Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
De rivier is hier pas sinds kort een wandelroute
Foto: Aritz Jauregui / Pexels
De Nervión, in het Baskisch de Ría de Bilbao, was een eeuw lang een industriële vaargeul met werven, hoogovens en kades waar je niet kwam. Sinds de jaren negentig zijn de oevers omgebouwd tot doorlopende promenades aan beide kanten.
Dat maakt een wandeling hier anders dan in de meeste oude steden: je loopt niet door een historisch centrum maar langs de plek waar dat centrum zijn geld verdiende. De gebouwen die je passeert staan er sinds die verbouwing, en dat is precies wat je ziet.
Van de oude stad naar het Guggenheim is drie kilometer
De klassieke route begint bij de Casco Viejo met zijn Siete Calles, volgt de linkeroever langs het Teatro Arriaga en de Puente del Ayuntamiento, steekt over bij de Zubizuri en eindigt bij het Guggenheim in Abandoibarra. Dat is ongeveer drie kilometer en je doet er met kijken een uur over.
Je kunt doorlopen tot het Euskalduna-paleis en de Puente Euskalduna daarachter, wat er nog een kilometer bij is, met de Iberdrola-toren en het Doña Casilda-park op een paar minuten afstand. Terug kun je de oever aan de kant van Deusto nemen, zodat je het museum ook van de overkant ziet. Beide kanten zijn vlak en geschikt voor een kinderwagen.
De brug met de glazen vloer is glad
De Zubizuri, de witte boogbrug van Santiago Calatrava uit 1997 bij het Campo Volantín, heeft een dek van glazen tegels. In een stad waar het veel regent bleek dat een probleem: mensen gleden uit en er kwamen klachten.
De oplossing ligt er nog steeds: over vrijwel het hele dek is zwarte antisliprubber gelegd. Dat is lelijk en het werkt. Loop er bij regen toch voorzichtig overheen, want aan de randen ligt het glas nog bloot en dat is bij nat weer spekglad.
Het regent hier meer dan je van Spanje verwacht
Bilbao ligt aan de Atlantische kant van Spanje en krijgt rond de 1.200 millimeter neerslag per jaar, ruim twee keer zoveel als Madrid. Het is hier groen om een reden.
Reken dus ook in juli op buien, en op de fijne motregen die ze hier sirimiri noemen en die uren kan duren. Neem een jas mee in plaats van een paraplu, want aan de ría staat wind. De keerzijde is aangenaam: in augustus is het hier 25 graden terwijl het in Midden-Spanje boven de 35 zit.
Stroomafwaarts staat de oudste transportbrug ter wereld
Foto: Damian Castro Garrido / Pexels
Bij Portugalete, ongeveer dertien kilometer stroomafwaarts, hangt de Puente Vizcaya uit 1893. Het is de oudste transportbrug ter wereld: een gondel die aan kabels onder een stalen brug door van de ene oever naar de andere schuift, zodat schepen eronder door kunnen.
Het bouwwerk is 45 meter hoog en 160 meter lang en staat volgens UNESCO sinds 12 juli 2006 op de Werelderfgoedlijst, als eerste industriële monument van Spanje. Je kunt met de gondel mee voor een klein bedrag, of tegen een hogere prijs met de lift naar het bovendek en er te voet overheen; aan de overkant ligt Las Arenas in Getxo.
De metro brengt je langs de hele ría
De metro van Bilbao is ontworpen door Norman Foster en opende in 1995; de gebogen glazen ingangen heten in de stad fosteritos. De lijn volgt de ría van Abando tot aan de monding en de stranden van Getxo en Plentzia.
Voor een wandeling betekent dat dat je één kant kunt lopen en met de metro terug kunt. Naar Portugalete of Getxo ben je vanaf het centrum in ongeveer een half uur, en de tram langs de oever verbindt Atxuri met het Guggenheim en het San Mamés-stadion. Een enkeltje kost rond de 1,80 euro, met een oplaadkaart minder.
De kabelbaan naar Artxanda rijdt sinds 1915
Foto: Xabi Oregi / Pexels
Vanaf het Campo Volantín gaat de funicular van 770 meter in ongeveer drie minuten naar de heuvel Artxanda. Hij rijdt elk kwartier en een kaartje kost rond de 3,50 euro.
Boven kijk je over de hele stad in het dal, met de ría die er in bochten doorheen loopt. Dat is de beste manier om te begrijpen hoe Bilbao in elkaar zit: ingeklemd tussen twee heuvelruggen, met alles langs het water. Ga aan het eind van de middag, want dan valt het licht in het dal.
Fietsen kan, maar alleen langs het water
De oevers hebben vrijliggende fietspaden en die zijn vlak; het deelfietssysteem Bilbaobizi werkt met een abonnement van een paar euro. Zodra je van de ría af gaat, klimt het meteen: wijken als Begoña en Solokoetxe liggen tientallen meters hoger en sommige straten hebben roltrappen in plaats van stoepen.
Huur dus een fiets voor de oeverroute van drie tot vijf kilometer en niet om de stad mee te verkennen. Voor dat laatste zijn de metro en de tram sneller. Houd er rekening mee dat de promenade bij de Arenal op zondagmiddag tussen twaalf en drie uur vol wandelaars staat en dat fietsen dan langzamer gaat dan lopen.
Onderweg ligt de grootste overdekte markt van Europa
Foto: Julia Mercuri / Pexels
Aan de ría in de Casco Viejo staat de Mercado de la Ribera, in 1929 geopend en met ongeveer 10.000 vierkante meter de grootste overdekte markt van Europa, met de San Antón-kerk en haar brug ernaast. De begane grond is markt, de bovenverdieping is eetgelegenheid.
Dat is een logische stop halverwege een wandeling. Ga voor twee uur 's middags, want de marktkramen sluiten dan; het eetgedeelte blijft langer open. Op zondag is de markt gesloten, maar dan staat er een markt op de Plaza Nueva, het omsloten plein met zijn pintxobars.
Wanneer je loopt en wat je meeneemt
De prettigste uren zijn tussen negen en twaalf en na vijf uur. Rond het middaguur is de promenade over de volle drie kilometer onbeschut, en tussen twee en vier is de stad zelf op zijn stilst omdat er gegeten wordt; het Museo Marítimo aan de oever en het Museo de Bellas Artes bij het Doña Casilda-park vangen dat gat op.
Neem water mee voor een tocht van twee uur, want langs de oever staan weinig kranen, en neem schoenen met grip. Behalve het gladde brugdek zijn ook de granieten stoepen in de oude stad bij regen glad, en dat is de meest voorkomende manier waarop een wandeling hier misgaat.