Foto: Susan Flynn / Unsplash
De hoogste top van de Alpen, 4.806 meter, wordt in reisteksten geregeld als wandeldoel genoemd. Dat klopt niet: volgens de bergredding is het een gletsjertocht met stijgijzers, touw en een gids, waarvoor je moet acclimatiseren en waarvoor op de Goûter-route een verplichte reservering in de Refuge du Goûter geldt die wordt gecontroleerd.
Wat wél kan, is de Tour du Mont Blanc om het massief heen. Dit artikel gaat over wat je in de zomer in deze bergen kunt doen, met prijzen, hoogtes en de eisen die erbij horen.
De rondwandeling om het massief duurt anderhalve week
De Tour du Mont Blanc loopt over ongeveer 170 kilometer door Frankrijk, Italië en Zwitserland, met bij elkaar rond de 10.000 hoogtemeters; Chamonix in de Haute-Savoie is het gangbare begin- en eindpunt. De gangbare indeling is tien tot elf dagen, met overnachtingen in berghutten en dorpen.
Een hut met halfpension kost 60 tot 80 euro per persoon en is in juli en augustus maanden vooruit volgeboekt; zonder reservering sta je voor een dichte deur. Wie minder tijd heeft, doet drie of vier etappes en gebruikt bussen en kabelbanen voor de rest. Het seizoen loopt van eind juni tot half september.
Met de Aiguille du Midi kom je zonder klimmen op 3.800 meter
Vanuit Chamonix gaat de kabelbaan in twee secties naar de Aiguille du Midi op 3.842 meter, met een uitzichtterras en de glazen kubus Pas dans le Vide boven de afgrond. Een retour kost rond de 75 euro. Aan de andere kant van het dal brengt de Planpraz-kabelbaan je naar de Brévent, met het klassieke uitzicht op de Mont Blanc en aanzienlijk minder hoogteproblemen.
Let op: van het dal naar bijna vier kilometer hoogte in twintig minuten is een sprong die je lichaam niet opvangt. Hoofdpijn en duizeligheid komen regelmatig voor. Blijf boven rustig, blijf niet langer dan een uur en ga naar beneden bij klachten. Het is er ook in augustus rond het vriespunt.
Mountainbiken gebeurt met de skiliften
In skidorpen als Les Deux Alpes, Alpe d'Huez en Les Gets draaien in de zomer de stoeltjesliften en gondels door voor fietsers, met afdalingen van 1.000 tot 1.500 hoogtemeters en netwerken van tientallen kilometers; in Les Deux Alpes brengt de Jandri Express je tot boven de 3.200 meter. Een dagpas kost 25 tot 40 euro, materiaalhuur 40 tot 70 euro.
De gemarkeerde afdalingen hebben kleuren zoals skipistes. Begin op blauw, ook als je thuis regelmatig fietst: het gaat hier over lang, steil en steenachtig terrein. Bescherming voor rug, knieën en ellebogen is bij de verhuurders inbegrepen of tegen een kleine meerprijs te huur.
Een via ferrata is klimmen met vaste kabels
Foto: Allyson Beaucourt / Unsplash
Rond Briançon, in de Vallouise en bij La Chapelle-en-Valgaudemar zijn routes met staalkabels, treden en hangbruggen in de rots aangebracht. Je hangt met een tuigje aan de kabel en klimt zelf omhoog; klimervaring is niet vereist, hoogtevrees wel een probleem.
Uitrusting huur je voor 15 tot 25 euro per dag; met een gids kost een halve dag 60 tot 90 euro per persoon. De routes hebben moeilijkheidsgraden, en de makkelijkste zijn vanaf een jaar of tien geschikt. Doe de eerste keer een route met een gids: het gaat om de techniek van omhangen, en daar gaat het mis als je het zelf uitzoekt.
Raften kan vanaf ongeveer acht jaar
Op de Durance bij Embrun, de Isère bij Bourg-Saint-Maurice en de Drôme worden raftochten aangeboden van anderhalf tot drie uur, voor 35 tot 60 euro per persoon inclusief pak en helm. De rustigere trajecten zijn geschikt voor kinderen vanaf acht jaar, de wildere vanaf twaalf of veertien.
Het water komt van smeltende sneeuw en is ook in augustus 8 tot 12 graden. In juni staat het hoogst en zijn de tochten het pittigst; in augustus is het rustiger. Zwemmen moet je kunnen, en dat wordt bij het inschrijven gevraagd. Dezelfde aanbieders doen canyoning in de zijkloven, vanaf ongeveer twaalf jaar.
Het meer bij Annecy is warm genoeg om in te zwemmen
Het Lac d'Annecy van ongeveer 27 vierkante kilometer geldt als een van de schoonste van Europa en haalt in juli en augustus 22 tot 24 graden; het Lac Léman ligt een uur noordelijker voor wie meer ruimte wil. Er zijn openbare stranden, betaalde badterreinen en verhuur van zeilboten, kajaks en supboards.
Rond het meer loopt een fietspad van ongeveer 33 kilometer over een oude spoorlijn, vlak en verhard. Dat is met kinderen goed te doen. In het hoogseizoen is het er druk; ga vroeg voor een parkeerplaats bij de populaire stranden, of neem de fiets vanuit de stad.
In het zuiden ligt een kloof van 700 meter diep
In het zuidelijke deel van de Alpen heeft de Verdon zich tot 700 meter diep in de kalksteen gesneden, over een lengte van ongeveer 25 kilometer: de Gorges du Verdon. Het is een van de bekendste klimgebieden van Europa, met honderden routes in de wand.
Ook zonder te klimmen is het de moeite: het Sentier Blanc-Martel loopt door de kloof zelf, met tunnels en ladders, kost zes tot acht uur en vraagt een lamp. Op het Lac de Sainte-Croix eraan kun je kanoën en waterfietsen. Het ligt ongeveer drie uur ten zuiden van de hoge Alpen, dus dit is een aparte reis.
Praktisch
Genève is voor het noordelijke deel de dichtstbijzijnde luchthaven, op een uur van Chamonix; met de auto ben je vanuit Nederland negen tot elf uur onderweg. Het zuidelijke deel heeft met de Parc National des Écrins en de Parc National de la Vanoise twee nationale parken, met Pralognan-la-Vanoise en Termignon als ingangen. Op de Franse snelwegen geldt tol en de tunnel onder de Mont Blanc kost rond de 60 euro enkele reis.
Half juni tot half september is het zomerseizoen: dan draaien de kabelbanen, zijn de hutten open en zijn de hoge paden sneeuwvrij. In mei, juni en oktober liggen op hoogte nog of alweer sneeuwvelden en zijn veel voorzieningen dicht. Controleer per dag het weer: onweer in de middag is in de zomer normaal en op een graat gevaarlijk.