Karinthië heeft er meer dan tweehonderd, maar de meeste bezoekers komen voor drie: de Wörthersee bij Klagenfurt, de kleinere Faaker See bij Villach en de Millstätter See in het noorden. Ze liggen binnen een uur rijden van elkaar en verschillen in temperatuur, drukte en toegang.
Dit artikel zet die verschillen op een rij, inclusief wat het kost om er daadwerkelijk in te komen. Voor de bergen erbij: de Gerlitzen boven de Ossiacher See en de Dobratsch bij Villach hebben beide een weg of kabelbaan naar boven.
De Wörthersee is de grootste en de warmste
Foto: Nikolett Emmert / Pexels
Met ongeveer 19 vierkante kilometer en een lengte van ruim 16 kilometer is dit het grootste meer van de deelstaat. Het is bovendien uitzonderlijk warm voor een alpenmeer: in juli en augustus haalt het water 24 tot 26 graden, wat het zwemseizoen tot in september rekt.
Aan de oostkant ligt Klagenfurt, waar bij het meer het miniatuurpark Minimundus staat, aan de westkant Velden, en daartussen op een landtong het kerkje van Maria Wörth met Pörtschach aan de noordoever. Daartussen staan langs de zuidoever villa's uit de negentiende eeuw, toen de spoorlijn de Weense bovenlaag hierheen bracht. Rondom rijdt een fietsroute van ongeveer 50 kilometer, deels over de openbare weg.
De oever is grotendeels privébezit, en dat merk je
Let op: je kunt hier niet zomaar overal het water in. Volgens de plaatselijke toeristendienst is meer dan de helft van de ruim 40 kilometer oever bebouwd met hotels, villa's en jachthavens, en zwemmen doe je in een Strandbad: een omheind badterrein met ligweide, steiger en kleedhokjes, doorgaans open van mei tot september.
Entree kost 4 tot 8 euro per persoon per dag, kinderen minder, en er zijn dag- en seizoenkaarten. Vrij toegankelijke plekken bestaan, maar zijn schaars en 's zomers vol. Wie een vakantiewoning boekt, kijkt dus niet alleen naar de afstand tot het meer maar ook naar of er een badterrein bij hoort.
De uitkijktoren boven het meer is van hout
Foto: Dominik Jbstl / Pexels
Op een heuvel aan de zuidoever staat de Pyramidenkogel, een toren van ongeveer 100 meter die in 2013 werd geopend en als hoogste houten uitkijktoren ter wereld geldt. Van boven kijk je over het hele meer en bij helder weer tot in de Karawanken.
Entree kost rond de 14 euro. Naar beneden kan met de lift, met de trap of via een glijbaan van ongeveer 120 meter die door de toren naar beneden draait; dat laatste is het snelst. De toren is doorgaans van de ochtend tot in de avond open, met langere tijden in de zomer.
De Faaker See is klein, turkoois en ondiep
Foto: Maximilian Robitsch / Pexels
Ten zuiden van Villach ligt een meer van ongeveer 2,2 vierkante kilometer, met een opvallend turkooizen kleur die door kalkdeeltjes in het water ontstaat. Het is ondiep, waardoor het snel opwarmt en in de zomer bij de warmste wateren van het gebied hoort.
Er ligt een eiland in het midden en aan de zuidkant kijk je recht op de Mittagskogel van 2.145 meter. Ook hier loopt de toegang via badterreinen. Aan de noordkant van het meer zit de Affenberg, waar een paar honderd Japanse makaken vrij in een bos leven en je met een gids tussen ze doorloopt; entree rond de 15 euro. Het meer is klein genoeg om in een uur of twee omheen te fietsen, en dat is de aardigste manier om het te zien.
Eind augustus staat het hier vol motoren
Rond de Faaker See wordt sinds 1998 jaarlijks in de laatste week van augustus of de eerste van september een groot motortreffen gehouden, met tienduizenden bezoekers en zwaar bezette wegen over een gebied van tientallen kilometers. Voor wie daarvoor komt is het het hoogtepunt van het jaar.
Wie rust zoekt, plant er juist omheen: accommodaties zijn die week maanden vooruit volgeboekt en aanzienlijk duurder, en het geluid draagt over het water tot ver in de dorpen. Controleer de datum voordat je boekt; hij verschuift per jaar.
De Millstätter See is de diepste
Dit meer in het noorden van de deelstaat is met ruim 13 vierkante kilometer het tweede in grootte, maar met een diepte tot ongeveer 140 meter veruit het diepste van Karinthië. Daardoor warmt het langzamer op en blijft het water met 22 tot 24 graden iets frisser dan de andere twee.
De noordoever ligt op het zuiden en vangt de meeste zon; daar liggen de dorpen en de badterreinen. De zuidoever is steil, beboscht en vrijwel onbebouwd, met wandelpaden hoog boven het water. Voor wie combinatie van zwemmen en wandelen zoekt, is dit het meest geschikte van de drie.
Boven het meer staat een abdij uit de elfde eeuw
In het dorp Millstatt staat een voormalige benedictijnenabdij die rond 1070 werd gesticht, met een romaanse kruisgang en zuilen waarvan de koppen met gezichten en dieren zijn versierd. De kruisgang is vrij toegankelijk en er zit een museum bij voor een paar euro.
Bij Villach staat daarnaast op de Burgruine Landskron een roofvogelcentrum met vluchtdemonstraties. Vanaf het dorp Millstatt lopen paden de helling op naar uitzichtpunten op 200 tot 600 meter boven het water, met stijgingen die in een uur tot een halve dag te doen zijn. In juli en augustus is dat het beste alternatief voor een middag op een vol badterrein.
Praktisch
Karinthië ligt op ongeveer negen tot tien uur rijden vanuit Nederland, via Duitsland en de Tauern-route; voor de Oostenrijkse snelwegen heb je een vignet nodig vanaf ongeveer 12 euro voor tien dagen, en op de Tauern-tunnel geldt daarnaast tol. Oostenrijk betaalt met de euro.
Juni tot begin september is het zwemseizoen; in mei is het water met 16 tot 18 graden nog fris. De regio geeft een gastenkaart uit die bij veel accommodaties inbegrepen is en toegang tot kabelbanen, musea en een deel van de badterreinen geeft; vraag ernaar bij het boeken, want dat scheelt per dag makkelijk 20 euro.