Foto: Uliana Sova / Unsplash
Volgens de stadsgeschiedenis werd San Sebastián op 31 augustus 1813 geplunderd en in brand gestoken door Engelse en Portugese troepen, die er als bondgenoten waren gekomen. Het plunderen en branden duurde dagen en de stad ging vrijwel volledig in vlammen op.
Eén straat bleef staan, en die heet sindsdien 31 de Agosto. Alles wat u verder in de oude stad ziet is negentiende-eeuwse wederopbouw op het middeleeuwse stratenplan. Dat verklaart waarom de gevels er zo regelmatig uitzien voor een "oude" stad.
Pintxos zijn geen tapas
De naam is pintxo, met tx, en het is een ander systeem dan tapas. U krijgt niets gratis bij uw drankje: elk hapje wordt per stuk afgerekend, doorgaans tussen de 2 en 4 euro.
De koude pintxos staan op de bar en pakt u zelf; de warme staan op een bord aan de muur en bestelt u bij de keuken. Die laatste zijn bijna altijd het beste van de zaak. De bedoeling is dat u er een of twee neemt, afrekent en doorloopt naar de volgende bar; blijven zitten is hier ongebruikelijk. Reken op drie tot vier bars in een avond, vanaf een uur of acht.
De hoogste sterrendichtheid van Europa
Foto: Jason Zeis / Unsplash
Binnen een straal van ongeveer 25 kilometer rond de stad liggen zo'n negen restaurants met samen zestien Michelinsterren, waarvan drie zaken de maximale drie sterren hebben.
U leest vaak dat dit de hoogste concentratie ter wereld is. Dat klopt niet: Kyoto ligt hoger. Voor Europa is het wel de hoogste. Reken voor zo'n zaak op maanden vooruit reserveren en op een bedrag van boven de 250 euro per persoon; de pintxobars in de oude stad geven voor een fractie daarvan een beter beeld van wat hier gegeten wordt.
La Concha en Zurriola zijn twee verschillende zeeën
Foto: Mykhailo Volkov / Unsplash
La Concha ligt in een bijna gesloten baai, met het eiland Santa Clara in de mond en heuvels aan weerszijden. Er staat vrijwel geen golf en het water is er vlak; dat is het strand voor kinderen en voor zwemmen.
Zurriola ligt aan de andere kant van de riviermonding en kijkt open op de Atlantische Oceaan. Daar staat branding en daar zitten de surfers. Twee stranden op nog geen kilometer van elkaar, met een compleet ander karakter. Het water is in augustus en september rond de 21 graden, aan allebei de kanten even koel.
Bij hoogwater is het strand van La Concha smal
De baai heeft een fors getijverschil en bij vloed verdwijnt een groot deel van het zand onder water. Wat bij eb een brede vlakte is, is een paar uur later een strook van enkele meters waar iedereen op elkaar ligt.
Kijk daarom voor u gaat naar het getij, want dat bepaalt uw dag meer dan het weer. Het scheelt twee keer per etmaal, met ongeveer zes uur ertussen. Bij laag water is de wandeling langs de vloedlijn ruim twee kilometer lang.
Twee heuvels, twee soorten uitzicht
Foto: ultrash ricco / Unsplash
Monte Urgull staat aan de oostkant van de baai, direct achter de oude stad, met een fort op de top en een groot Christusbeeld erop. U loopt er in ongeveer een half uur naartoe en het is gratis.
Monte Igueldo aan de westkant is hoger en heeft de klassieke ansichtkaart van de baai. Daar gaat sinds 25 augustus 1912 een kabelspoor naartoe, geopend door koningin-regentes María Cristina; een retour kost rond de 4 euro. Boven staat een klein ouderwets pretpark uit hetzelfde jaar.
Het regent hier meer dan u van Spanje verwacht
Dit is de Atlantische kant van Spanje en het valt hier het hele jaar door nat, ook in de zomer. Reken op buien in juli en op de fijne motregen die ze hier sirimiri noemen.
De keerzijde is de temperatuur: in augustus is het rond de 25 graden terwijl het in Midden-Spanje boven de 35 zit. Dat is precies waarom Spanjaarden hier al meer dan een eeuw hun zomer doorbrengen. Neem een jas mee in plaats van een paraplu, want aan de baai staat wind.
Augustus is hier de drukste maand van het jaar
In de derde week van augustus is de Semana Grande, het stadsfeest met vuurwerkwedstrijden boven de baai, en dan is de stad vol. In september volgt het filmfestival, met dezelfde drukte maar een ander publiek.
Wie rust zoekt, komt in juni of in de eerste helft van september. Het water is dan rond de 20 graden, de terrassen zijn open en u krijgt in de pintxobars nog een plek aan de bar. Reserveer uw accommodatie voor augustus maanden vooruit, want de prijzen verdubbelen.
De stad is klein genoeg om te lopen
Van het strand van Zurriola naar het westelijke eind van La Concha is het ongeveer drie kilometer over een aaneengesloten boulevard. De oude stad, het strand en het station liggen allemaal binnen een kwartier lopen van elkaar.
Een auto is in het centrum vooral een probleem: parkeren is betaald en de garages zijn duur. Vanuit Bilbao rijdt een bus in ongeveer een uur en vijftien minuten, wat goedkoper en simpeler is dan zelf rijden. Binnen de stad komt u overal te voet.
Waar u het beste slaapt
Wie in de oude stad slaapt, zit midden tussen de pintxobars en hoort ze ook, want het is er tot na middernacht druk op straat. Dat is geweldig voor twee nachten en vermoeiend voor een week; op straat is het er tot een uur of twee 's nachts luidruchtig.
Voor een langer verblijf is de wijk Gros achter het Zurriolastrand rustiger, met eigen bars en op tien minuten lopen van het centrum. Aan de westkant, richting Ondarreta, zit u het rustigst en het verst van het uitgaansleven, met de tram of de bus voor de laatste kilometer.