Vakantiehuis in Beierse Woud Foto: Bastian Riccardi / Pexels

Vakantiepark huren in Beierse Woud

Huizen2727
Plaatsen5
Gem. /nacht€61
Score9,3

Vakantiehuizen per plaats in Beierse Woud

5 plaatsen in Beierse Woud

Elke plaats heeft een eigen gids met huizen en lokale tips.

Onze selectie

Mooiste huizen in Beierse Woud

Alle 2727 huizen →

Andere regio's in Duitsland

Misschien ook iets voor jou

Kies op kenmerk

Type vakantiehuis in Beierse Woud

Lees ook

Verhalen over Beierse Woud

Wat je moet weten over Beierse Woud

Het Beierse Woud ligt in het oosten van Beieren, langs de Tsjechische grens, tussen Passau in het zuiden en Furth im Wald in het noorden.

Wat het is: een middelgebergte van bos, met toppen tot 1.456 meter, dorpen op vijfhonderd tot negenhonderd meter, en het oudste nationale park van Duitsland in het midden.

Het weer hoort bij die hoogte. Juli komt op 22,4 graden bij 13,1 regendagen, augustus op 22,3 bij 14,9, juni op 21,5 bij 15,6 en september op 18,3 bij 10,3 dagen. Mei is met 17,7 dagen de natste maand en januari blijft overdag op 2,3 graden bij min 3,1 's nachts.

Wat er te kiezen valt: een vakantiepark met binnenbad en sauna, een los vakantiehuis aan de bosrand, een appartement in een Gasthof, of een vakantiewoning op een boerderij. Er staan op dit moment ongeveer 2.727 adressen in ons actuele aanbod voor deze streek.

Wie hier een huisje huurt, komt voor wandelen, voor de prijs en voor de rust. Wie zon en een strand zoekt, zit hier verkeerd, en dat mag je best van tevoren weten.

Wat een vakantiepark in het Beierse Woud eigenlijk is

Het woord vakantiepark betekent hier iets anders dan in Nederland, en dat verschil bepaalt of je krijgt wat je verwacht.

Wat je hier vindt: wat in het Duits een Ferienpark of Feriendorf heet. Meestal een terrein met losse houten of gemetselde huisjes op een helling, of een gebouw met appartementen, met een binnenbad, een sauna en een receptie die maar een deel van de dag bemand is.

Wat je hier meestal niet vindt: een overdekte tropische zwemwereld met glijbanen, een centrale koepel met winkels, of animatie de hele dag door. De vakantieparken in dit gebied zijn kleiner en soberder, en het accent ligt op sauna en wellness in plaats van op waterpret.

Waar ze staan: de meeste vakantieparken liggen rond Sankt Englmar, Lam, Bodenmais en in de driehoek tussen Zwiesel, Regen en Grafenau.

Wat je moet nakijken voor je boekt: of het zwembad het hele jaar open is en op welke uren, want veel parken beperken de openingstijden buiten het seizoen. En of de sauna gemengd en textielvrij is, want dat is in Duitsland de norm en niet de uitzondering.

Wat er los bij komt: de Kurtaxe of gastenbelasting, per persoon per overnachting, ter plaatse te betalen. Daar krijg je de Gästekarte voor terug, en die is hier meer waard dan gewoonlijk. Waarom precies, staat verderop.

Wie geen park wil, kan hier makkelijk een vrijstaand vakantiehuisje huren: een enkel huis aan de rand van een dorp, vaak met uitzicht over een dal. Dat is in dit gebied vaak goedkoper dan hetzelfde in de Alpen.

Het oudste nationale park van Duitsland

In 1970 werd hier het eerste nationale park van Duitsland ingesteld, en dat is niet zomaar een jaartal.

Wat er toen gebeurde: Duitsland had wel natuurparken en reservaten, maar geen enkel gebied met de status van nationaal park. Het Beierse Woud was de eerste, en alles wat daarna in Duitsland is aangewezen, is op dit voorbeeld gebouwd.

Hoe groot het is: sinds de uitbreiding van 1997 beslaat het park 24.250 hectare.

Wat het bijzonder maakt: aan de Tsjechische kant grenst het aan het nationale park Šumava, het Boheemse Woud. Samen vormen die twee het grootste aaneengesloten bosgebied van Midden-Europa, een strook groen die dwars over de oude Oost-Westgrens ligt.

Wat je merkt van die grens: je kunt er te voet overheen. Er zijn wandelovergangen waar je zonder meer van Duitsland naar Tsjechië loopt, en het bos ziet er aan beide kanten hetzelfde uit.

Wat het park voor bezoekers heeft: ruim driehonderd kilometer bewegwijzerd wandelpad, twee bezoekerscentra, twee grote dierengebieden met inheemse dieren, en een net van bussen dat de startpunten van de routes aandoet.

Wat er niet mag: van de paden af, kamperen, vuur maken en honden los. In een nationaal park zijn dat geen adviezen maar regels, en er wordt op gehandhaafd.

De dode sparren, en waarom ze zijn blijven staan

Als je hier op de hoogste ruggen komt, zie je grijze dode boomstammen over hele hellingen. Dat is geen verwaarlozing, dat is beleid, en er is jaren ruzie over gemaakt.

Wat er gebeurde: begin 1990 raasden de stormen Vivian en Wiebke over Zuid-Duitsland en gooiden honderdduizenden kubieke meters hout om, vooral sparren. Op al dat liggende hout kon de letterzetter, een schorskever, zich explosief vermenigvuldigen.

Wat het gevolg was: in de jaren negentig stierf op ruim zevenduizend hectare het sparrenbos af. Tussen 1995 en 2005 ging het om honderden hectares per jaar.

Wat het park deed: in de kernzone niets. Het uitgangspunt is Natur Natur sein lassen, laat de natuur natuur zijn, en dus werden de dode bomen niet geruimd en de kevers niet bestreden.

Wat er van kwam: forse protesten uit de omliggende dorpen, van boseigenaren die vreesden dat hun eigen bos het volgende was, en burgerinitiatieven die het park terug wilden draaien.

Wat er daarna gebeurde: onder die dode stammen kwam vanzelf een nieuw bos op, en niet dezelfde sparrenakker maar een gemengd bos van berk, lijsterbes, spar en beuk. Precies wat de voorstanders hadden voorspeld en de tegenstanders niet.

Wat dat voor jou betekent: op de hoogste delen loop je door een landschap van staand dood hout met jong groen eronder. Sommige mensen vinden dat een van de indrukwekkendste bossen van Europa, anderen vinden het lelijk. Het is in elk geval de enige plek in Duitsland waar je dit op deze schaal kunt zien.

De Baumwipfelpfad en de dieren

Bij Neuschönau ligt de bekendste attractie van het gebied, en die is ook met kinderen en met een kinderwagen te doen.

Wat het is: een Baumwipfelpfad, een boomkroonpad van 1.300 meter dat op hoogte door de boomtoppen slingert, tot vierenveertig meter boven de bosbodem. Bij de opening op 9 september 2009 was het het langste ter wereld.

Wat het einde is: een houten toren in de vorm van een ei, met een oplopende spiraal aan de binnenkant. Boven kijk je over het bos richting de Alpen, en bij helder weer zie je die ook echt.

Wat het toegankelijk maakt: het hele pad loopt via hellingbanen, geen trappen. Rolstoelen en kinderwagens kunnen mee tot boven in de toren.

Wat er naast ligt: het Tierfreigelände, een gebied van veertig hectare met ruime verblijven waar wolven, lynxen, beren, wisenten, otters en uilen zitten. Je loopt er een route van enkele kilometers doorheen. Reken op twee tot drie uur, en op dieren die zich in die grote verblijven ook echt kunnen verstoppen.

Waar het tweede is: bij Ludwigsthal, aan de noordkant van het park, ligt het Haus zur Wildnis met een eigen dierengebied. Dat is meestal een stuk rustiger dan Neuschönau, en op een druk weekend het betere alternatief.

De bergen: Arber, Rachel en Lusen

Het is een middelgebergte, dus je klimt hier honderden meters en geen duizenden. Drie toppen bepalen het beeld.

De Grosser Arber is met 1.456 meter de hoogste van het hele Beierse Woud en wordt hier de koning genoemd. Er gaat een kabelbaan naar boven vanaf de kant van Bodenmais, dus dit is de top die je ook met minder goede knieën haalt. Boven staat een kapel en ligt een rotsig plateau.

Aan de voet liggen de Grosser en de Kleiner Arbersee, twee meertjes in kommen die door gletsjers zijn uitgesleten. Bij de Kleiner Arbersee drijven eilandjes van veenmos die met de wind meebewegen.

De Grosser Rachel is 1.453 meter en ligt midden in het nationale park. De klim erheen gaat door het bos dat na de keverjaren opnieuw is opgekomen, dus je loopt letterlijk door het verhaal van de vorige sectie.

De Lusen is 1.373 meter en heeft de vreemdste top van de drie: de hele bovenkant bestaat uit een veld van losse granietblokken, een Felsenmeer, waar je overheen moet klauteren. Dat is prachtig en tegelijk het snelste recept voor een verzwikte enkel, dus doe dat op stevige schoenen en niet in de regen.

Vanuit alle drie kijk je bij helder weer over de bossen tot aan de Alpenketen in de verte.

De plaatsen in ons aanbod

Ons aanbod voor deze streek concentreert zich in een handvol plaatsen, en die liggen behoorlijk uit elkaar.

Lam ligt in de Lamer Winkel, een dal tussen de Osser en de Arber, tegen de Tsjechische grens aan. Dit is de kant voor sneeuw en voor wandelen op de hoogste ruggen.

Sankt Englmar ligt op ongeveer achthonderd meter en is de klassieke gezinsbestemming van het gebied: een klein skigebied, rodelbanen en een boomkroonpad in de buurt. Hier staan ook de meeste vakantieparken.

Breitenberg ligt heel anders, helemaal in het zuiden bij Passau, waar Duitsland, Oostenrijk en Tsjechië bij elkaar komen. Rustig, groen en dicht bij de Donau.

Untergriesbach ligt hoog boven de Donau, ten oosten van Passau, op een kwartier van de Oostenrijkse grens. Vanuit hier is de rivier het uitje en het bos de achtergrond, en niet andersom.

Schöllnach ligt lager, bij Deggendorf, aan de rand van het gebergte waar het overgaat in het Donaudal. Dat is de goedkoopste hoek en de handigste voor wie veel wil rondrijden.

Wat dat betekent voor je keuze: wil je het nationale park en de sneeuw, kies dan Lam of Sankt Englmar. Wil je Passau, de Donau en Oostenrijk erbij, kies dan Breitenberg of Untergriesbach. Het scheelt onderling anderhalf uur rijden, dus dit is geen detail.

De gratis bus die veel gasten laten liggen

Dit is het meest praktische voordeel van het gebied en tegelijk het minst bekende.

Wat het is: het GUTi, voluit het Gästeservice Umwelt-Ticket. Ga je overnachten in een aangesloten plaats, dan krijg je van je verhuurder een gastenkaart die tegelijk een gratis vervoerbewijs is voor bus en trein.

Hoe groot dat net is: ongeveer tweehonderd bus- en treinlijnen over een routenet van zo'n 3.200 kilometer, en het geldt zelfs over de grens in Zuid-Bohemen en de regio Pilsen.

Wanneer het geldt: van maandag tot en met vrijdag vanaf acht uur 's ochtends, en op zaterdag, zondag en feestdagen de hele dag.

Waarom het uitmaakt: je kunt hiermee een wandeling maken die niet terugkomt bij je auto. Je laat de auto bij het huis staan, gaat met de bus naar een startpunt en loopt een andere kant op naar een halte. In een gebied met veel routes over de bergkammen scheelt dat enorm.

En dit is de valkuil: het GUTi geldt in de Landkreise Cham, Regen en Freyung-Grafenau, plus Sankt Englmar. Van onze plaatsen vallen Lam en Sankt Englmar er dus onder, maar Breitenberg en Untergriesbach liggen in Landkreis Passau en Schöllnach in Landkreis Deggendorf, en daar geldt het niet.

Vraag het dus na bij het adres zelf voor je ervan uitgaat, want een gastenkaart krijg je overal, gratis vervoer niet.

Wandelen: het net en de lange routes

Wandelen is hier de hoofdactiviteit, en het net is beter bewegwijzerd dan je in Nederland gewend bent.

In het nationale park: ruim driehonderd kilometer gemarkeerd pad, met borden bij elke splitsing en met symbolen die per route verschillen. De startpunten hebben parkeerplaatsen en de meeste zijn ook met de bus bereikbaar.

De lange route: de Goldsteig loopt van Marktredwitz naar Passau over ruim zeshonderd kilometer, in twee varianten. De noordelijke gaat over de kammen en is zwaarder, de zuidelijke loopt lager door de dalen. Je hoeft hem niet in zijn geheel te doen; veel mensen lopen er een paar etappes van als dagtochten en gebruiken de bus voor de terugweg.

Andere bekende routes zijn de Gläserner Steig en de Pandurensteig, allebei dwars door dit gebied.

Wat de moeilijkheid is: de hoogteverschillen zijn bescheiden, maar de paden zijn vaak rotsig, wortelig en na regen glad. Dit is geen gebied voor sneakers.

Wat je meeneemt: een regenjas, altijd. Met dertien tot vijftien regendagen per zomermaand is de kans dat je een dag nat wordt gewoon groot.

Wat er voor korte benen is: bij de bezoekerscentra liggen vlakke rondjes van een tot drie kilometer over houten vlonderpaden, ook met een kinderwagen te doen.

Winter, en wat je er realistisch van mag verwachten

De winter is hier een volwaardig seizoen, maar het is niet de Alpen en dat moet je weten voor je boekt.

Wat er is: kleine skigebieden bij de Arber, Sankt Englmar, de Geisskopf bij Bischofsmais en Mitterdorf bij Philippsreut. Reken op een handvol liften per gebied en pistes van hooguit een paar kilometer.

Waar het gebied wel in uitblinkt: langlaufen. Er ligt een uitgebreid net van loipes over de hoogvlaktes, veel ervan geprepareerd en vrij toegankelijk. Voor wie dat wil leren, is dit een van de betaalbaarste plekken van Europa.

Wat verder goed werkt: rodelen, winterwandelen over geprepareerde paden, en sneeuwschoenwandelen.

De eerlijke beperking: sneeuwzekerheid hangt sterk van de hoogte af. Boven de duizend meter ligt bijna elke winter iets, maar de dorpen op vijfhonderd tot zeshonderd meter kunnen in een zachte winter groen blijven. Kijk dus naar de hoogte van je adres en niet alleen naar de foto's.

Wat het voordeel is: een vakantiepark met binnenbad en sauna is in dit klimaat geen bijzaak. In een week met drie grijze dagen is dat het verschil tussen een goede en een lange vakantie.

En de kerstmarkten van Passau, Regensburg en de dorpen eromheen liggen allemaal op rijafstand.

Glas: de reden dat hier dorpen staan

Er is een reden waarom er midden in dit bos eeuwenlang mensen woonden, en die reden is glas.

Wat de grondstof was: kwartszand uit de bodem, kalk, en vooral hout. Een glasoven vrat brandstof, en hier stond het bos er letterlijk omheen. Vanaf de middeleeuwen ontstonden daarom overal in het gebergte glashutten, vaak op plekken waar verder niets was.

Wat ervan over is: de Glasstrasse, een toeristische route van ongeveer tweehonderdvijftig kilometer van Neustadt an der Waldnaab naar Passau, langs hutten, musea en werkplaatsen.

Waar je moet zijn: Frauenau heeft het glasmuseum dat de hele geschiedenis behandelt. In Zwiesel en Bodenmais kun je glasblazers aan het werk zien, en op sommige plekken mag je zelf blazen.

Wat je eerlijk moet weten: een deel van wat zich glashut noemt, is inmiddels vooral winkel. Vraag na of er die dag ook echt geblazen wordt, anders sta je in een servieszaak.

Wat het wel oplevert: op een regendag is dit het beste binnenprogramma van het gebied, en dat zijn er hier nogal wat.

Andere binnenopties: de bezoekerscentra van het nationale park, de thermen bij Bad Füssing en Bad Griesbach ten zuiden van Passau, en de stad Passau zelf, waar de Donau, de Inn en de Ilz samenkomen en waar een van de grootste domorgels ter wereld staat.

Praktisch, en de eerlijke nadelen

De rit: vanuit Nederland is het ongeveer achtenhalf uur rijden, achthonderd tot negenhonderd kilometer, via Keulen, Frankfurt, Neurenberg en Regensburg. Voor Duitsland heb je geen vignet nodig; kies je de route door Oostenrijk, dan wel.

Wat je onderweg moet weten: de A3 bij Neurenberg en Regensburg is berucht om files op vrijdag en zaterdag. Vertrek vroeg of rij op een doordeweekse dag.

Wat je ter plaatse nodig hebt: contant geld. In deze streek nemen kleinere Gasthöfe en berghutten lang niet allemaal een pinpas aan.

Waar je op let bij het boeken: de hoogte van het adres, of het zwembad open is in jouw periode, of het GUTi geldt, en of er een Ruhetag is bij het enige restaurant in het dorp. Dat laatste klinkt als een detail tot je op maandagavond voor een gesloten deur staat.

Wat de eerlijke nadelen zijn: het regent veel, ook in de zomer, met dertien tot vijftien regendagen in juli en augustus. Er is geen zwemwater van betekenis. De zomertemperatuur blijft rond de tweeëntwintig graden steken. Het is ver rijden voor een middelgebergte. En op de hoogste ruggen kijk je tegen dode bomen aan, wat niet iedereen mooi vindt.

Wat daar tegenover staat: je krijgt hier meer huis voor je geld dan in vrijwel elke andere Duitse vakantiestreek, je wandelt in het oudste nationale park van het land, je hebt lynxen en wolven om de hoek, en er is een gratis busnet dat autoloos rondkomen echt mogelijk maakt. Voor een vakantie met wandelen, rust en een binnenbad voor de natte dagen is dat een eerlijke ruil.

Samengesteld uit ons actuele woningaanbod, OpenStreetMap, Wikipedia en Wikivoyage (CC BY-SA) en Open-Meteo-klimaatdata.

Veelgestelde vragen over Beierse Woud

Welke dorpen zijn populair voor een vakantiehuis in het Beierse Woud?

Het Beierse Woud, een uitgestrekt natuurgebied in het zuidoosten van Duitsland, biedt een scala aan populaire dorpen die ideaal zijn voor een verblijf in een vakantiehuis. Een van de meest bezochte dorpen is Bodenmais, bekend om zijn glasblazerijen en het nabijgelegen Silberberg-mijnmuseum. Dit charmante dorp is ook een uitstekend startpunt voor wandelingen naar de top van de Silberberg, waar je kunt genieten van panoramische uitzichten over de uitgestrekte bossen.

Een ander geliefd dorp is Zwiesel, dat wordt omringd door een netwerk van wandel- en fietspaden. Hier kunnen bezoekers de unieke glasroute volgen, die langs diverse glasfabrieken en -winkels voert. Verder is het Nationaal Park Beierse Woud gemakkelijk te bereiken vanuit Zwiesel, waar je de ongerepte natuur kunt verkennen en wilde dieren in hun natuurlijke habitat kunt observeren.

Het pittoreske dorpje Bayerisch Eisenstein is een must-visit voor treinliefhebbers vanwege het historische treinstation dat de grens met Tsjechië overspant. Dit dorp biedt toegang tot de Großer Arber, de hoogste berg van het Beierse Woud, perfect voor zowel zomer- als winteractiviteiten zoals skiën.

Voor wie op zoek is naar ontspanning, is het dorpje Grafenau een ideale keuze. Het is de thuisbasis van het oudste nationale park van Duitsland en biedt tal van wellnessfaciliteiten om tot rust te komen. De nabijgelegen Ilz, een van de laatste wilde rivieren van Europa, is perfect voor kano- en kajaktochten.

Als je geïnteresseerd bent in het boeken van een vakantiehuis met zwembad in het Beierse Woud, overweeg dan een verblijf in een vakantiehuis met zwembad op Beierse Woud, waar je kunt genieten van comfort en natuurpracht.

Zijn er accommodaties beschikbaar in of aan de rand van het nationale park?

Het Beierse Woud biedt een scala aan accommodaties zowel binnen als aan de rand van het nationale park. Dit gebied staat bekend om zijn indrukwekkende natuur en diverse activiteiten zoals wandelen, fietsen en skiën. Langs de Goldsteig-wandelroute, die door het hart van het park loopt, vind je verschillende vakantiehuizen en chalets die een perfect uitgangspunt vormen voor een actieve vakantie.

Voor natuurliefhebbers zijn er hutten beschikbaar met uitzicht op de uitgestrekte bossen en bergen. Een van de meest populaire gebieden is de omgeving rond de Großer Arber, waar je naast wandelen ook kunt genieten van wintersportmogelijkheden. Met accommodaties die voorzien zijn van een open haard, kun je na een dag vol avontuur heerlijk opwarmen en tot rust komen.

Families met kinderen kunnen verblijven in vakantiehuizen met een eigen speeltuin, ideaal voor de kleintjes om zich uit te leven. Als je op zoek bent naar meer luxe, zijn er villa's met een eigen sauna en zwembad, perfect voor een ontspannende vakantie. Deze accommodaties bieden niet alleen comfort, maar liggen ook strategisch dicht bij bezienswaardigheden zoals het Baumwipfelpfad, een pad dat door de boomtoppen slingert en een spectaculair uitzicht biedt over het Beierse Woud.

Voor een vakantie die natuur en comfort combineert, kun je kiezen voor een vakantiehuis met zwembad op Beierse Woud.

Wat zijn populaire natuuractiviteiten in deze regio?

Het Beierse Woud is een paradijs voor natuurliefhebbers en biedt een scala aan activiteiten die je onderdompelen in de ongerepte schoonheid van de regio. Een van de meest populaire activiteiten is wandelen, met honderden kilometers aan goed gemarkeerde paden die je meenemen door dichte bossen en langs kristalheldere beekjes. De Goldsteig-route, een van de langste wandelroutes van Duitsland, biedt spectaculaire uitzichten op de bergen en is een must voor ervaren wandelaars.

Voor fietsers zijn er tal van uitdagende mountainbikeroutes, zoals de Trans Bayerwald, die je door schilderachtige dorpen en glooiende heuvels leidt. Daarnaast kun je in het Nationaal Park Beierse Woud deelnemen aan begeleide wildobservatietochten, waar je de kans krijgt om dieren zoals edelherten, lynxen en zelfs Europese bizons in hun natuurlijke habitat te zien.

In de winter transformeert het Beierse Woud in een wintersportparadijs met mogelijkheden voor skiën, snowboarden en langlaufen. Het skigebied Großer Arber biedt verschillende pistes voor zowel beginners als gevorderden. Na een actieve dag in de buitenlucht is er niets beter dan te ontspannen in een traditionele Beierse sauna, die je in veel accommodaties in de regio vindt.

Voor een onvergetelijke ervaring kun je ook kiezen voor een vakantiehuis met zwembad op Beierse Woud, waar je na een dag vol avonturen heerlijk tot rust kunt komen.

Kan ik hier goed wandelen en fietsen vanuit het vakantieverblijf?

Het Beierse Woud is een uitstekende bestemming voor zowel wandelaars als fietsers die de natuur willen ontdekken. Met meer dan 1.300 kilometer aan wandelpaden biedt het gebied routes voor alle niveaus, van ontspannen wandelingen door dichte bossen tot uitdagende bergtochten naar toppen zoals de Großer Arber. Voor fietsliefhebbers zijn er tal van mogelijkheden, waaronder de Donau-Regen fietsroute, die je langs schilderachtige rivieren en charmante dorpen voert.

De regio herbergt ook het Nationaal Park Beierse Woud, het oudste nationale park van Duitsland, waar je wilde dieren zoals lynxen en adelaars kunt spotten tijdens je wandelingen. In het park zijn er speciale themapaden zoals het Buchenpfad en het Wurzelweg, die je kennis laten maken met de unieke flora en fauna van het gebied.

Voor degenen die liever op twee wielen de omgeving verkennen, zijn er mountainbikeroutes zoals de Trans Bayerwald. Deze route biedt adembenemende uitzichten en uitdagende paden door dichte bossen en open velden. Als je geen fiets mee wilt nemen, zijn er tal van verhuurpunten in de buurt van je vakantieverblijf.

Na een dag vol avontuur kun je ontspannen in je vakantiehuis, wellicht uitgerust met een zwembad of sauna om volledig tot rust te komen. Bekijk de mogelijkheden voor een vakantiehuis met zwembad op Beierse Woud voor een onvergetelijke vakantie-ervaring.

vakantiehuis met zwembad op Beierse Woud

Zijn er kindvriendelijke recreatieparken of losstaande huisjes?

Het Beierse Woud is een ideale bestemming voor gezinnen die op zoek zijn naar kindvriendelijke recreatieparken of losstaande huisjes. In het nationale park kunnen kinderen genieten van avontuurlijke wandelroutes zoals het Baumwipfelpfad, een spectaculaire boomtoppenwandeling met een adembenemend uitzicht. Voor een educatieve ervaring is het Haus zur Wildnis een must, waar kinderen alles leren over de flora en fauna van het gebied.

Naast natuur biedt het Beierse Woud ook recreatieparken zoals Pullman City, een westernstad waar kinderen zich kunnen verkleden als cowboys en indianen. Dichtbij bevinden zich ook huisjes die perfect zijn voor gezinnen, met voorzieningen zoals een eigen speeltuin en toegang tot wandel- en fietspaden.

Voor een ontspannende familievakantie kun je kiezen voor een vakantiehuis met een zwembad en een tuin, zodat de kinderen kunnen spelen terwijl de ouders ontspannen. De regio biedt ook accommodaties met een BBQ-area, ideaal voor gezellige familiediners in de buitenlucht.

In de wintermaanden is het Beierse Woud een populaire bestemming voor skiën en sleeën, met kindvriendelijke pistes en ski-scholen. Een verblijf in een chalet met een open haard zorgt voor een gezellige afsluiting van een actieve dag buiten.

Of je nu kiest voor een recreatiepark met uitgebreide faciliteiten of een losstaand vakantiehuis, het Beierse Woud heeft alles in huis voor een onvergetelijke familievakantie. Ontdek de mogelijkheden voor een vakantiehuis met zwembad op Beierse Woud en geniet van al het moois dat deze regio te bieden heeft.