Manchester verken je per wijk, te voet en met de gele tram
Manchester is geen stad van losse bezienswaardigheden maar van wijken met elk een eigen toon: industrieel, alternatief, Italiaans, academisch. De afstanden zijn klein, het centrum is vlak, en de gele trams vangen alles op wat te ver loopt. Dit artikel loopt de wijken af met prijzen in ponden; reken grofweg 1,15 euro voor een pond.
Het vervoerssysteem eerst: inchecken met de contactloze bankpas is volgens de vervoerder het goedkoopst, met dagtarieven die vanzelf aftoppen op 2,70 pond voor het centrum tot 7,10 pond voor alle zones, omgerekend 3 tot 8 euro.
Begin in het hart, tussen bibliotheek en pleinen
De klassieke start is het stadhuiskwartier: het neogotische stadhuis, de ronde centrale bibliotheek en de winkelstraten eromheen liggen binnen een vierkante kilometer. De parel is de Rylands-bibliotheek aan Deansgate, gratis open van woensdag tot en met zondag van 10.00 tot 17.00 uur, waar de leeszaal als een kathedraal boven de straat hangt.
Loop vandaar naar het noorden en de eeuwen schuiven vanzelf: de middeleeuwse kathedraal, de voormalige graanbeurs en het nationale voetbalmuseum, zes verdiepingen en volgens het museum zelf gratis. Dit stuk is compact; reken op een halve dag inclusief koffiestops.
De Northern Quarter is het alternatieve hart
Ten oosten van de winkelstraten begint de Northern Quarter, de wijk van streetart, platenzaken en onafhankelijke winkels. Het anker is het oude warenhuis dat al sinds de jaren tachtig als alternatieve binnenmarkt draait, met tientallen stalletjes over meerdere verdiepingen en beroemde mozaïeken op de buitengevel; de toegang is gratis.
De streetart verandert per seizoen: de murals van festivals blijven vaak jaren hangen en de zijstraten rond Tib Street zijn het canvas. Let op het ritme van de wijk; voor 11.00 uur is het er stil en na een doordeweekse lunch loopt het vol, terwijl de zaterdagmiddag schuifelen wordt.
Ancoats en de kanalen zijn de nieuwe lieveling
Direct achter de Northern Quarter ligt Ancoats, ooit de eerste industriële voorstad ter wereld en nu de eetwijk van de stad: rond het centrale plein en de kanaalkades zitten bakkerijen, pizzeria's en bekroonde restaurants in de oude spinnerijen. Een maaltijd kost er doorgaans 12 tot 20 pond, omgerekend 14 tot 23 euro.
De gerestaureerde vleeshal uit 1858 op de grens van beide wijken is de makkelijkste kennismaking: onafhankelijke keukens rond lange tafels, zonder reserveren. Houd er rekening mee dat de populairste restaurants van Ancoats voor het weekend weken vooruit vol zitten; doordeweeks of aan de bar lukt vrijwel altijd.
Castlefield laat de oudste en de industriele stad samenvallen
Aan de zuidwestkant van het centrum ligt Castlefield, het openluchtmuseum van de stad: de Romeinen bouwden er in het jaar 79 hun fort, de industriële revolutie groef er haar eerste kanalen, en de spoorviaducten stapelen zich er drie hoog boven de woonboten. Alles is vrij toegankelijk.
De kades zijn nu terrasgebied, met het wetenschapsmuseum op loopafstand in de oudste stationsgebouwen ter wereld, uit 1830 en gratis. Dit is de beste wijk voor de gouden avond: de zon zakt er over het water en de bruggen, en de pubs aan het kanaal schenken tot laat.
Met de tram naar de Quays en de buitenwijken
De tram maakt de grotere sprongen: naar Salford Quays, de herbouwde havens met het oorlogsmuseum, de theaters en de tv-studio's, is het vanaf het centrum zo'n 20 minuten rijden. De moderne architectuur spiegelt er in de dokken en de musea zijn er gratis; de wijk is 's avonds stiller dan het centrum.
Zuidwaarts rijgt de tram de universiteitscampus en de curryhuizen van Rusholme aan elkaar, noordwaarts ligt het grote stadspark met herten en boerderij. De vuistregel voor de route: plan per dagdeel één wijk en laat de tram het huiswerk doen; overstappen is met de bankpas zonder nadenken.
Zo loopt u de stad in twee dagen rond
Dag één is het klassieke rondje: stadhuiskwartier en bibliotheek in de ochtend, kathedraal en voetbalmuseum rond het middaguur, en de middag en avond voor de Northern Quarter en Ancoats. Alles te voet, samen zo'n 6 kilometer, met de markthal als eet-anker.
Dag twee kiest een richting: Castlefield met het wetenschapsmuseum en de kades, of de tram naar de Quays, of een stadiontour als het voetbalhart trekt. Wie langer blijft, voegt de parken en een dagtocht toe. De stad beloont traag lopen; de mooiste details zitten boven de winkelpuien en onder de viaducten.
Wanneer u gaat
Wijken wandelen is hier een seizoensport: mei tot en met september geeft 15 tot 22 graden, lange avonden en de terraskades op hun best. De festivalzomer maakt de Northern Quarter en Castlefield extra levendig, en de parken vullen zich vanaf de eerste zonnige lentedag.
De winter verplaatst het wandelen naar binnen: markthallen, bibliotheek, musea en de overdekte passages, met de kerstmarkten van eind november tot en met december als lichtpunt. Regen is nooit ver weg; de wijkenwandelaar plant per halve dag en houdt een museum als schuiloptie achter de hand.