In Oppland staan de hoogste bergen van Noord-Europa
Deze streek in het binnenland van Noorwegen, sinds 2020 onderdeel van de provincie Innlandet, heeft geen fjorden en geen kust. Wat er wel is: de Galdhøpiggen van 2.469 meter, de hoogste top van Noord-Europa, en daaromheen tientallen andere toppen boven de tweeduizend.
Voor wandelaars is dit het hart van Noorwegen. Dit artikel behandelt de bergen, de meren en de dorpen, met looptijden en kosten in kronen.
Jotunheimen is het reuzenland
De naam betekent thuis van de reuzen, en volgens de parkbeheerders telt het gebied ruim 250 toppen boven de tweeduizend meter, meer dan waar ook in Noord-Europa. Het landschap is kaal en steenachtig, met gletsjers, blauwe meren en vrijwel geen bomen.
De Galdhøpiggen wordt vanaf Juvasshytta beklommen; die route gaat over een gletsjer en mag alleen met gids en touw, doorgaans voor 500 tot 800 kronen per persoon, ruwweg 45 tot 70 euro. Er is ook een langere route zonder gletsjer vanaf Spiterstulen, die zes tot acht uur duurt en geen gids vereist maar wel ervaring vraagt.
De Besseggen is de bekendste dagwandeling van het land
Deze bergkam loopt tussen twee meren die verschillend van kleur zijn: het Gjende beneden is groen door gletsjerslib, het Bessvatnet erboven diepblauw. Vanaf de kam ziet u ze naast elkaar liggen, met een hoogteverschil van ongeveer 400 meter ertussen.
De route telt ongeveer 14 kilometer en kost zes tot acht uur, met een klim van rond de 1.100 hoogtemeters en een stuk waar u met handen en voeten klautert. U begint met de boot over het Gjende, die rond de 250 kronen kost. Dit is minder geschikt voor beginners en voor jonge kinderen, en bij mist of ijzel wordt de route afgeraden.
Rondane was het eerste nationale park
Rondane kreeg in 1962 als eerste in Noorwegen de status van nationaal park en heeft een heel ander karakter dan Jotunheimen: ronde, kale toppen, brede hoogvlaktes en meer ruimte. Tien toppen komen er boven de tweeduizend meter uit.
Het is ook wildrendiergebied, met een van de laatste populaties in Europa. De paden zijn er minder steil en beter geschikt voor wie een lange dag wil lopen zonder klimwerk. Er staan bemande hutten van de wandelvereniging waar u kunt eten en slapen; reken op 500 tot 900 kronen per nacht met ontbijt.
De hutten maken meerdaagse tochten mogelijk
Verspreid over de bergen staan honderden hutten, van bemande lodges tot zelfbedieningshutten waar u met een sleutel binnenkomt, zelf kookt en achteraf betaalt. Ze liggen doorgaans op vier tot zeven uur lopen van elkaar.
Dat systeem maakt hier iets mogelijk wat elders zeldzaam is: dagenlang lopen zonder tent. Een lidmaatschap van de wandelvereniging levert korting op en is bij meerdere overnachtingen snel terugverdiend. Reserveer in juli en augustus vooruit, want de bekende hutten zitten dan vol.
De staafkerk van Lom staat er al ruim acht eeuwen
In Lom, aan de noordkant van Jotunheimen, staat een van de grootste bewaarde staafkerken van Noorwegen, gebouwd in de tweede helft van de 12e eeuw en in de 17e eeuw uitgebreid tot een kruisvorm. De constructie bestaat uit staande dennenstammen zonder spijkers in de dragende delen.
Entree ligt rond de 110 kronen. Het dorp eromheen is het knooppunt van de bergwegen en heeft een bekende bakkerij; het is de logische stop tussen de dalen door. Van hieruit vertrekken ook de tochten naar de Galdhøpiggen.
Lillehammer combineert sport en openluchtmuseum
Lillehammer telt ongeveer 30.000 inwoners en organiseerde in 1994 de Olympische Winterspelen. De schansen staan er nog en zijn te bezoeken; u kunt met een lift naar de top van de grote schans voor uitzicht over de stad en het meer.
Op de heuvel erachter ligt een openluchtmuseum met ruim tweehonderd verplaatste gebouwen uit vijf eeuwen, waaronder boerderijen met grasdaken en een staafkerk. Entree rond de 220 kronen. In de winter draaien de skigebieden in de omgeving, met dagpassen van rond de 500 kronen.
Het pelgrimspad loopt hier naar Trondheim
Door de streek loopt de Pilegrimsleden, het middeleeuwse pelgrimspad naar het graf van Olaf de Heilige in Trondheim. Het traject vanaf Oslo telt ruim 640 kilometer en gaat door dit gebied over oude paden, langs boerderijen en kerkjes.
U hoeft niet de hele route te lopen: er zijn etappes van 15 tot 25 kilometer met overnachtingsadressen langs het pad, en pelgrims kunnen een paspoort laten afstempelen. Het loopseizoen is ongeveer juni tot september; daarbuiten liggen delen onder de sneeuw.
Praktisch
Vanaf Oslo rijdt u in twee tot drie uur naar Lillehammer en in vier tot vijf uur naar de bergdorpen; er rijdt ook een trein naar Lillehammer in ruim twee uur. Vanuit Nederland is het met de auto en de veerboot ongeveer twee dagen. Noorwegen betaalt met kronen, ongeveer 11,5 kronen per euro, en vrijwel alles gaat per kaart.
Half juni tot half september is het wandelseizoen; daarvoor liggen de hoge paden nog onder sneeuw en zijn de hutten dicht. Neem in elk geval warme kleding en regenkleding mee, ook in juli: op tweeduizend meter kan het vriezen en het weer slaat er snel om. In de winter draait alles om ski's en langlaufen.