Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Asturië is het Spanje waar het regent
Deze streek aan de noordkust krijgt volgens de Spaanse weerdienst jaarlijks ruim 1.000 millimeter neerslag, twee tot drie keer zoveel als het zuiden van het land. Dat verklaart alles: de weiden, de eikenbossen, de melkveehouderij en de kleur waar de streek naar genoemd is. Wie hier komt voor een strandvakantie in Spaanse stijl, komt bedrogen uit.
Wat er wel is: bergen van 2.600 meter op 20 kilometer van zee, appelcider, en grotten met tekeningen van 20.000 jaar oud.
De Picos de Europa waren het eerste nationale park
Het gebied werd in 1918 als eerste van Spanje tot nationaal park verklaard, aanvankelijk rond Covadonga. Het massief loopt op tot 2.650 meter en ligt op nog geen 20 kilometer van de kust, waardoor je vanaf de toppen bij helder weer de zee ziet.
Bekendste route is de Cares-kloof: een pad dat in de rotswand is uitgehakt, ongeveer 12 kilometer enkele reis, grotendeels vlak maar met steile afgronden ernaast. Reken op zes tot zeven uur heen en terug. Hoger liggen de meren van Covadonga, waar in de zomermaanden een verplichte pendelbus rijdt omdat de weg te smal is voor het aanbod.
Cider wordt hier van hoogte geschonken
Foto: Inés Álvarez Fdez / Unsplash
Asturië is de ciderstreek van Spanje. De sidra is droog, licht troebel en nauwelijks koolzuurhoudend, en wordt geschonken door de fles hoog boven het glas te houden en een bodempje in te gieten dat je meteen opdrinkt. Dat schenken heet escanciar en zorgt ervoor dat de cider even bruist.
In een sidrería doet de ober dat voor je; een fles kost rond de 3 tot 4 euro en is bedoeld om te delen. In Villaviciosa en omgeving staan de meeste producenten, en in de zomermaanden zijn er ciderfeesten. Het is geen appelsap: reken op ongeveer 6 procent alcohol.
De kust bestaat uit inhammen, niet uit stroken
De Asturische kust telt tientallen kleine stranden tussen kliffen, vaak alleen via een trap of pad bereikbaar. Bij Llanes en Ribadesella liggen de bekendste, en bij Cabo Vidio staan kliffen van ruim 80 meter.
Het water komt in augustus zelden boven de 20 graden en er staat vrijwel altijd branding, want dit is de Golf van Biskaje. Zwem op bewaakte stranden tussen de vlaggen. Een eigenaardigheid van deze kust zijn de bufones: gaten in het klifplateau waar de zee bij hoog water en golfslag een fontein doorheen perst, soms tientallen meters hoog.
Cudillero ligt als een tribune om zijn haven
Dit vissersdorp is tegen een steile kom gebouwd, met gekleurde huizen die in rijen boven elkaar uitkijken op de kleine haven. Vanaf het water gezien lijkt het een amfitheater.
Het is klein: met ruim 5.000 inwoners in de hele gemeente heb je het dorp in een uur gezien. Parkeren doe je boven en je loopt naar beneden, want in het dorp zelf kun je vrijwel nergens kwijt. Verderop langs de kust ligt Llanes, groter, met een strandwandeling waar een kunstwerk van beschilderde betonblokken langs de pier staat.
Tito Bustillo bewaart tekeningen van 20.000 jaar oud
Foto: Javier Rincón / Unsplash
Bij Ribadesella ligt een grot met wandschilderingen van paarden en herten, gemaakt in het jonge paleolithicum. Sinds 2008 hoort hij bij de werelderfgoedlocatie van de paleolithische grotkunst van Noord-Spanje.
Bezoeken kan alleen met een gids en in kleine groepen, met een maximum aantal bezoekers per dag; kaarten zijn online te reserveren en in het hoogseizoen weken vooruit uitverkocht. De grot is bovendien een deel van het jaar gesloten om het klimaat binnen te beschermen. Wie geen kaart heeft, kan naar het bijbehorende museum, dat wel gewoon open is.
Oviedo heeft kerken van vóór de romaanse tijd
De hoofdstad heeft een compact centrum, maar het bijzondere staat aan de rand: enkele kerken uit de 9e eeuw in de preromaanse Asturische stijl, gebouwd toen de rest van het schiereiland in Moorse handen was. Ze staan sinds 1985 op de werelderfgoedlijst.
Santa María del Naranco is de bekendste, oorspronkelijk als paleiszaal gebouwd en later kerk geworden. Entree kost enkele euro's en het bezoek duurt een half uur. Vanuit Oviedo begint bovendien de Camino Primitivo, de oudste pelgrimsroute naar Santiago de Compostela, die in ongeveer 320 kilometer door de bergen naar Galicië loopt.
Muniellos vraagt een vergunning
Foto: Linda Cunningham / Unsplash
In het zuidwesten ligt het grootste eikenbos van Spanje, ruim 5.000 hectare oerbos dat als biosfeerreservaat is beschermd. Er mogen per dag maar enkele tientallen mensen in, en je hebt een gratis vergunning nodig die je vooraf online aanvraagt.
De route erdoorheen is ongeveer 20 kilometer heen en terug en vraagt een hele dag. In het hoogseizoen zijn de plekken maanden vooruit vergeven. Wie geen vergunning heeft: er zijn omliggende dalen met vergelijkbaar bos en zonder toegangsbeperking, zoals rond Somiedo, waar bovendien bruine beren leven in het Cantabrisch gebergte. Wie die beren wil zien zonder te klimmen, neemt de Senda del Oso: een asfaltpad van ruim 20 kilometer over een opgeheven mijnspoorlijn, vlak en met tunnels, waar halverwege twee beren in een omheind bosperceel worden opgevangen. Het pad is gratis en fietsen zijn bij de startpunten te huur voor rond de 15 euro per dag.
Praktisch en wanneer
Asturië heeft een eigen luchthaven; de vlucht vanaf Nederland duurt ongeveer twee en een half uur met een overstap. Met de auto vanuit Nederland is het ruim veertien uur. Spanje betaalt met de euro. Een huurauto kost 30 tot 50 euro per dag en is buiten Oviedo en Gijón nodig.
Juni tot september is de aangenaamste periode, met 20 tot 25 graden en de minste regen; augustus is de drukste maand, vooral met Spaanse gasten uit het zuiden die de hitte ontvluchten. In de winter is het mild aan de kust en sneeuwt het in de bergen, waardoor passen dichtgaan. Neem in elk seizoen regenkleding mee, ook in juli.