Appenzell Ausserrhoden is groen heuvelland vol geleefde traditie
Appenzell Ausserrhoden is Zwitserland op zijn zachtst geplooid: een halfkanton van 243 vierkante kilometer glooiende weiden, houten dorpen met krulgevels en tradities die niet worden opgevoerd maar geleefd. Prijzen in franken; reken grofweg 1,05 euro voor een frank.
Dit artikel zet het heuvelland op een rij, van kaasgrot tot nieuwjaarsmaskers.
Het halfkanton ontstond uit een religieuze scheiding
De geschiedenis verklaart de naam: in 1597 splitste het oude Appenzell zich om religieuze redenen in het protestantse Ausserrhoden en het katholieke Innerrhoden, en beide helften koesteren sindsdien hun eigen karakter. Ausserrhoden werd het land van textiel en handel, met zo'n 57.000 inwoners verspreid over dorpen zonder echte stad.
Voor bezoekers betekent het een dubbelbestemming: de beroemde klederdracht en kloosterpleinen liggen bij de buren, de stillere heuvels, de paleisdorpen en de arbeidsgeschiedenis hier. Wie beide wil, rijdt in een kwartier heen en weer; de grens is een bordje in een weiland.
De dorpen dragen hun welvaart in hout en krullen
De dorpen zijn de architectuurles van het kanton: rond de pleinen van Trogen en Speicher staan de achttiende-eeuwse patriciërspaleizen van de textielbaronnen, en overal glanzen de houten gevels met hun gebogen daklijnen en rijen vensters, gebouwd van linnen- en borduurgeld.
De route langs de dorpspleinen is gratis en per postbus te rijgen; de kerken staan open en de dorpscafés schenken koffie voor 4 tot 5 frank, ruim 4 tot 5 euro. Dit is flaneren op heuveltempo: elke bocht geeft een nieuw panorama over weiden, en de banken staan er al voor je klaar.
De Santis is het stenen baken boven het groen
Boven alle heuvels troont de Säntis, met 2.502 meter de hoogste van het Alpsteinmassief: de kabelbaan vanaf de Schwägalp klimt in tien minuten naar het panoramaplatform, retour rond de 65 frank, omgerekend 68 euro, met bij helder weer zicht over zes landen volgens de baanexploitant.
Aan de voet tonen de schaukäserei en het bergrestaurant het alpleven; de Schwägalp zelf is gratis wandelterrein. Houd er rekening mee dat de berg zijn eigen weer maakt; de webcam beslist de ochtend, en de heuvels beneden zijn bij bewolking het betere plan.
De tradities volgen de kalender van het boerenjaar
De kalender is hier de attractie: in september dalen de veekuddes met bloemen en bellen van de alpen tijdens de Alpabfahrten, eind april vergaderen buurkantons nog op hun eeuwenoude Landsgemeinde-pleinen, en rond oud en nieuw lopen in Urnäsch de Silvesterchläuse, gemaskerde gestalten met belgewaden die tweemaal nieuwjaar vieren, ook op 13 januari volgens de oude kalender.
De feesten zijn geen shows maar dorpsleven; kijken mag, respect hoort. De data verschillen per dorp en jaar, dus vraag de verkeersbureaus; wie zijn reis om één traditie plant, kiest de alpafdrijving, het toegankelijkste feest van allemaal.
Kaas en keuken zijn de smaak van het heuvelland
De Appenzeller kaas met zijn geheime kruidenpekel is de beroemdste export; de dorpszuivels en de schaukäserei tonen het ambacht en laten proeven, met kazen per stuk vanaf enkele franken en rondleidingen voor kleine entrees.
De keuken eromheen is stevig: Chäshörnli met appelmoes, siedwurst en de zoete Biberli-koeken, in dorpsherbergen voor 20 tot 30 frank per hoofdgerecht, tot ruim 31 euro. En het landsap is Appenzeller bitter, het kruidenaperitief waarvan het recept net zo geheim is als dat van de kaas; de streek houdt van geheimen die je kunt proeven.
Praktisch in het heuvelkanton
De logistiek is Zwitsers dicht: treintjes en postbussen rijgen de dorpen aaneen, Sankt Gallen ligt op een kwartier en de Schwägalp op een half uur van hoofdplaats Herisau. Een auto is handig maar niet nodig; de gele bussen kennen elke bocht.
De kosten zijn milder dan de beroemde buurkantons: dorpspensions en vakantiewoningen vaak onder de 150 frank per nacht, zo'n 158 euro, en de helft van het programma, dorpen, weidepaden en panorama's, is gratis. De regenkaart hoort standaard bij de planning; het heuvelland dankt zijn groen ergens aan.
Wanneer je gaat
Mei tot en met oktober is de volle periode: bloeiende weiden, open alpen en de september-afdrijvingen als hoogtepunt. Juni geeft de bloemenweiden en avonden die tot na 21.30 uur licht blijven, oktober het herfstlicht over de heuvels.
De winter is stil en wit: sneeuwwandelpaden, de Säntis als ijspaleis en rond de jaarwisseling de maskergestalten van Urnäsch als eigenzinnigste wintertraditie van het land. Het kanton kent geen hoogseizoen-drukte; dat is precies zijn luxe.