Foto: Konrad W / Pexels
De rug die de zuidelijke Peloponnesos in tweeën deelt, heeft een hoogste top van 2.404 meter en ligt op nog geen dertig kilometer van zee. Dat maakt een dag mogelijk waarin u 's ochtends op kaal kalksteen staat en 's middags zwemt.
Het betekent ook stevige hoogteverschillen. Dit artikel behandelt de bergroutes en de wandelingen langs de antieke plaatsen, met looptijden, entreeprijzen en de seizoenen waarin het wel en niet kan.
De klim naar de hoogste top vraagt een hele dag
Vanaf het dorp aan de oostkant klimt een pad naar een berghut op ongeveer 1.550 meter en van daar door naar de top. Heen en terug is dat acht tot tien uur met ruim 1.500 hoogtemeters.
Overnachten in de hut kost 15 tot 25 euro en is alleen in het seizoen mogelijk; reserveren gaat via de bergsportvereniging. Boven de boomgrens is er geen water en geen schaduw. Let op: van juni tot september geldt bij hoog brandgevaar een verbod om bosgebieden in te gaan, en dat wordt gehandhaafd met boetes.
Over de bergkam liep vroeger de weg naar de kust
Foto: Yasin Onuş / Pexels
Tussen het kustdorp in het westen en de vlakte in het oosten loopt een oud pad van kalderimi, met vlakke stenen geplaveide muilezelwegen die eeuwenlang de verbinding vormden. Delen ervan zijn hersteld.
De doorgaande tocht is 25 tot 30 kilometer en wordt in twee dagen gelopen; kortere lussen van 8 tot 12 kilometer vertrekken vanuit de dorpen. Wandelen kost niets. In het voorjaar staan de kloven vol water en zijn de doorwaadplaatsen soms onbegaanbaar; kijk dat na voordat u vertrekt.
De Byzantijnse stad op de helling telt 250 hoogtemeters
Tegen de flank van de bergketen ligt een verlaten stad uit de dertiende tot vijftiende eeuw, met kerken, paleizen en straten die nog overeind staan, sinds 1989 werelderfgoed. Het terrein loopt over ongeveer 250 hoogtemeters op.
Entree kost rond de 12 euro en het terrein is dagelijks open, in de zomer van acht tot acht en in de winter korter. Er zijn twee ingangen: begin bij de bovenste en loop naar beneden, dan scheelt dat de klim. Reken op drie uur en neem water mee, want binnen is er geen kraan.
De grootste opgraving van de streek is de stilste
Foto: Vassilis St / Pexels
In het westen ligt een antieke stad uit 369 voor Christus met een stadion, een theater en een stadsmuur die oorspronkelijk negen kilometer lang was. Er komen aanzienlijk minder bezoekers dan bij de bekendere plaatsen.
Entree kost rond de 10 euro en het terrein is dagelijks open. Reken op twee tot drie uur; de afstanden binnen de opgraving zijn groot, dus dit is zelf al een wandeling van enkele kilometers. Ga in de ochtend: er staat vrijwel geen schaduw op het terrein.
Het theater met de akoestiek ligt in het noordoosten
Het volgens archeologen best bewaarde theater van de Griekse oudheid, uit de vierde eeuw voor Christus, telt ongeveer veertienduizend plaatsen en heeft een akoestiek waarbij een fluistering op de vloer tot op de bovenste rij hoorbaar is.
Entree kost rond de 12 euro en het is dagelijks open. In juli en augustus worden er 's avonds klassieke stukken opgevoerd; kaarten beginnen rond de 20 euro. Op de heenweg passeert u de vestingheuvel uit de bronstijd met de bekende poort; een combinatiekaart voor beide bestaat niet, u betaalt apart.
De rotsstad in het zuidoosten heeft één toegangsweg
Op een rots van 300 meter hoog, met een dam als enige verbinding met het vasteland, ligt een middeleeuwse stad. De benedenstad is bewoond, de bovenstad is ruïne met een kerk uit de twaalfde eeuw.
De klim naar boven is twintig minuten over een gekasseid pad en gratis. Auto's blijven buiten de poort; bagage gaat op een steekwagen of met een pendelbus. Reken op een halve dag. Ga niet midden op de dag: op het kale rotsplateau loopt het in juli en augustus op naar 35 graden.
De kust in het zuiden heeft torenhuizen en kloven
Het schiereiland ten zuiden van de bergketen staat vol stenen woontorens, gebouwd door families die elkaar eeuwenlang bevochten. Vanaf de kustdorpen lopen paden een kloof in die tot ver in de bergen doorgaat.
Wandelen kost niets en de kortere routes zijn 6 tot 10 kilometer. Dit is de streek waar u het meest onafhankelijk bent van entreekaarten en openingstijden. Er is weinig openbaar vervoer, dus u heeft een auto nodig; de kustweg is smal en bochtig, met vijftig kilometer per uur als realistisch gemiddelde.
Praktisch
Vanuit Nederland vliegt u in ongeveer drie uur op Athene of Kalamata; vanaf Athene rijdt u in twee tot vier uur, afhankelijk van de hoek. Griekenland betaalt met de euro en op de snelwegen geldt tol.
April, mei, september en oktober zijn de beste maanden om te wandelen, met 18 tot 27 graden. In juli en augustus is het 33 tot 38 graden en zijn de opgravingen in de middag afgeraden. In de winter ligt er sneeuw op de bergkam en zijn de hoge paden onbegaanbaar zonder uitrusting.