
En de toeristenbelasting wordt in Bilbao per persoon per nacht geheven.
Wat je nagaat en de eerlijke nadelen
Deze punten bepalen of een verblijf in Bilbao bevalt.
Ligt je appartement in een uitgaansstraat, want het Casco Viejo is tot diep in de nacht luidruchtig.
Is er een lift, en op welke verdieping zit je.
Heeft de verhuurder een registratienummer voor toeristische verhuur.
Heb je een ticket voor het Guggenheim, en is het museum op jouw dag open.
Hoe kom je naar het strand: met de metro of met de auto, en waar parkeer je dan.
Wat de eerlijke nadelen zijn: het regent hier veel, ook in de zomer, en de lucht is vaak grijs; de stad ligt niet aan zee; het centrum is compact en in een lang weekend heb je het gezien; en de architectuur buiten de bekende gebouwen is functioneel.
Wat daar tegenover staat: een van de beste eetsteden van Europa voor een fractie van de prijs van San Sebastián, een museum dat een hele stad heeft omgedraaid, de oudste werkende zweefbrug ter wereld, en een kust op een half uur met de metro. Voor een lang weekend is dat een uitstekende ruil.
Samengesteld uit ons actuele woningaanbod, OpenStreetMap, Wikipedia en Wikivoyage (CC BY-SA) en Open-Meteo-klimaatdata.