Home Schotland Edinburgh Wandelen door de Old Town, Arthur’s Seat en langs het water
Bestemming 12 min lezen

Wandelen door de Old Town, Arthur’s Seat en langs het water

Jorrit Drenth
Jorrit Drenth Redacteur · 15 juli 2025

Edinburgh wandelt van Old Town via vulkaan naar water

Edinburgh is een wandelstad met drie registers: de middeleeuwse Old Town met haar steegjes, de vulkaanheuvels middenin en de waterkanten van rivierdal tot strand. Prijzen in ponden; reken grofweg 1,15 euro voor een pond, en reken weinig, want vrijwel elke route hier is gratis. Dit artikel zet de mooiste wandelingen op een rij, van kasseien tot zeezicht.

De Old Town-wandeling duikt de steegjes in

De basisroute volgt de Royal Mile, 1,81 kilometer van kasteel naar paleis, maar het geheim zit haaks erop: de closes en wynds, tientallen steegjes met namen als verhalen, die naar binnenhoven, begraafplaatsen en trappen vol uitzicht leiden. Reken op twee uur voor de Mile mét minstens vijf zijsprongen. De klassieke stops: het uitzichtsteegje boven de Nieuwe Stad, de begraafplaats van Greyfriars met het beroemde hondje bij de poort en de Victoria Street die als geschilderde boog naar de Grassmarket buigt. Vroeg beginnen loont; om 9.00 uur zijn de kasseien nog van de bewoners en de meeuwen.

Arthur's Seat is de wandeling die een bergdag voelt

De vulkaanklim is de koningsroute: vanaf het paleis van Holyroodhouse in drie kwartier tot een uur naar de top van 251 meter, over graspaden en rotsstukken, met de stad steeds dieper onder u. De route is gratis en het panorama beslaat stad, zee-arm en heuvels tot ver in Fife. De mildere variant volgt de Salisbury Crags, de richel onder de top, in een half uur vlak met het halve uitzicht. Houd er rekening mee dat de wind boven serieus staat en de paden na regen glad zijn; stevige schoenen en een windjack maken het verschil tussen bergdag en beproeving.

Het Water of Leith is de groene onderstroom

De verrassendste route is het rivierpad van het Water of Leith: een groen lint dat de stad van zuidwest naar noordoost onderdoor snijdt, langs watermolens, reigers en het schilderachtige Dean Village, waar de oude molenhuizen als decor boven het water hangen. Het klassieke deel loopt van Dean Village naar de haven van Leith, zo'n 5 kilometer vlak en grotendeels autovrij, met de galeriehalte van de moderne kunst als tussenstop, gratis. Eindig in Leith met haar dokken en eetzaken; de wijk is van havenrauw naar culinair gekanteld en de vismaaltijd kost er 15 tot 25 pond.

Calton Hill en de Nieuwe Stad zijn de elegante lus

De tweede heuvel is de makkelijkste: Calton Hill, tien minuten klimmen vanaf de oostkant van de Mile, met de monumentenverzameling, het onvoltooide parthenon van de stad, en het beroemdste avondzicht op kasteel en klok­toren, gratis en om elke zonsondergang opnieuw druk. Daaronder ligt de Nieuwe Stad, de georgiaanse stadsuitbreiding uit de achttiende eeuw: rechte straten, deftige pleinen en de private tuinen waar de hekken omheen het verhaal vertellen. De lus heuvel-Nieuwe Stad-terug kost anderhalf uur en toont het tweede gezicht van de stad; ordelijk waar de Old Town wild is.

Portobello geeft de stad een strand

De verste wandeling eindigt aan zee: Portobello, het badplaatsje van Edinburgh, met drie kilometer zand, victoriaanse boogpromenade en zwemmers die het hele jaar de Noordzee in stappen. De bus rijdt er in een half uur heen; wandelaars nemen het kustpad vanaf de haven van Leith. Het ritueel is Schots eenvoudig: strandwandeling, fish and chips uit het papier voor 8 tot 12 pond en een ijsje tegen de zeewind in. Op zomerdagen speelt half Edinburgh hier; in de winter horen strand en horizon aan de wandelaars met mutsen, en dat is de mooiste versie.

Praktisch voor stadswandelaars

De uitrusting is Schots: waterdichte jas, lagen en zolen met grip voor kasseien en graspaden. Alle routes zijn gratis; alleen de bus- en tramritten naar de randen kosten volgens de vervoerder zo'n 2 pond per rit, ruim 2 euro, contactloos te betalen. De platteland-regel geldt ook hier: het weer wisselt per uur, dus plan per dagdeel en houd een museum als schuilkaart. Wie de vier routes uit dit artikel loopt, samen zo'n 15 kilometer, heeft de stad in twee dagen gezien zoals bewoners haar kennen; de zere kuiten van de heuvels horen bij het certificaat.

Wanneer u gaat

Mei, juni en september zijn de wandelmaanden: 14 tot 19 graden, licht tot laat en de heuvels groen. Juni geeft avonden tot na 22.00 uur; de zonsopkomst op Arthur's Seat valt dan vroeg voor doorzetters. Augustus wandelt ook, maar deelt de routes met festivalpubliek; de vroege ochtend is dan het venster. De winter maakt de wandelingen kort en dramatisch: laaghangend licht, storm op Portobello en de Old Town in mist; met de juiste jas is dat geen mindere versie, alleen een Schotsere.
Jorrit Drenth
Over de auteur
Jorrit Drenth

Redacteur bij Vakantiewoningen.nl.

Alle artikelen van Jorrit Drenth →
Bij dit artikel

Drie huizen uit ons aanbod

Direct boekbaar, zonder verborgen kosten.

Lees ook

Meer uit het magazine