In de zilvermijn van Sala kun je op 155 meter diepte slapen
Foto: Jakob Andersson / Pexels
De Sala Silvergruva heeft één hotelkamer, ingericht in een uitgehouwen ruimte diep onder de grond, en die geldt als de diepst gelegen hotelkamer ter wereld. Je gaat er 's avonds met een gids naartoe en bent tot de ochtend alleen in de berg.
Dat kost enkele duizenden kronen per nacht en is maanden vooruit volgeboekt. Voor wie dat te ver gaat: de gewone rondleidingen gaan tot 60 meter diepte. Dit artikel gaat over die mijn en over Västerås, de stad op ongeveer 40 kilometer ten zuiden ervan.
De mijn was eeuwenlang de schatkist van het rijk
Vanaf de zestiende eeuw werd hier zilver gewonnen, in de bloeitijd tonnen per jaar, en die opbrengst financierde een groot deel van de Zweedse staat. De winning ging in wisselend tempo door tot in de twintigste eeuw.
De rondleidingen dalen af langs schachten en gangen die met de hand zijn uitgehakt; onderweg staat het water in de diepere delen. Kaartjes kosten 250 tot 400 kronen, afhankelijk van de diepte; reken op ongeveer elf kronen per euro. Het is er het hele jaar rond de 2 graden, dus warme kleding is geen advies maar noodzaak.
Boven de grond ligt een compleet mijnbouwlandschap
Foto: Abhishek Navlakha / Pexels
Rond de schacht liggen de gebouwen van het bedrijf: werkplaatsen, kruitmagazijnen, waterreservoirs en woningen van mijnwerkers. Het geheel beslaat enkele tientallen hectare, is als museumgebied ingericht en het buitenterrein is het hele jaar vrij toegankelijk.
Er lopen wandelpaden langs de dammen en vijvers die werden aangelegd om de waterraderen van energie te voorzien; samen enkele kilometers. Het museum bij de ingang, doorgaans van 10.00 tot 17.00 uur open, legt uit hoe het werk eruitzag en wat het de arbeiders kostte. Reken met de mijn erbij op een halve dag.
Västerås ligt aan het grootste binnenmeer van de streek
Foto: Damir K . / Pexels
Västerås telt ongeveer 130.000 inwoners en ligt aan de noordoever van het Mälarenmeer, op ongeveer een uur met de trein vanaf Stockholm. De haven en de promenade lopen kilometers langs het water, met zwemplekken en aanlegsteigers.
In de zomer varen er bootjes naar Östra Holmen, het eiland met het stadsstrand, in een kwartier. Het water haalt in juli en augustus 19 tot 22 graden. Het is een werkende industriestad en geen decor, wat betekent dat de prijzen lager liggen dan in Stockholm en dat je er in de zomer nauwelijks rijen tegenkomt.
De domkerk heeft een toren uit de zeventiende eeuw
De Domkyrka in het centrum gaat terug tot de dertiende eeuw en kreeg in de jaren negentig van de zeventiende eeuw de slanke spits die nu ruim negentig meter hoog is en het beeld van de stad bepaalt.
Binnen ligt het graf van Erik XIV, de koning die in 1577 in gevangenschap stierf. Toegang is gratis en de kerk is overdag open, behalve tijdens diensten. Eromheen ligt Kyrkbacken, de oude houten stadskern met smalle straatjes, die in een uur is rond te lopen.
Het openluchtmuseum is gratis en gewoon een park
In het Vallby Friluftsmuseum aan de rand van de stad staan volgens de gemeente ruim veertig verplaatste boerderijen, schuren en werkplaatsen uit de streek, met dieren in de wei en een botanische tuin op ongeveer drie kilometer van het centrum. Toegang tot het terrein kost niets en het is het hele jaar open.
In de zomermaanden zijn de gebouwen ingericht en bemand, met ambachtsdemonstraties; buiten die periode wandel je er langs. Voor kinderen werkt het als een combinatie van kinderboerderij en museum. Reken op twee uur, meer als je ook de tuin doet.
Buiten de stad ligt de grootste grafheuvel van Zweden
Op enkele kilometers ten oosten van het centrum ligt de Anundshög bij Badelunda, een grafheuvel van ongeveer negen meter hoog en zestig meter doorsnede, opgeworpen rond het jaar 500. Eromheen staan scheepsvormige steenzettingen en een runensteen langs de oude Eriksgatan, de weg die nieuwe koningen aflegden.
Het terrein is vrij toegankelijk, dag en nacht, en er staat uitleg bij. Je komt er met de fiets in een half uur vanaf het centrum. Voor een plek van dit formaat is het opvallend rustig: op een doordeweekse ochtend sta je er meestal alleen.
De streek eromheen is vlak en waterrijk
Västmanland bestaat grotendeels uit landbouwgrond, bos en meren, met weinig hoogteverschil. Dat maakt het geschikt om te fietsen: er liggen routes van 20 tot 60 kilometer tussen de dorpen, over rustige wegen.
Fietsverhuur zit in Västerås vanaf ongeveer 200 kronen per dag. Let op: het openbaar vervoer tussen de kleinere plaatsen rijdt beperkt en in het weekend soms nauwelijks, dus zonder auto of fiets ben je afhankelijk van de trein tussen de grotere plaatsen. Controleer dat voordat je een dagtocht plant.
Praktisch
Västerås heeft een station met treinen naar Stockholm in ongeveer een uur en naar Sala in een half uur. Vanuit Nederland rijd je er in vijftien tot zeventien uur naartoe via Denemarken, of je vliegt op Stockholm en neemt de trein. Zweden betaalt met kronen en vrijwel alles gaat met kaart.
Mei tot september is het aangenaamste seizoen met 17 tot 24 graden en lange avonden. De mijn is het hele jaar open, met beperkte rondleidingen in de winter; het openluchtmuseum is in de winter alleen als park te bezoeken. Reserveer de mijntochten vooruit, zeker in juli.