Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Zes bruggen overspannen de Douro bij Porto
Foto: Tiana / Pexels
Tussen Porto en Vila Nova de Gaia liggen zes bruggen over de Douro-rivier, gebouwd tussen 1877 en 2003, en over vier ervan kun je lopen. Het historische centrum met de wijk Ribeira staat volgens UNESCO sinds 1996 op de Werelderfgoedlijst, samen met de Serra do Pilar aan de overkant.
Dit artikel behandelt die bruggen en de kadewandelingen eronder, met looptijden, hoogtes en prijzen. Reken voor de hele reeks van west naar oost op een dag, want tussen de buitenste twee ligt ruim zes kilometer.
Over de Ponte Dom Luís I loop je op twee niveaus
Foto: Ali Akbar / Pexels
De Ponte Dom Luís I uit 1886 is ontworpen door de Belgische ingenieur Théophile Seyrig, die eerder met Gustave Eiffel aan de brug ernaast werkte. De boog van 172 meter was destijds de langste ijzeren boogoverspanning ter wereld. Over het bovendek, ruim 44 meter boven het water, rijdt de metro en lopen voetgangers; het onderste dek is voor auto's en voetgangers.
Lopen kost niets. Vanaf het bovendek kijk je over de daken van Ribeira en op de portkelders aan de overkant. Kom er vroeg of na zonsondergang, want tussen zes en negen 's avonds staat het er schouder aan schouder en is het met kinderen langs de lage reling onprettig. Vanaf de kade kom je omhoog met de kabelbaan Funicular dos Guindais voor rond de 4 euro, in twee minuten.
De twee spoorbruggen liggen naast elkaar
De Ponte Dona Maria Pia uit 1877 is de spoorbrug van Gustave Eiffel, met een boog van 160 meter die bij de opening de langste ter wereld was. Sinds 1991 rijden er geen treinen meer overheen en staat hij er als monument bij; je kunt hem niet op, alleen vanaf de oevers bekijken.
Zijn vervanger is de Ponte de São João uit 1991, ontworpen door Edgar Cardoso, met drie betonnen overspanningen waarvan de middelste 250 meter meet. Ook die is alleen voor treinen. De beste kijkplek op beide is de kade bij het Freixo-gebied of de overkant in Gaia; rekenen op een half uur lopen vanaf Ribeira is te weinig, het is drie kilometer stroomopwaarts.
Op de Ponte da Arrábida kun je de boog beklimmen
De Ponte da Arrábida uit 1963, eveneens van Edgar Cardoso, was met een boogoverspanning van 270 meter bij de opening de grootste betonnen boogbrug ter wereld. Het wegdek ligt ruim zestig meter boven de Douro en er liggen trottoirs aan weerszijden.
Sinds 2016 kun je met een gids over de boog zelf naar boven klimmen, aangelijnd aan een kabel; dat kost rond de 20 euro per persoon, duurt drie kwartier en gaat over 262 treden. Er geldt een minimumleeftijd en bij onweer gaat het niet door. Wie dat niet wil, loopt gratis over het trottoir of blijft beneden aan de kade, waar het ook het rustigst is.
De Ponte do Infante is de jongste in het centrum
Foto: Travel Photographer / Pexels
De Ponte do Infante uit 2003, genoemd naar Hendrik de Zeevaarder, ligt vlak naast de Maria Pia en heeft een betonnen boog van 280 meter, ontworpen onder leiding van ingenieur Adão da Fonseca. Hij nam het autoverkeer over van het bovendek van de Luís I, waar sindsdien de metro rijdt.
Lopen kost niets en er liggen brede trottoirs. De zesde brug, de Ponte do Freixo uit 1995, ligt het verst stroomopwaarts en is puur snelweg; daar heb je als wandelaar niets te zoeken. Vanaf het Infante-dek zie je de beide spoorbruggen in één blik, wat de beste plek is om te zien hoe de stad in ruim een eeuw over de rivier heen is gegroeid.
Langs de kade in Ribeira liggen de rabelo-boten
De kade van Ribeira is een aaneengesloten wandeling van ongeveer een kilometer onder de gevels door, met aan de overkant in Vila Nova de Gaia de portkelders. Aan beide oevers liggen rabelo-boten, de platte houten schepen waarmee de vaten vroeger de rivier af kwamen; die hebben nu een plek als decor.
Rondlopen is gratis, een rondvaart onder de zes bruggen door duurt vijftig minuten en kost 15 tot 20 euro, en een rondleiding met proeverij in een portkelder 15 tot 30 euro. Boven Gaia staat het Mosteiro da Serra do Pilar met zijn ronde klooster, het beste uitzichtpunt op de Luís I; er gaat ook een kabelbaan van de kade naar boven voor rond de 7 euro enkele reis. Let op dat de terrassen aan de kade van Ribeira een derde meer rekenen dan twee straten hogerop.
Miragaia en de tuinen van het Palácio de Cristal liggen hoger
Westelijk van Ribeira ligt Miragaia, een oude wijk van smalle straten met azulejos aan de gevels en de kerk van São Pedro de Miragaia. Vanaf de kade klim je er in tien minuten naartoe over trappen, en dat is een stevige klim.
Nog wat hoger liggen de Jardins do Palácio de Cristal, in de negentiende eeuw aangelegd door de Duitse tuinarchitect Émile David, met uitzichtterrassen over de Douro, de Capela de Carlos Alberto en pauwen die vrij rondlopen. Toegang is gratis en de tuinen zijn dagelijks open van acht uur tot zonsondergang. Het glazen paleis zelf is er niet meer; dat werd in 1951 gesloopt voor een ronde sporthal, iets wat veel bezoekers niet weten en waar ze dan naar zoeken.
De Douro-vallei begint honderd kilometer stroomopwaarts
De wijnstreek Alto Douro, sinds 2001 werelderfgoed, ligt niet bij de stad maar begint rond Peso da Régua, ongeveer honderd kilometer stroomopwaarts, met Pinhão nog twintig kilometer verder. Dat is een dagtocht, geen ommetje.
De trein vanaf station São Bento, waarvan de hal met twintigduizend tegels is bekleed, rijdt in tweeënhalf tot drie uur naar Pinhão voor rond de 15 euro, het laatste uur vlak langs het water. Een rondvaart of wijnproeverij in de vallei kost 20 tot 60 euro. Ga met de trein en niet met de auto, want de wegen zijn bochtig en proeven en rijden gaan slecht samen.
Praktisch
Vanuit Nederland vlieg je in ongeveer tweeënhalf uur op Porto; de metro brengt je in een half uur van de luchthaven naar het centrum voor rond de 2,50 euro. Portugal betaalt met de euro. De straten in het centrum zijn van gladde kasseien en lopen steil, dus schoenen met grip zijn hier geen overbodige luxe.
April tot juni en september tot oktober geven 18 tot 26 graden en zijn het aangenaamst om te lopen. In juli en augustus is het 25 tot 32 graden en staan de bruggen en de kade overdag vol. In de winter is het 8 tot 15 graden en regent het regelmatig; de kade is dan leeg en de portkelders zijn gewoon open.